Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:4530

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
26 maart 2026
Publicatiedatum
20 april 2026
Zaaknummer
10-337492-23 (TUL)
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering tot tenuitvoerlegging van voorwaardelijke ISD-maatregel wegens niet-naleving voorwaarden

De rechtbank Rotterdam behandelde op 26 maart 2026 de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke ISD-maatregel die in maart 2024 was opgelegd aan de veroordeelde. De maatregel hield een plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders in voor de duur van twee jaar, met een proeftijd van drie jaar en diverse voorwaarden waaronder behandeling en naleving van huisregels.

Uit een rapport van de reclassering van februari 2026 bleek dat de veroordeelde zich niet aan de voorwaarden hield. Na plaatsing in een verslavingskliniek en doorplaatsing naar een andere locatie vertoonde hij herhaaldelijk ongewenst gedrag zoals overtreding van huisregels, alcoholgebruik, ongeoorloofd wegblijven en het lastigvallen van medecliënten. Ondanks waarschuwingen en gesprekken bleef het gedrag voortduren, waarna de veroordeelde zich op 1 februari 2026 onttrok aan de woonvorm.

De reclassering adviseerde de voorwaardelijke maatregel om te zetten in een onvoorwaardelijke maatregel vanwege het hoge recidiverisico en het niet naleven van de voorwaarden. De rechtbank volgde dit advies en oordeelde dat de voorwaardelijke ISD-maatregel onvoldoende was. De vordering tot tenuitvoerlegging werd toegewezen en de onvoorwaardelijke uitvoering van de ISD-maatregel gelast.

Uitkomst: De rechtbank gelast de onvoorwaardelijke tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke ISD-maatregel wegens niet-naleving van de voorwaarden.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2
Parketnummer TUL: 10-337492-23
Datum uitspraak: 26 maart 2026
Beslissingvan de meervoudige kamer voor strafzaken van de rechtbank Rotterdam in de zaak tegen de veroordeelde:
[veroordeelde] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres] ,
[postcode] [plaats] (is een post- of correspondentieadres),
thans gedetineerd in [naam P.I.] ,
raadsvrouw mr. E.R. van Dijk-Lopes Lima , advocaat te Rotterdam.

1.Vordering

Op 18 maart 2026 heeft de officier van justitie mr. S. Poutsma een vordering ingediend tot tenuitvoerlegging van de straf die de meervoudige kamer voor strafzaken van deze rechtbank bij vonnis van 29 maart 2024 (hierna: ‘het vonnis’) voorwaardelijk aan de veroordeelde heeft opgelegd.
Aan de vordering ligt ten grondslag een rapport over de veroordeelde van Tactus verslavingszorg / verslavingsreclassering GGZ (hierna: de reclassering) van 10 februari 2026.

2.Feiten

Bij het vonnis, dat onherroepelijk is geworden, is onder meer een plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders opgelegd voor de duur van 2 jaren. Die straf is voorwaardelijk opgelegd, met een proeftijd van drie jaren (hierna: ‘de voorwaardelijke straf)’. De aan de veroordeelde gestelde voorwaarden houden – kort weergegeven – in:
  • zich melden bij een kliniek van Fivoor/de reclassering;
  • een opname in een Fivoor kliniek AFZ of soortgelijke instelling;
  • zich laten behandelen door Fivoor FPK of soortgelijke zorgverlener;
  • verblijven in een nader klinisch te indiceren instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang;
  • zich inspannen voor het vinden en behouden van werk/dagbesteding/vaste structuur;
  • meewerken aan controle op gebruik van alcohol, controle door reclassering.
De mededeling voorwaardelijke veroordeling is op 29 april 2024 aan de veroordeelde verzonden.

3.Procedure

De vordering is behandeld op de openbare terechtzitting van 26 maart 2026.
De officier van justitie en de veroordeelde, bijgestaan door de raadsvrouw, zijn gehoord. Tevens is als deskundige gehoord mevrouw [persoon A] , de reclasseringswerker die met het reclasseringstoezicht is belast.

4.Conclusie officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat de voorwaardelijke straf ten uitvoer wordt gelegd.

5.Standpunt verdediging

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden afgewezen, subsidiair dat een minder vergaande maatregel wordt ingezet die meer aansluit bij de huidige positie van de veroordeelde. Daartoe is aangevoerd dat de veroordeelde wil meewerken en geholpen wil worden, maar niet in de instelling in Beekbergen. Hij heeft nu contact met het Leger des Heils in Rotterdam en zet concrete stappen om zijn leven weer op de rit te krijgen.

6.Beoordeling vordering

Het rapport van de reclassering houdt in:
Op 26 mei 2025 is de veroordeelde geplaatst in de forensische verslavingskliniek Piet Roorda te Zutphen. Deze kliniek bleek door de problematiek van de veroordeelde niet passend.
Op 5 januari 2026 is de veroordeelde doorgestroomd naar het Hoogeland te Beekbergen. Vanaf die dag heeft hij zich niet geconformeerd aan de huisregels. Hij drinkt meer dan de toegestane hoeveelheid, blijft ongeoorloofd weg van de locatie, neemt niet deel aan de dagbesteding, valt medecliënten lastig en laat zich niet begrenzen door het personeel.
Op 13 januari 2026 heeft de veroordeelde vanuit de woonvorm een officiële waarschuwing gekregen. Hij beloofde beterschap maar gaat vrijwel direct door met hetzelfde gedrag.
Op 17 januari 2026 kreeg hij van de woonvorm een schorsing en is op 19 januari 2026 teruggekeerd. Dit heeft echter geen indruk op hem gemaakt, hij laat wederom hetzelfde gedrag zien.
Op 29 januari 2026 vond er een driegesprek plaats tussen de veroordeelde, de begeleiding en de toezichthouder over dit gedrag. De veroordeelde kreeg een officiële waarschuwing voor het niet conformeren aan de huisregels en opnieuw zijn de verwachtingen uitgesproken. De veroordeelde sprak in dit gesprek zijn onvrede uit over de locatie waar hij is geplaatst, hij wil liever in een stad wonen. Benoemd is dat de toezichthouder een nieuwe plek wil onderzoeken, maar dat hij zich tot die tijd dient te conformeren aan de regels van de woonvorm, hetgeen ook één van de bijzondere voorwaarden is.
De veroordeelde is op 1 februari 2026 naar Rotterdam vertrokken en heeft tegen de reclassering gezegd niet terug te keren. Hij is hierin zelfbepalend en niet te sturen.
Het risico op recidive wordt hoog ingeschat gelet op de grote hoeveelheden alcohol in combinatie met het psychosociaal functioneren van de veroordeelde.
De veroordeelde heeft zich niet gehouden aan de voorwaarden. De reclassering ziet enkel mogelijkheden om opnieuw met de veroordeelde te werken aan risicobeperking dan wel gedragsverandering in een stringenter kader en adviseert daarom de voorwaardelijke isd-maatregel om te zetten in een onvoorwaardelijke isd-maatregel.
Op basis van het advies van de reclassering stelt de rechtbank dat er in het kader van de voorwaardelijke tbs-maatregel op verschillende manieren is geprobeerd om de veroordeelde te begeleiden en te behandelen. Desondanks is het de veroordeelde niet gelukt om zich aan de voorwaarden te houden, De rechtbank is het met de reclassering eens dat de voorwaardelijke isd-maatregel voor de verdachte niet voldoende is.
Dit alles maakt dat de vordering zal worden toegewezen en de tenuitvoerlegging zal worden gelast van de voorwaardelijk opgestelde isd-maatregel.

7.Beslissing

De rechtbank
wijst de vordering toe;
gelast de
tenuitvoerleggingvan de voorwaardelijk opgelegde plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 jaren.
Deze beslissing is genomen door
Mr. J. van de Klashorst, voorzitter,
en mrs. G.P. van de Beek en J.C. Oord, rechters,
in tegenwoordigheid van M.J. Grootendorst, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 26 maart 2026.