Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De procedure
- verzoekster;
- mevrouw [persoon A] , werkzaam bij Geldplein (hierna: schuldhulpverlening).
2.Het verzoek
3.Het verweer
26 juli 2025 tot en met 26 februari 2026 in zijn geheel geen huurbetalingen zijn verricht. Nergens blijkt uit waarom de lopende huurtermijnen zo lang in zijn geheel niet zijn voldaan. Verweerster is dan ook van mening dat onvoldoende aannemlijk is geworden dat de lopende huurtermijnen gedurende de voorlopige voorziening zullen worden voldaan. Verweerster refereert zich naar het oordeel van de rechtbank. Verweerster heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid haar standpunt ter zitting toe te lichten.