Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De procedure
- Stichting Havensteder, in behandeling bij Wouters Gerechtsdeurwaarder, inmiddels Hafkamp Groenewegen Gerechtsdeurwaarders (hierna te noemen: Havensteder (I));
- Stichting Havensteder, in behandeling bij H.J. Jansen Gerechtsdeurwaarderskantoor, (hierna te noemen: Havensteder (II));
- Odido (T-mobile), in behandeling bij Flanderijn & Van Eck (hierna te noemen: Odido);
- Basic Fit, in behandeling bij EDR Incasso (hierna te noemen: Basic Fit);
- Administratiekantoor Charlois (hierna te noemen: Administratiekantoor Charlois);
- Klarna AB, in behandeling bij Coeo Incasso B.V. (hierna te noemen: Klarna);
- Arrow Global Limited, in behandeling bij Janssen & Janssen Gerechtsdeurwaarders (hierna: Arrow Global Limited);
- verzoekster;
- de heer [persoon A] , werkzaam bij Geldplein (hierna te noemen schuldhulpverlening).
2.Het verzoek
3 september 2025 een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers, die inhoudt dat geen uitdeling zal plaatsvinden aan de schuldeisers en waarbij aan de schuldeisers verzocht wordt de betreffende schulden kwijt te schelden.
3.Het verweer
4.De beoordeling
1 juni 2021 zijn ontstaan. Publieke schulden die voor 1 januari 2021 zijn ontstaan worden kwijtgescholden. Verzoekster heeft vier private schulden van ruim € 20.000,00 die dus door de Belastingdienst betaald hadden kunnen worden. De schuldenlast van verzoekster had hiermee fors verlaagd kunnen worden van € 45.000,- naar € 25.000,-. In het bijzonder merkt de rechtbank hierbij op dat Havensteder (I) een van die private schuldeisers is die betaald had kunnen worden. Havensteder (I) heeft nu haar vordering niet betaald gekregen. Havensteder (I) heeft dus bij haar weigering naar het oordeel van de rechtbank een groot belang mogen hechten aan de wijze waarop haar vordering onbetaald is gelaten en de mate van verwijtbaarheid van verzoekster daarbij door geen contact op te nemen met de Belastingdienst. Daarnaast had ook schuldhulpverlening contact kunnen zoeken met de Belastingdienst. Ook schuldhulpverlening heeft dat niet gedaan, althans dit is niet uit het verzoekschrift gebleken.Gezien de ingrijpende gevolgen van een door de rechter op te leggen dwangakkoord waarbij een schuldeiser wordt gedwongen met een nulaanbod akkoord te gaan tegen kwijtschelding van de vordering, kan de rechtbank niet vaststellen dat ten aanzien van deze schuldeisers het maximaal haalbare is aangeboden. Deze vorderingen hadden namelijk volledig betaald kunnen worden.