Verzoeker heeft op grond van artikel 287b, eerste lid, Faillissementswet een voorlopige voorziening gevraagd om de ontruiming van zijn huurwoning te schorsen. De rechtbank oordeelt dat sprake is van een bedreigende situatie nu een ontruimingsvonnis en exploot zijn overgelegd.
Verzoeker werkt fulltime op basis van een nulurencontract en kan de lopende huurtermijnen voldoen. De huur van maart 2026 is tijdig betaald door een derde en beschermingsbewind is ingesteld, wat waarborgt dat toekomstige huurtermijnen ook betaald zullen worden. Verweerster betwist dit en wijst op een aanzienlijke huurachterstand en overlast, maar de rechtbank weegt het belang van verzoeker zwaarder.
De rechtbank stelt dat overlast niet kan worden meegewogen omdat het ontruimingsvonnis alleen op betalingsachterstand is gebaseerd. De voorlopige voorziening wordt onder de voorwaarde toegewezen dat de lopende huurtermijnen tijdig worden voldaan. Tevens wordt verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw.
De voorziening geldt voor zes maanden vanaf 27 februari 2026, waarbij de huurovereenkomst wordt verlengd en de tenuitvoerlegging van het ontruimingsvonnis wordt opgeschort. Schuldhulpverlening dient uiterlijk twee weken voor afloop van de voorziening verslag uit te brengen.