ECLI:NL:RBROT:2026:4538

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
9 april 2026
Publicatiedatum
20 april 2026
Zaaknummer
10.389041.24
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • C. Sikkel
  • L. den Teuling
  • E.H.N. van Hees
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs diefstal met geweld en openlijke geweldpleging

De rechtbank Rotterdam heeft op 9 april 2026 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen de verdachte, die werd beschuldigd van diefstal met geweld en openlijke geweldpleging op of omstreeks 8 oktober 2024 te Dordrecht. De officier van justitie vorderde een veroordeling, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte.

Uit het dossier, waaronder camerabeelden, bleek dat de medeverdachte de diefstal met geweld pleegde, maar er was onvoldoende bewijs dat de verdachte zelf een wegnemingshandeling heeft verricht of op andere wijze een bijdrage van voldoende gewicht heeft geleverd. De rechtbank oordeelde dat de klap die de verdachte aan de aangever gaf los stond van de diefstal en geen onderdeel was van het misdrijf. Ook ontbrak het bewijs voor (voorwaardelijk) opzet op het in vereniging plegen van openlijke geweldpleging.

Gelet op deze vrijspraken verklaarde de rechtbank de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk. De rechtbank sprak de verdachte vrij van beide tenlastegelegde feiten en wees de schadevordering af. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer strafzaken onder voorzitterschap van C. Sikkel.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van diefstal met geweld en openlijke geweldpleging wegens onvoldoende bewijs en ontbrekend opzet.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10.389041.24
Datum uitspraak: 9 april 2026
Datum zitting: 26 maart 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1993 in [geboorteplaats]
ingeschreven op het adres [adres 1], [postcode] te [plaatsnaam].
Advocaat van de verdachte: mr. T.S. Kessel
Officier van justitie: mr. H.A. van Wijk
Benadeelde partij: [benadeelde partij]
Kern van het vonnis
De verdachte wordt vrijgesproken van diefstal met geweld omdat haar betrokkenheid bij dit feit niet kan worden vastgesteld en er geen sprake is van medeplegen. Ook wordt zij vrijgesproken van openlijke geweldpleging nu opzet op het plegen van dit feit ontbreekt. Gelet op de vrijspraken wordt de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard.

1.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte van het plegen van diefstal met geweld (feit 1) en het plegen van openlijk geweld (feit 2).
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat:
1
zij op of omstreeks 8 oktober 2024 te Dordrecht, op de openbare weg, te weten op een parkeerplaats gelegen achter het [adres 2], in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een tas met inhoud, waaronder (een) mobiele telefoon(s), een kenteken- en/of rijbewijs op naam van [aangever], een contant geldbedrag, een pakje sigaretten, een aansteker en (een) vape(s), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of haar mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [aangever], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door meermalen, althans eenmaal:
- in een auto met hoge snelheid op die [aangever] af te rijden en/of
- die [aangever], met kracht, bij de schouders, althans het lichaam, te pakken en/of
- die [aangever] tegen de benen, althans het lichaam, te schoppen en/of te trappen en/of
- aan de (schouder)tas van die [aangever] te trekken en/of
- die [aangever] op de grond te gooien en/of te duwen en/of
- die [aangever] tegen de schouder en/of de nek en/of het hoofd te slaan;
2
zij op of omstreeks 8 oktober 2024 te Dordrecht, openlijk, te weten op een parkeerplaats gelegen achter het [adres 2], in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [aangever] door meermalen, althans eenmaal:
- in een auto met hoge snelheid op die [aangever] af te rijden en/of
- die [aangever], met kracht, bij de schouders, althans het lichaam, te pakken en/of
- die [aangever] tegen de benen, althans het lichaam, te schoppen en/of te trappen en/of
- aan de (schouder)tas van die [aangever] te trekken en/of
- die [aangever] op de grond te gooien en/of te duwen en/of
- die [aangever] tegen de schouder en/of de nek en/of het hoofd te slaan.

2.Vrijspraak

2.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor de feiten. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
2.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit van de feiten. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
2.3.1.
Vrijspraak feit 1
Gelet op de camerabeelden vallen de gedragingen van de [medeverdachte] naar hun uiterlijke verschijningsvorm te kwalificeren als diefstal met geweld. Het dossier bevat echter onvoldoende bewijs voor de betrokkenheid van de verdachte. De rechtbank stelt allereerst vast dat de verdachte zelf geen wegnemingshandeling(en) heeft verricht. Ook heeft zij niet bijgedragen aan het geweld dat met de diefstal van de tas gepaard ging. De rechtbank concludeert dat de klap die de verdachte aan aangever heeft gegeven, niet in verband staat met de diefstal van de tas. Met andere woorden, die klap staat op zichzelf en is geen onderdeel van de diefstal met geweld die door [medeverdachte] werd gepleegd.
Omdat de verdachte geen uitvoeringshandelingen heeft verricht voor de diefstal met geweld, ziet de rechtbank zich voor de vraag gesteld of de verdachte op andere wijze een bijdrage van voldoende gewicht heeft geleverd, zodat van medeplegen kan worden gesproken. Daar is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van. Uit het dossier kan niet worden afgeleid dat er een plan was om de tas te stelen. Dat de verdachte anderszins op de hoogte was van of een bijdrage heeft geleverd aan de diefstal met geweld, is ook niet gebleken. De verdachte wordt daarom vrijgesproken van feit 1.
2.3.2.
Vrijspraak feit 2
De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of de verdachte opzet had – al dan niet in voorwaardelijke zin – op het in vereniging plegen van openlijk geweld. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. Op de camerabeelden is te zien dat de verdachte uit de auto stapt, terwijl het geweld door de [medeverdachte] al gaande is. Zij sluit zich niet direct aan bij het door hem gepleegde geweld. Wanneer aangever enig moment later voor haar staat, neemt de rechtbank waar dat de verdachte door iets getriggerd lijkt te worden, waarna zij aangever met een vlakke hand één klap geeft. Deze klap kwalificeert de rechtbank als op zichzelf staand. Concluderend bevat het dossier onvoldoende bewijs voor (voorwaardelijk) opzet op het in vereniging plegen van geweld. De verdachte wordt daarom ook vrijgesproken van feit 2.

3.Vordering van de benadeelde partij

3.1.
Vordering [benadeelde partij]
heeft als benadeelde partij € 1.402,32 als vergoeding van materiële schade en € 3.000,- als vergoeding van immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
3.2.
Standpunt van de officier van justitie
De vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen.
3.3.
Standpunt van de verdediging
Ten aanzien van de materiële schade heeft de verdediging de volgende verweren gevoerd.
De schadeposten met betrekking tot de fysiotherapiebehandelingen, de tas en het contante geld zijn onvoldoende onderbouwd en dienen niet-ontvankelijk te worden verklaard. Ten aanzien van het rijbewijs en het kentekenbewijs refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank. De immateriële schade dient gelet op de aanleiding van het incident aanzienlijk gematigd te worden.
3.4.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering, omdat de verdachte wordt vrijgesproken.

4.Beslissingen

De rechtbank:
Vrijspraak
verklaart niet bewezen dat de verdachte de feiten 1 en 2 heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;
Vordering benadeelde partij
verklaart de [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in de vordering.

5.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. C. Sikkel, voorzitter,
en mrs. L. den Teuling en E.H.N. van Hees, rechters,
in tegenwoordigheid van mr H. Tchang, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 9 april 2026.
Mr. L. den Teuling is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.