De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen tot 3 april 2027. De kinderen wonen bij hun moeder, die samen met de vader het ouderlijk gezag heeft. De verlenging is nodig om de omgangsregeling tussen de kinderen en de vader verder te ontwikkelen, waarbij begeleide contactmomenten via een omgangshuis en de GI zijn georganiseerd.
De moeder uitte zorgen over het effect van het contact met de vader op de kinderen, verwijzend naar intimidatie en gedragsproblemen in het verleden. Zij stemde in met verlenging, maar vond een termijn van zes maanden passend. De vader ervaart de contactmomenten positief en wil het contact uitbreiden, waarbij hij ook zijn familie wil betrekken.
De kinderrechter oordeelde dat de wettelijke criteria voor verlenging zijn vervuld, gezien de bedreiging van de ontwikkeling van de kinderen en het gebrek aan constructieve communicatie tussen ouders. De GI moet het contactherstel en de uitbreiding daarvan zorgvuldig begeleiden, rekening houdend met het vertrouwen van de moeder. De rechter verlengde de ondertoezichtstelling voor een jaar en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.