De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarigen, geboren in 2010 en 2017, die bij hun ouders wonen. De kinderrechter hield op 17 maart 2026 een zitting met gesloten deuren, waarbij de vader en een vertegenwoordiger van de GI aanwezig waren. Minderjarige 1 voerde een kindgesprek met de rechter, minderjarige 2 niet.
De GI lichtte toe dat minderjarige 1 vanwege gedragsproblemen en dreigementen richting een docente thuiszit en begeleiding krijgt van Bureau Halt en de Waag. Voor minderjarige 2 waren geen individuele zorgen, maar wel aandacht voor de thuissituatie. De vader vond verlenging niet nodig en zag voldoende hulpverlening via Bureau Halt.
De kinderrechter oordeelde dat minderjarige 1 nog steeds ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd en verlengde de ondertoezichtstelling voor zes maanden. Voor minderjarige 2 waren geen ernstige bedreigingen meer, waardoor het verzoek voor haar werd afgewezen. De beschikking werd op 20 april 2026 schriftelijk vastgesteld.