ECLI:NL:RBROT:2026:4336
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.J. Bade
- J. van de Klashorst
- E. Stam
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek kwijtschelding ontnemingsvordering wegens onvoldoende draagkracht
Het gerechtshof Den Haag heeft aan de veroordeelde bij arrest van 26 oktober 2017 een ontnemingsmaatregel opgelegd van €139.000,-, onherroepelijk geworden op 28 augustus 2018. Tot 22 januari 2026 heeft de veroordeelde slechts €7.241,- betaald.
De veroordeelde verzocht op 11 december 2025 om kwijtschelding of vermindering van de betalingsverplichting wegens gebrek aan inkomen en vermogen. Hij voert aan een verlieslijdende ijssalon te exploiteren zonder omzet en geen vermogen te bezitten, waardoor sprake zou zijn van betalingsonmacht.
De rechtbank behandelde het verzoek op 12 maart 2026, hoorde de veroordeelde en de officier van justitie. De officier stelde dat onvoldoende is gebleken dat de veroordeelde niet over financiële middelen beschikt om de schuld te voldoen.
De rechtbank oordeelde dat de veroordeelde onvoldoende heeft onderbouwd dat hij nu en in de toekomst niet draagkrachtig is. Het feit dat hij momenteel geen inkomen heeft, is niet doorslaggevend. Er is geen sprake van betalingsonmacht. Daarom wijst de rechtbank het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek tot kwijtschelding of vermindering van de ontnemingsvordering wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van betalingsonmacht.