Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De verder procedure
- de tussenbeschikking van 26 mei 2025;
- het verslag van Verilabs van 30 juli 2025;
- het gewijzigd verweerschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 1 december 2025;
- het verweerschrift op zelfstandig verzoek met bijlagen van de man, ingekomen op 13 januari 2026;
- de berichten met bijlagen van de vrouw van 12 januari 2026 en 19 januari 2026;
- het bericht met bijlagen van de man van 13 februari 2026.
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [naam 2] ;
- de bijzondere curator.
2.De verdere vaststaande feiten
3.De beoordeling
- in de eerste maand elke zaterdag om 10.00 uur videobelt met de man, waarbij de vrouw het telefoonnummer van [minderjarige 1] aan de man zal geven;
- in de tweede maand eenmaal in de veertien dagen op zaterdag van 10.00 uur tot 17.00 uur bij de man verblijft;
- vanaf de derde maand om de week van vrijdag 18.00 uur tot zondag 19.00 uur bij de man verblijft, waarbij hij bij de man eet en verder in de zomervakantie de laatste drie weken in verband met de voor de man verplichte bouwvak, om het jaar de gehele kerstvakantie tot de laatste zondag om 19.00 uur en in de overige vakanties een extra weekend bij de man verblijft;
- waarbij de vrouw [minderjarige 1] dient te brengen naar het metrostation Maassluis Centraal en de man [minderjarige 1] na de omgang terugbrengt naar het dichtstbijzijnde station van de vrouw, dit in verband met het feit dat beide adressen geheim zijn;
- daarnaast dient [minderjarige 1] zijn ID-kaart/paspoort, alsmede zijn zorgpas mee te nemen tijdens de omgangsmomenten.
505/789*100% = 64%)van zijn aandeel in hun behoeftes betalen. Dat betekent dat hij voor [minderjarige 1] 64% van € 127,- kan betalen, oftewel € 81,-. Voor [minderjarige 3] , [minderjarige 4] en [minderjarige 5] kan hij 64% van € 662,- betalen, oftewel € 424,-.