Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:4343

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
27 maart 2026
Publicatiedatum
14 april 2026
Zaaknummer
ROT 23/2695
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbWet openbaarheid van bestuurWoo
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens tijdige beslissing minister op openbaarmakingsverzoek

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het vermeende niet tijdig beslissen van de minister van Financiën op zijn verzoek om openbaarmaking op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (thans Woo). De rechtbank verwijst naar haar eerdere uitspraak van 29 juni 2022, waarin de minister werd opgedragen uiterlijk 8 juli 2022 te beslissen.

De rechtbank constateert dat de minister op 3 augustus 2022 daadwerkelijk een besluit heeft genomen, waarmee is voldaan aan de eerdere uitspraak. De kritiek van eiser op de inhoud van dat besluit kan in bezwaar en eventueel beroep worden behandeld, maar vormt geen grond voor ontvankelijkheid van dit beroep.

Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een tijdige beslissing. Eiser krijgt de griffierechten niet terug en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 27 maart 2026.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de minister tijdig heeft beslist op het openbaarmakingsverzoek.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 23/2695

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 maart 2026 in de zaak tussen

[eiser], uit Rotterdam, eiser

en

de minister van Financiën,

(gemachtigde: mr. C.J.M. Kluijtmans).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiser heeft ingesteld na de uitspraak van de rechtbank van 29 juni 2022. [1] In die uitspraak staat dat de minister uiterlijk op 8 juli 2022 opnieuw moet beslissen op de aanvraag van eiser. Eiser stelt nu beroep in, omdat de minister dat volgens hem niet heeft gedaan.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. In de uitspraak van 29 juni 2022 heeft de rechtbank zich uitgelaten over eisers verzoek om openbaarmaking op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (thans de Woo) van 27 maart 2022. De rechtbank heeft vastgesteld dat de minister niet (tijdig) op dit verzoek heeft beslist en de minister opgedragen dit alsnog te doen, op straffe van een dwangsom.
3. De rechtbank stelt vast dat de minister op 3 augustus 2022 op eisers verzoek om openbaarmaking van 27 maart 2022 heeft beslist. Hiermee is voldaan aan de uitspraak van de rechtbank van 29 juni 2022.
Alles wat eiser aanvoert over deze besluiten van 3 augustus 2022 als kritiek en tekortkoming (o.a. dat het slechts een deelbesluit is en dat informatie ontbreekt), kan hij in bezwaar en eventueel beroep aan de orde stellen.
4. Omdat de minister ruimschoots voor het indien van dit beroep wegens niet tijdig beslissen een besluit heeft genomen is het beroep van eiser niet-ontvankelijk. Eiser krijgt daarom ook de griffierechten niet terug. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Klomp, rechter, in aanwezigheid van mr. L. Meijer, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 27 maart 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.ROT 22/2342 (ECLI:NL:RBROT:2022:5327).