Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 19;
- het B formulier met toelichting van de man van 5 januari 2026, met aanvullende producties 20 tot en met 23;
- het B formulier van de man van 13 januari 2026 met nieuwe productie 19 (Rb: bedoeld zal zijn 20): een vertaalde brief van 12 januari 2026 van dhr. Kalkan, een Turkse advocaat; [1]
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
€ 150.000,- vanwege de voormalige echtelijke woning in [woonplaats 1] (vordering III) aan de vrouw hoeft te betalen noch € 150.000,- terzake vermogen in Turkije (vordering IV). Ook de vordering om afschriften te overleggen van de bankrekening met nummer [rekeningnummer] , vordering V, wijst de rechtbank af. Ook vordering VI: verdeling van het saldo van deze rekening bij helfte wijst de rechtbank af. De man hoeft geen overzicht van onroerende zaken Turkije over te leggen (vordering VII). De rechtbank zal de vrouw in de proceskosten veroordelen omdat zij in de dagvaarding relevante feiten heeft nagelaten te vermelden en nodeloos de vorderingen V en VI heeft ingesteld. Omdat alle vorderingen worden afgewezen, is het niet nodig de procedure in Turkije af te wachten. De rechter kan dit doen, maar is daartoe niet gehouden op grond van artikel 12 Rv Pro. Hier ontbreekt, vanwege de afwijzing van alle vorderingen, enige noodzaak tot aanhouding. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot deze beslissingen komt.
“(…) Van begin tot einde zijn beide partijen betrokken geweest bij de totstandkoming van alle stukken (bijvoorbeeld: het gemeenschappelijk echtscheidingsverzoek, echtscheidingsconvenant en het ouderschapsplan).
“Op uw verzoek wil ik volgende aangeven wat mijn ervaring is inzake de gesprekken omtrent de aankoop van de woning in het project [nieuwbouwproject] :
€ 70.000,-, partijen ook zijn overeengekomen dat de vrouw nog eens € 70.000,- zou ontvangen in contanten én dat de vrouw dat ook daadwerkelijk heeft ontvangen, evenals het Turkse (huwelijks)goud.
€ 70.000,- en het Turkse huwelijksgoud buiten het convenant is gebleven, aldus de man. De man overlegt aangaande deze extra mondelinge afspraak wederom een verklaring van de gezamenlijke advocaat van partijen (productie 15 bij CvA):
“(…) Partijen hebben bewust gekozen om in het voornoemd convenant op te nemen dat de man aan de vrouw een bedrag van€ 70.000 zou betalen. Partijen hebben naast dit bedrag (dus voornoemd € 70.000) nog afgesproken dat de man extra een bedrag van € 70.000 contant aan de vrouw zou betalen. In totaal zou de vrouw dus € 140.000 van de man ontvangen. Voorts zou de man dat laatste bedrag nog aanvullen door al of merendeel van het goud aan de vrouw te geven. Deze keuze van partijen (om niet het gehele bedrag van € 140.000 in het convenant op te nemen) had te maken met het feit dat de vrouw niet wilde dat zij in de problemen zou komen met de Belastingdienst en overige instanties als de man het gehele bedrag van € 140.000 op het rekeningnummer van de vrouw zou storten. Op 5 oktober 2023 is dit rond 18.00 uur telefonisch met beide partijen nog besproken. De advocaat heeft toen begrepen dat de vrouw het goud en het contant geld ad € 70.000 reeds had ontvangen en dat zij beiden vervolgens het convenant zouden ondertekenen en de ondergetekende documenten (ouderschapsplan en het convenant) bij de advocaat afgeven. Uiteindelijk is dat ook gebeurd en heeft de advocaat deze documenten in goede orde ontvangen. De man zou vervolgens nog het bedrag dat genoemd is in art. 10 van Pro het convenant aan de vrouw betalen. Of de man dat bedrag van € 70.000 ook daadwerkelijk aan de vrouw heeft voldaan, is mij overigens niet bekend. (…)”
Alles is met instemming en volgens de wensen van beiden verlopen en beide partijen waren tevreden.”
“Na het ongeluk is mijn leven totaal veranderd op een negatieve manier. Wij hebben besloten om te gaan scheiden maar ook daar sta ik totaal alleen voor. Mijn man is zowel lichamelijk en geestelijk niet in staat om dingen te regelen. (…) Eindelijk is het[letselschade-, toevoeging Rb]
dossier van mijn man afgesloten. Hoe loopt het met mijn dossier. Ik wil er graag meer over weten en geïnformeerd worden. (…)”
€ 70.000,- extra is ontvangen door de vrouw en zij bovendien over het Turkse huwelijksgoud (met onbekende waarde) is komen te beschikken.
door de man van zijn eigen rekeningnaar Turkije was overgeboekt.
De regeling in dit convenant, is het resultaat van hun onderhandelingen ter beëindiging van onzekerheid en voorkoming van geschillen.”Dat duidt erop dat partijen de bedoeling hadden de verdeling te hunner bate of schade te aanvaarden als bedoeld in artikel 3:196 lid 4 BW Pro en dat zij de verdeling op deze wijze definitief wilden regelen. Dit volgt ook uit de verklaring van de gezamenlijke advocaat:
“Partijen hebben met het convenant, meer door het opnemen van voornoemd artikel 10 beoogd Pro om ten aanzien van al hun bezittingen zowel in Turkije als in Nederland een allesomvattende regeling/afspraak te treffen, beide partijen zouden na ondertekening van het convenant over en weer niets meer van elkaar te vorderen hebben.”
“bankrekening op naam van de man”(artikel 11 en Pro 12 van het convenant) en hiervoor is al een regeling in het convenant getroffen zodat er niets meer te verdelen valt.
Na ontvangst van een bedrag van € 70.000,- zal de vrouw geen enkele aanspraak/vordering meer hebben ter zake de bezittingen van de man dan wel van de gezamenlijke bezittingen van partijen.
kandoen op grond van artikel 12 Rv Pro. De rechtbank zal de vorderingen van de vrouw afwijzen.