ECLI:NL:RBROT:2026:4576
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning bijstandsuitkering in de vorm van een lening vanwege vermoedelijk vermogen op korte termijn
Eiseres heeft bijstand aangevraagd nadat zij vanuit Vlaardingen naar Rotterdam was verhuisd. Het college kende haar bijstand toe in de vorm van een lening, omdat zij mede-eigenaar is van een woning op Curaçao waarvan zij mogelijk een deel van de waarde kan verkrijgen. Eiseres startte een echtscheidingsprocedure, maar er waren nog geen afspraken over alimentatie of verdeling van het vermogen.
Het college baseerde het besluit op artikel 48, tweede lid, aanhef en onder a, van de Participatiewet, dat bijstand als lening kan worden toegekend indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de belanghebbende op korte termijn over voldoende middelen zal beschikken. Eiseres betoogde dat het verkrijgen van duidelijkheid over haar rechten op de woning tijd kost en niet binnen korte termijn mogelijk is.
De rechtbank oordeelde dat het niet onredelijk is om binnen korte termijn nadere gegevens te verkrijgen en dat eiseres haar wettelijke verplichting heeft om inzicht te geven in haar vermogenspositie. Het college heeft niet onzorgvuldig gehandeld. Het beroep van eiseres is ongegrond verklaard, en zij krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de bijstand terecht als lening is toegekend.