Uitspraak
[verdachte], verdachte,
preventief gedetineerd in [detentieadres],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
De verdachte is in voorlopige hechtenis in een zaak wegens poging doodslag, mishandeling en bedreiging, en in een andere zaak is de voorlopige hechtenis geschorst. De rechter-commissaris had bevolen dat verdachte ter observatie naar het Pieter Baan Centrum (PBC) zou worden overgebracht. De verdachte stelde hoger beroep in tegen deze beslissing, stellende dat het bevel onterecht was omdat de voorlopige hechtenis in één zaak was geschorst en de noodzaak van het onderzoek onvoldoende was aangetoond.
De officier van justitie voerde aan dat het onderzoek naar de geestvermogens noodzakelijk is en dat de verdachte niet meewerkt aan psychologisch onderzoek, waardoor overbrenging naar het PBC gerechtvaardigd is. De rechtbank oordeelde dat aan de wettelijke voorwaarden van artikel 196 Sv Pro is voldaan, mede gelet op het NIFP-consult dat aanleiding gaf tot nader onderzoek. De voorlopige hechtenis in de relevante zaak is van kracht en de schorsing in de andere zaak doet hieraan niet af.
De rechtbank vond het bevel proportioneel, ondanks de wachttijd voor opname in het PBC, en wees het hoger beroep af. De beslissing werd uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 12 maart 2026.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de overbrenging ter observatie naar het Pieter Baan Centrum wordt afgewezen.