ECLI:NL:RBROT:2026:4428
Rechtbank Rotterdam
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening leerlingenvervoer afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor leerlingenvervoer voor haar zoon voor de periode van 1 september 2025 tot en met 31 januari 2026. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft deze aanvraag toegewezen in de vorm van een abonnement voor het openbaar vervoer met een begeleider. Verzoekster was het hier niet mee eens en stelde beroep in, waarna zij een voorlopige voorziening vroeg.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens het niet tijdig voldoen van het griffierecht. Verzoekster stelde verzet in en vroeg opnieuw een voorlopige voorziening. Tijdens de zitting op 18 maart 2026 werd besproken dat het verzoek niet voldoet aan het materiële connexiteitsvereiste omdat het betrekking heeft op een inmiddels afgesloten periode.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek niet-ontvankelijk is en dat er geen inhoudelijke beoordeling plaatsvindt. Tevens werd gewezen op de mogelijkheid om een nieuw verzoek in te dienen voor de nieuwe aanvraag vanaf 1 februari 2026. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet voldoen aan het materiële connexiteitsvereiste.