Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:4508

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
16 maart 2026
Publicatiedatum
17 april 2026
Zaaknummer
12120822 VV EXPL 26-119
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:230a BWArt. 6:119 BWArt. 254 lid 1 RvArt. 139 RvArt. 237 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming bedrijfsruimte wegens niet-nakoming huurovereenkomst en huurachterstand

In deze kortgedingprocedure vordert eiseres de ontruiming van een bedrijfsruimte die door gedaagde wordt gehuurd en waarin een kinderdagverblijf werd geëxploiteerd. Gedaagde is niet verschenen, waardoor verstek is verleend.

Eiseres stelt dat gedaagde sinds half januari 2026 het kinderdagverblijf heeft gesloten en daarmee zijn contractuele exploitatieverplichting niet nakomt. Tevens is sprake van een aanzienlijke huurachterstand van ruim zeven maanden, ter zitting gesteld op € 44.810,56. Eiseres heeft een kandidaat-huurder die de bedrijfsruimte spoedig wil betrekken om eveneens een kinderdagverblijf te exploiteren.

De kantonrechter oordeelt dat het spoedeisend belang aanwezig is en dat het aannemelijk is dat in een bodemprocedure de huurovereenkomst zal worden ontbonden. Daarom wordt gedaagde veroordeeld tot ontruiming binnen drie dagen na betekening van het vonnis en tot betaling van de huur vanaf 1 maart 2026 tot de ontruimingsdatum. Tevens worden de proceskosten aan gedaagde opgelegd en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming van de bedrijfsruimte en betaling van huur en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 12120822 VV EXPL 26-119
datum uitspraak: 16 maart 2026
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres] B.V.,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: mr. Z.H. van Dorth tot Medler,
tegen
[gedaagde], die handelt onder de namen [gedaagde] en
[gedaagde] ,
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
die niet is verschenen.
De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 4 maart 2026, met bijlagen 1 tot en met 17;
  • de e-mail van 10 maart 2026 met een brief van diezelfde datum en bijlage 18;
  • de e-mail van 13 maart 2026.
1.2.
Op 11 maart 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken met [naam 1] en [naam 2] voor [eiseres] , met [naam 3] , algemeen directeur van kandidaat huurder [naam 4] B.V., en met mr. Van Dorth tot Medler. [gedaagde] is niet verschenen. Tegen hem is verstek verleend.

2.De beoordeling

Toewijzing eis
2.1.
Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de eisende partij hierbij zoveel spoed heeft dat die de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten [1] . Uit de stellingen van [eiseres] volgt dat deze spoed aanwezig is. De eis wordt toegewezen omdat deze niet onrechtmatig of ongegrond lijkt [2] .
2.2.
Het is voldoende aannemelijk dat in een bodemprocedure de huurovereenkomst tussen partijen zal worden ontbonden. Het betreft een huurovereenkomst als bedoeld in artikel 7:230a BW die ziet op de verhuur van een bedrijfsruimte waarin [gedaagde] een kinderdagverblijf geëxploiteerd heeft. Onderbouwd is gesteld dat [gedaagde] niet meer de contractuele exploitatieverplichting nakomt, omdat hij zijn kinderdagverblijf sinds half januari 2026 heeft gesloten. Er worden geen kinderen meer opgevangen. Ook is gesteld dat [gedaagde] een forse huurachterstand heeft. Ter zitting is gezegd dat het inmiddels gaat om
€ 44.810,56, wat neerkomt op ruim 7 maanden huur. Het is daarom gerechtvaardigd om in deze procedure vooruit te lopen op de ontbinding van de huurovereenkomst en [gedaagde] te veroordelen het gehuurde te ontruimen. Daarbij is ook van belang dat [eiseres] een kandidaat huurder heeft die gebruik wil maken van de bedrijfsruimte om er ook een kinderdagverblijf te gaan exploiteren. Die kandidaat huurder wil dat spoedig realiseren, omdat ouders anders al opvang elders voor hun kinderen gevonden hebben en omdat zij bereid is om medewerkers van [gedaagde] over te nemen, die ergens anders zullen gaan werken als dat niet snel gebeurt. Daarmee is het spoedeisend belang gegeven.
Proceskosten
2.3.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt [3] . De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan [eiseres] moet betalen op € 128,65 aan dagvaardingskosten, € 559,- aan griffierecht, € 577,- aan salaris voor de gemachtigde en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.408,65. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen.
Uitvoerbaar bij voorraad
2.4.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiseres] dat eist [4] . Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om binnen 3 dagen na de datum waarop dit vonnis is betekend de bedrijfsruimte aan de [adres] Rotterdam te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van [eiseres] te stellen;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen € 5.992,68 per maand, waarbij elke ingetreden maand als gehele maand geldt, vanaf 1 maart 2026 tot aan de dag van ontruiming;
3.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 1.408,65 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag dat volledig is betaald;
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.5.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. S.H. Poiesz en in het openbaar uitgesproken.
465

Voetnoten

1.Artikel 254 lid 1 Rv Pro
2.Artikel 139 Rv Pro
3.Artikel 237 Rv Pro
4.Artikel 233 Rv Pro