Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:4376

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
8 april 2026
Publicatiedatum
15 april 2026
Zaaknummer
10/316539-25
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 248 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling tot gevangenisstraf voor verkrachting minderjarige zonder bewezen dwang

De rechtbank Rotterdam heeft op 8 april 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen de verdachte, geboren in 1998, die werd beschuldigd van gekwalificeerde verkrachting van een minderjarige in de leeftijd van twaalf tot zestien jaar. De tenlastelegging betrof het meermalen seksueel binnendringen van het slachtoffer, een veertienjarig meisje, waarbij sprake zou zijn geweest van dwang.

De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om het onderdeel dwang te bewijzen en sprak de verdachte vrij van gekwalificeerde verkrachting. Wel werd bewezen verklaard dat de verdachte het slachtoffer heeft verkracht door het seksueel binnendringen. De verdachte heeft het feit bekend en er was geen vrijspraak bepleit.

De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, het grote leeftijdsverschil, en de impact op het slachtoffer. Het strafblad van de verdachte toonde geen eerdere soortgelijke veroordelingen. De reclassering adviseerde een deels voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden, waaronder behandeling en contactverbod.

De rechtbank legde een gevangenisstraf van 18 maanden op, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en bijzondere voorwaarden. De tijd in voorlopige hechtenis wordt in mindering gebracht. De bijzondere voorwaarden zijn gericht op het voorkomen van recidive en het ondersteunen van de verdachte bij gedragsverandering.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, voor verkrachting van een minderjarige zonder bewezen dwang.

Uitspraak

Rechtbank RotterdamZittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10/316539-25
Datum uitspraak: 8 april 2026
Datum zitting: 25 maart 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum 1] 1998 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres:
[adres] , [postcode] [woonplaats] ,
gedetineerd in [naam P.I.] .
Advocaat van de verdachte: mr. B.V. Rafaela
Officier van justitie: mr. R.P.L. van Loon
Kern van het vonnis
De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor verkrachting van een veertienjarig meisje. De verdachte wordt vrijgesproken van gekwalificeerde verkrachting, omdat niet bewezen is dat sprake was van dwang.

1.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan de gekwalificeerde verkrachting van een minderjarige in de leeftijdscategorie 12 tot 16 waarbij er sprake was van dwang.
De volledige tenlastelegging houdt in dat:
hij in of omstreeks de periode van 28 juli 2025 tot en met 29 juli 2025 te Krimpen aan den IJssel,
met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [slachtoffer] , een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, heeft verricht, te weten het
- meermalen, in elk geval eenmaal, brengen en/of houden van zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] ,
en welke verkrachting werd voorafgegaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, te weten het
- grote leeftijdsverschil met voornoemde [slachtoffer] ,
- voorbijgaan aan non-verbale en verbale tekenen van verzet/weerstand van voornoemde [slachtoffer] , en/of
- gebruik/misbruik maken van zijn fysieke overwicht op voornoemde [slachtoffer] .

2.Bewijs

2.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor de verkrachting van de minderjarige. Van het onderdeel dwang moet de verdachte worden vrijgesproken.
2.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het onderdeel dwang. Verder heeft zij verzocht de bewezenverklaring te beperken tot het éénmaal seksueel binnendringen.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
2.3.1.
Vrijspraak dwang
Met de verdediging en de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat het dossier niet voldoende bewijs bevat om te kunnen vaststellen dat de verdachte dwang heeft uitgeoefend op het slachtoffer. Van dit onderdeel van de beschuldiging wordt hij dan ook vrijgesproken.
2.3.2.
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat:
hij in de periode van 28 juli 2025 tot en met 29 juli 2025 te Krimpen aan den IJssel,
met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [slachtoffer] , één of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, heeft verricht, te weten het
- brengen en/of houden van zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] .
De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft het feit bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor dit feit de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven [1] .
1.
Verklaring van de verdachte [2]
2.
Proces-verbaal van de politie, aangifte [benadeelde] namens [slachtoffer] [3]

3.Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
Verkrachting in de leeftijdscategorie van twaalf tot zestien jaren.
3.2.
Strafbaarheid van het feit en van de verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

4.Straf

4.1.
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor het ten laste gelegde feit worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren en de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering.
4.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht bij de hoogte van de gevangenisstraf rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest op te leggen met daarbij een forse taakstraf, dan wel een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering.
4.3.
Oordeel van de rechtbank
4.3.1.
Ernst en omstandigheden van het feit
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het verkrachten van een minderjarig, kwetsbaar meisje. Het slachtoffer was destijds veertien jaar oud, terwijl verdachte zelf de leeftijd van zesentwintig jaar had.
Het bewezen verklaarde betreft een ernstig feit. Verdachte heeft met zijn handelen op ernstige wijze de lichamelijke integriteit van het veertienjarig slachtoffer geschonden. Daarnaast heeft hij een grove inbreuk gemaakt op de geestelijke integriteit van het slachtoffer en geen oog gehad voor de mogelijk verstrekkende gevolgen van zijn handelen. Het is algemeen bekend dat dit soort feiten langdurige psychische gevolgen kunnen hebben voor de slachtoffers en een normale (seksuele) ontwikkeling kan verstoren.
De wetgever heeft met de strafbaarstelling van het gedrag dat is omschreven in artikel 248 van Pro het Wetboek van Strafrecht beoogd om de lichamelijke en de seksuele integriteit van kinderen jonger dan zestien jaar vergaand te beschermen. Elk seksueel contact met een kind in deze leeftijdscategorie is strafbaar.
4.3.2.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 20 januari 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.
Overige persoonlijke omstandigheden
De rechtbank heeft niet de indruk dat verdachte specifiek uit is geweest op seksueel contact met een minderjarige, maar een grove inschattingsfout heeft gemaakt ten aanzien van de leeftijd van het slachtoffer. De verdachte heeft het feit bij zijn voorgeleiding bij de rechter-commissaris bekend en realiseert zich dat hij moreel niet goed heeft gehandeld.
Rapport van de reclassering
In het rapport van Reclassering Nederland van 23 februari 2026 staat het volgende.
De verdachte is niet eerder veroordeeld voor soortgelijke feiten waardoor geen sprake is van een delictpatroon. Er komen geen maatschappelijke problemen naar voren. De reclassering ziet het middelengebruik van de verdachte als delictgerelateerd en omdat dit mogelijk van invloed is geweest op zijn keuzes en impulscontrole. In het verleden is bij onderzoek geconstateerd dat de verdachte zwakbegaafd zou zijn. Hoewel deze diagnose is verouderd sluit de reclassering niet uit dat de verdachte moeite heeft met het inschatten van bepaalde situaties en het overzien van de gevolgen van zijn handelen.
De reclassering adviseert een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden, te weten: een meldplicht, een ambulante behandeling, een contactverbod met het slachtoffer en een dagbesteding.
4.3.3.
Oplegging straf
Gelet op de ernst van het strafbare feit dient een gevangenisstraf te worden opgelegd. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend.
Bij het bepalen van de strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Daarom wordt een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden opgelegd. Van deze gevangenisstraf worden 6 maanden voorwaardelijk opgelegd.
Het voorwaardelijke deel van de straf heeft als doel de verdachte ervan te weerhouden opnieuw een strafbaar feit te plegen.
De rechtbank verbindt aan het voorwaardelijke deel van de straf de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd. De bijzondere voorwaarden zijn noodzakelijk om de kans op herhaling van het plegen van nieuwe strafbare feiten te verkleinen.
De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat de verdachte het onvoorwaardelijke deel van de straf heeft uitgezeten.

5.Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c en 248 van het Wetboek van Strafrecht.

6.Beslissingen

De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte het feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf van 18 (achttien) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Voorwaardelijk strafdeel
bepaalt dat
6 (zes) maanden, van deze gevangenisstrafniet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een
proeftijd, die wordt gesteld op
2 (twee) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte één van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat:
- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
stelt als bijzondere voorwaarden dat:
1. de verdachte zich gedurende de proeftijd zal melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn;
2. de verdachte zich gedurende de proeftijd zal laten behandelen door De Waag of soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De behandeling start zodra de verdachte is aangemeld en er plek is. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op het versterken van cognitieve vaardigheden, en inzicht krijgen in het juist kanaliseren van seksuele gedrag;
3. de verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal zoeken of hebben met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2010;
4. de verdachte zich zal inspannen voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur.
geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:
  • meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;
  • meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.

7.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. D.C.J. Peeck, voorzitter,
en mrs. J.L. Luiten en J.A. Terstegge, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. K. Dere, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 8 april 2026.
Mr. Terstegge is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Voetnoten

1.De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het zaaksdossier [dossiernaam] .
2.Verklaard tijdens de zitting van 25 maart 2026.
3.Pagina 37 e.v. van het proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal] .