Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:4570

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
17 maart 2026
Publicatiedatum
20 april 2026
Zaaknummer
C/10/714636 / JE RK 26-261
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aanhouding ondertoezichtstelling minderjarigen wegens zorgen over schoolgang en opvoeding

De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen vanwege zorgen over hun schoolgang, persoonlijke problematiek en de verschillen in opvoedstijl van de ouders. De kinderen wonen gescheiden bij vader en moeder, waarbij beide ouders bereid zijn hulpverlening in te zetten, maar onvoldoende in staat zijn dit gezamenlijk te organiseren.

Tijdens de zitting gaven zowel de moeder als de vader aan dat een ondertoezichtstelling niet nodig is, omdat er al veel hulpverlening is geweest en de situatie recentelijk verbeterd is. De kinderen zijn gestart met speciale schooltrajecten en therapieën, en er is rust teruggekeerd sinds zij niet meer onder één dak wonen.

De kinderrechter constateert dat hoewel er positieve veranderingen zijn, deze nog pril zijn en het belang van de kinderen vraagt om voortzetting van deze ontwikkeling. Omdat de gecertificeerde instelling niet is verschenen en geen standpunt heeft ingenomen, besluit de kinderrechter het verzoek aan te houden en de situatie over ongeveer vier maanden opnieuw te beoordelen. De Raad wordt verzocht een rapportage te overleggen ter voorbereiding van de volgende zitting.

Uitkomst: De kinderrechter houdt het verzoek tot ondertoezichtstelling aan en plant een nieuwe zitting over vier maanden.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/714636 / JE RK 26-261
Datum uitspraak: 17 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de Raad,
over
[minderjarige 1],
geboren op [geboortedatum 1] 2011 in [geboorteplaats], hierna te noemen: [minderjarige 1],
[minderjarige 2],
geboren op [geboortedatum 2] 2012 in [geboorteplaats], hierna te noemen: [minderjarige 2].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats],
[naam vader],
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats].

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van de Raad met bijlagen, ontvangen op 9 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • de moeder;
  • de vader;
- een vertegenwoordiger van de Raad, [naam 1].
De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, hierna te noemen: de GI, is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de GI wel juist is opgeroepen.
1.3.
De kinderrechter heeft bijzondere toegang tot de mondelinge behandeling verleend aan [naam 2], de coach van [minderjarige 2].
1.4.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] uitgenodigd voor een kindgesprek. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid.
2.
De feiten
2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2].
2.2.
[minderjarige 1] woont bij de vader.
2.3.
[minderjarige 2] woont bij de moeder.

3.Het verzoek

3.1.
De Raad verzoekt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De Raad handhaaft het verzoek ter zitting en licht het nader toe. Er zijn zorgen over de schoolgang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en over hun kind-eigen problematiek. Daarnaast maken de verschillen in de opvoedstijl van de ouders de situatie ingewikkeld. De ouders zijn weliswaar bereid, maar onvoldoende in staat om gezamenlijk passende hulpverlening in te zetten en die ook doorgang te laten vinden. Een ondertoezichtstelling is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat de regie voor het uitzetten van de hulpverlening bij een vaste jeugdbeschermer ligt en de hulpverlening kan worden gemonitord. De Raad acht systemische hulpverlening nodig.
4.2.
De moeder maakt ter zitting kenbaar dat zij een ondertoezichtstelling niet nodig vindt. Er is al veel hulpverlening betrokken geweest en het gaat de afgelopen periode beter met de meiden. [minderjarige 2] gaat deze week weer starten op haar oude school, [naam school]. Dit doet zij in een speciale klas voor leerlingen die een moeilijke periode achter de rug hebben. [minderjarige 2] wil zelf liever terug naar haar oude klas, maar door de problemen die zich eerder hebben voorgedaan mag dit niet van de school. Op dit moment heeft [minderjarige 2] geen dagbesteding. Wel is zij weer begonnen met paardrijden. [minderjarige 2] heeft sinds haar verblijf bij Fidelity Zorg in Hoenderloo geen goed ritme meer. De moeder is stap voor stap bezig om dit samen met [minderjarige 2] opnieuw op te bouwen. De afgelopen maanden is het niet meer geëscaleerd in de thuissituatie. Het enige waarin de ouders verschillen qua aanpak, zijn de regels over het telefoongebruik. Nu [minderjarige 1] bij de vader verblijft en [minderjarige 2] bij de moeder, gaat het beter met hen. Het is niet in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] als er een wisseling komt in de betrokken hulpverleners. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben autisme, waardoor veranderingen moeilijk zijn. Daarnaast komt er al systeem therapie vanuit de Viersprong. Het klopt niet dat de moeder niet met systeem therapie akkoord zou gaan. Een dwangkader helpt niet bij [minderjarige 1] en [minderjarige 2], dit werkt juist averechts.
4.3.
De vader maakt ter zitting kenbaar dat hij een ondertoezichtstelling niet nodig vindt. De vader heeft moeite met het rapport van de Raad. Er staan feitelijke onjuistheden in het rapport. De vader mist in het rapport de vooruitgang van de meiden. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn beiden in de puberteit beland en hebben last van de overgang van de basisschool naar de middelbare school. Vooral [minderjarige 2] heeft hier veel moeite mee gehad. Zij is veel weggelopen en heeft heftige dingen op social media geplaatst. De ouders hebben hier altijd bovenop gezeten en zelf de benodigde hulpverlening ingezet. Youz heeft de ouders geadviseerd om [minderjarige 2] naar Fidelity Zorg in Hoenderloo te sturen. Daar is het helemaal misgegaan met [minderjarige 2] en zijn er dingen gebeurd die niet goed voor haar zijn. Nu woont [minderjarige 1] bij de vader en [minderjarige 2] bij de moeder. Dit heeft voor rust gezorgd. De meiden lopen niet meer weg en maken geen misbruik meer van het wisselen tussen de ouders. [minderjarige 1] haar schoolgang loopt al moeizaam sinds groep zes van de basisschool. [minderjarige 1] vindt het lastig om stil te zitten en te luisteren naar de docent. Zij is nu een traject gestart in een speciale klas voor kinderen die moeite hebben met naar school gaan. [minderjarige 1] gaat nu één dag per week naar deze speciale klas en bereid zich voor op mbo-niveau 1. De ouders zijn zelf bezig met het inzetten van de juiste hulpverlening voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. Daarnaast moeten [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zelf ook gemotiveerd raken. Zij hebben beiden een persoonlijke coach en [minderjarige 1] gaat starten met therapie bij de Viersprong. [minderjarige 1] is meervoudig begaafd maar heeft een trage verwerkingssnelheid. Anders dan de Raad beschrijft, verschillen de ouders niet veel in opvoedstijl.

5.De beoordeling

5.1.
Uit de stukken en ter zitting is gebleken dat er de afgelopen periode grote zorgen waren over [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. Beide kinderen kampen met persoonlijke problematiek en gingen al lange tijd niet naar school. Ook vertoonden [minderjarige 1] en [minderjarige 2] beiden wegloopgedrag. [minderjarige 1] is als gevolg hiervan op een crisisgroep geplaatst en daarna met Ambulante Spoedhulp bij de vader gaan wonen. [minderjarige 2] heeft een periode bij Fidelity Zorg in Hoenderloo verbleven. Deze plaatsing is niet goed verlopen en [minderjarige 2] heeft een onrustige periode achter de rug. Inmiddels woont [minderjarige 2] weer bij de moeder. Nu de kinderen niet meer onder een dak wonen, is de rust volgens de ouders wedergekeerd. Voor zowel [minderjarige 1] als [minderjarige 2] is een start gemaakt met het oppakken van hun schoolgang en zij hebben beiden een coach. [minderjarige 1] gaat starten met therapie bij de Viersprong. De Viersprong zal ook systeemtherapie inzetten. De ouders hebben de afgelopen periode laten zien dat zij bereid zijn om de benodigde hulpverlening voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in te zetten en er lijkt hierdoor een positieve verandering te ontstaan.
5.2.
Deze positieve verandering is echter nog erg pril. Het is in het belang van de ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] noodzakelijk dat er ook de komende periode stappen in de goede richting worden gezet. De ouders achten zichzelf in staat om de positieve verandering gezamenlijk, zonder de betrokkenheid van een vaste jeugdbeschermer, voort te zetten. Nu de GI ter zitting niet is verschenen, heeft de GI geen standpunt kunnen innemen over de vraag of een ondertoezichtstelling in de onderhavige situatie noodzakelijk is. De kinderrechter ziet twee betrokken ouders en wil hen de kans geven om te laten zien dat zij hiertoe in staat zijn. Dit maakt dat de kinderrechter op dit moment nog geen ondertoezichtstelling zal uitspreken. Gelet op de grote zorgen die er zijn geweest en het feit dat deze zorgen nog niet volledig zijn weggenomen, acht de kinderrechter het wel van belang om een vinger aan de pols te houden en de situatie over ongeveer vier maanden opnieuw te beoordelen.
5.3.
De kinderrechter zal het verzoek daarom aanhouden.
5.4.
De Raad wordt verzocht om
uiterlijk twee weken voor de na te noemen zittingsdatum een briefrapportageaan de kinderrechter te doen toekomen, met afschrift daarvan aan de ouders, waarin de Raad gemotiveerd aangeeft of het verzoek wordt gehandhaafd.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
houdt de behandeling van het verzoek aan en roept de Raad, de GI, de moeder en de vader op voor de zitting van de rechtbank Rotterdam,
locatie Rotterdam, in het gerechtsgebouw aan
Wilhelminaplein 100 / 125 te Rotterdam,op
14 juli 2026 te 14:00 uur, teneinde nader op het verzoek te worden gehoord;
6.2.
de zaak zal op bovengenoemde datum, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. S. Riege, kinderrechter;
6.3.
bepaalt dat een afschrift van beschikking geldt als oproeping voor de zitting van de Raad, de GI, de moeder en de vader;
6.4.
gelast de oproeping van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voor gesprek met de kinderrechter tegen bovengenoemde datum en tijdstip.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2026 door mr. S. Riege, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. A.L. Bottse als griffier, en op schrift gesteld op 20 april 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.