Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
regio Rotterdam-Dordrecht,
geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
advocaat: mr. F. el Makhtari, kantoorhoudende te Rotterdam,
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats 2] ,
advocaat: mr. N. Roos, kantoorhoudende te Rotterdam,
1.Het verloop van de procedure
- de moeder met haar advocaat;
- de vader met zijn advocaat;
- een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon A] ;
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon B] .
2.De feiten
2.3. Bij beschikking van 21 januari 2026 is [voornaam minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 21 januari 2026 tot 21 april 2026. Bij diezelfde beschikking is een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] verleend in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, te weten in een 3-milieuvoorziening in Zutphen, met ingang van 21 januari 2026 voor de duur van vier weken. De behandeling van het verzoek is daarbij voor het overige aangehouden tot de zitting van 28 januari 2026.
2.4. Bij beschikking van 28 januari 2026 is de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd tot 21 april 2026.
3.Het verzoek
4.De standpunten
5.De beoordeling
De kinderrechter begrijpt dat het traject moeizaam verloopt en dat de ouders ontevreden zijn over de communicatie en voortgang. Dit neemt echter niet weg dat de maatregelen nog steeds nodig zijn en dat de problematiek te complex is om dit in het vrijwillig kader aan te pakken. Ook het gedrag van [voornaam minderjarige] heeft er aan bijgedragen dat er nog weinig is bereikt, tegelijkertijd geeft haar gedrag ook aan hoe groot de noodzaak is dat zij wordt onderzocht en passende hulp krijgt aangeboden. [voornaam minderjarige] heeft stabiliteit, onderzoek en behandeling nodig en elk onderdeel daarvan kost tijd. Daarom acht de kinderrechter een kortere duur niet passend. De kinderrechter verwacht dat de GI voortvarend handelt, dat de intake bij de Fjord zo mogelijk doorgaat - het is onacceptabel dat het niet kunnen regelen van het vervoer en de begeleiding van [voornaam minderjarige] de reden zou zijn dat de intake niet door zou kunnen gaan - en dat snel duidelijk wordt hoe het vervolgtraject er uitziet. In het geval dat plaatsing bij de Fjord niet door zou gaan, verwacht de kinderrechter dat de GI op zo kort mogelijke termijn met alternatieven komt. Ook acht de kinderrechter het van belang dat de communicatie met de ouders wordt verbeterd en dat zij goed worden geïnformeerd. Een vaste jeugdbeschermer is dan ook hard nodig.
6.De beslissing
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.