Uitspraak
1.Tenlastelegging
1.
2.
2.Bewijs
1.
Verklaring van de aangever [slachtoffer 2] namens Albert Heijn [5] Ik doe aangifte van diefstal. Aan niemand is het recht of toestemming gegeven voor het plegen van dit feit.
Verklaring van de aangever [slachtoffer 1] [6] Ik heb de man gezegd dat hij door mij werd aangehouden op verdenking van winkeldiefstal. Ik was op dat moment alleen. Vervolgens zag ik een man aan komen lopen die zich legitimeerde als medewerker van Justitie. Deze man zag ook dat de verdachte weg wilde lopen en vertelde de man dat hij moest blijven staan en mee moest werken. Kort daarop kwam mijn collega ook ter plaatse en waren we met z'n drieën. Wij sommeren (de rechtbank begrijpt: sommeerden) de verdachte te blijven staan maar de verdachte bleef proberen weg te lopen. De verdachte ging volledig in verzet. Ik voelde dat de verdachte ons tegenwerkte. Omdat we de verdachte niet tegen de muur aan krijgen met z'n drieën besluiten we de verdachte naar de grond te werken. Uiteindelijk valt de verdachte op de grond boven op mij. Dan voel ik direct dat er iemand een arm om mijn nek heeft en ik voel dat die arm strakker wordt getrokken rond mijn nek. Ik voel dat de spieren in die arm helemaal strak staan. Ik krijg geen lucht door die arm om mijn nek. Ik merk dat ik aan het vechten ben voor mijn leven. Ik ben doodsbang omdat ik geen lucht meer krijg. Ik voel dat de spieren van die arm nog steeds zo strak als wat zijn en dat de arm niet losser komt. Op enig moment voel ik dat de spieren in de arm versoepelen en dat de kracht er af gaat. Op dat moment zie ik kans om uit de nek klem te ontsnappen. Mijn bril valt van mijn hoofd af. (De rechtbank begrijpt: We) kregen met z'n drieën de controle over de verdachte. Ik merkte dat alles een beetje wazig was en dat ik er niet helemaal bij was. Ik voelde dat zuurstof mij wel goed deed zodat de wazigheid snel verdwenen was.
Verklaring van de getuige [getuige 1] [7] Door het verzet van de man kwamen we met zijn vieren op de grond terecht. Ik zag dat de man een nekklem bij de eerste beveiliger aanlegde. Ik hoorde op een gegeven moment de eerste beveiliger niet meer. Ik zag dat de eerste beveiliger emotieloos uit zijn ogen keek. Ik zag dat de eerste beveiliger out was. Ik zag geen reactie meer uit de eerste beveiliger komen. Ik zag dat de tweede beveiliger de man op zijn hoofd sloeg. Ik zag dat hierdoor de man de eerste beveiliger los liet uit de nekklem. Ik zag dat de eerste beveiliger daarna weer een beetje bij kwam.
Verklaring van de getuige [getuige 2] [8] Ik ben werkzaam als beveiliger in Shopping Centre Alexandrium.
Bewijsmotivering van feit 1
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen van feit 2
2.
Volledige bewezenverklaring
3.Kwalificatie en strafbaarheid
4.Straf
5.Vordering van de benadeelde partij
6.Vordering tot tenuitvoerlegging
7.Wettelijke voorschriften
8.Beslissingen
gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden;
tenuitvoerleggingvan (het resterende deel van) de aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van 365 dagen, zoals opgelegd in het vonnis van de meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam van 11 maart 2024, voor zover deze voorwaardelijke straf niet reeds ten uitvoer is gelegd;
735,20, bestaande uit € 135,20 als vergoeding van materiële schade en € 600,00 als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 10 december 2025 tot de dag van volledige betaling;
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 1] aan de staat
€ 735,20te betalen, en de wettelijke rente vanaf 10 december 2025 tot aan de dag van de gehele betaling.
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
7 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;