Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:4576

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
21 april 2026
Publicatiedatum
20 april 2026
Zaaknummer
ROT 25/7334
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 48 Participatiewet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning bijstandsuitkering in de vorm van een lening vanwege vermoedelijk vermogen op korte termijn

Eiseres heeft bijstand aangevraagd nadat zij vanuit Vlaardingen naar Rotterdam was verhuisd. Het college kende haar bijstand toe in de vorm van een lening, omdat zij mede-eigenaar is van een woning op Curaçao waarvan zij mogelijk een deel van de waarde kan verkrijgen. Eiseres startte een echtscheidingsprocedure, maar er waren nog geen afspraken over alimentatie of verdeling van het vermogen.

Het college baseerde het besluit op artikel 48, tweede lid, aanhef en onder a, van de Participatiewet, dat bijstand als lening kan worden toegekend indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de belanghebbende op korte termijn over voldoende middelen zal beschikken. Eiseres betoogde dat het verkrijgen van duidelijkheid over haar rechten op de woning tijd kost en niet binnen korte termijn mogelijk is.

De rechtbank oordeelde dat het niet onredelijk is om binnen korte termijn nadere gegevens te verkrijgen en dat eiseres haar wettelijke verplichting heeft om inzicht te geven in haar vermogenspositie. Het college heeft niet onzorgvuldig gehandeld. Het beroep van eiseres is ongegrond verklaard, en zij krijgt geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de bijstand terecht als lening is toegekend.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 25/7334

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 april 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. P. van Baaren),
en

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, het college

(gemachtigde: mr. Z. Abachi).

Samenvatting

1.1.
Deze uitspraak gaat over de aan eiseres toegekende bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet (Pw) in de vorm van een lening. Eiseres is het niet eens met de vorm waarin de bijstand is verleend. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het beroep.
1.2.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college op goede gronden de bijstand heeft toegekend in de vorm van een lening.

Procesverloop

2.1.
Met een besluit van 30 april 2025 (het primaire besluit) heeft het college aan eiseres met ingang van 30 maart 2025 een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet (Pw) toegekend in de vorm van een lening.
2.2.
Met een besluit van 4 september 2025 (het bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit, onder aanvulling van de motivering, ongegrond verklaard.
2.3.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.4.
De rechtbank heeft het beroep op 23 maart 2026 op zitting behandeld.
Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, de gemachtigde van het college en mr. A. Hielkema.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit
3.1.
Eiseres heeft op 28 maart 2025 een bijstandsuitkering aangevraagd. Zij ontving sinds 5 november 2024 bijstand van Stroomopwaarts (de gemeente Vlaardingen) en is naar Rotterdam verhuisd, waar zij met ingang van 30 maart 2025 een woning huurt.
Eiseres is sinds 28 december 2006 gehuwd en haar partner woont op Curaçao in een gezamenlijke koopwoning. Telefonisch heeft eiseres verklaard dat ze een echtscheidings-procedure is gestart, maar dat nog geen afspraken zijn gemaakt met betrekking tot alimentatie.
Uit de toekenningsbeschikking van Stroomopwaarts blijkt dat de gezamenlijke koopwoning op Curaçao aan eiseres en haar (ex-)partner toebehoort en dat eiseres mogelijk aanspraak kan maken op een deel van de waarde van deze woning. Aan eiseres wordt de verplichting opgelegd dat zij laat onderzoeken wat haar rechten en plichten zijn met betrekking tot deze woning. Zij dient vóór 1 maart 2025 aantoonbare actie te ondernemen.
Bij de aanvraag om bijstand in Rotterdam van 28 maart 2025 is gebleken dat eiseres nog steeds mede-eigenaar is van deze woning op Curaçao. In de rapportage met betrekking tot de aanvraag in Rotterdam staat vermeld dat eiseres mogelijk aanspraak kan maken op een deel van de waarde van deze woning.
Met het primaire besluit wordt bijstand toegekend naar de norm van een alleenstaande per 30 maart 2025. De bijstand wordt in afwachting van de waarde van de woning op Curaçao als lening toegekend.
3.2.
Het college heeft aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat bijstand wordt verleend in de vorm van een geldlening omdat redelijkerwijs kan worden aangenomen dat eiseres op korte termijn over voldoende middelen zal beschikken om over de betreffende periode in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien als bedoeld in artikel 48, tweede lid, aanhef en onder a, van de Pw.
Ter zitting heeft het college toegelicht dat op dit moment het vermogen van eiseres niet kan worden vastgesteld. Zodra er door haar meer duidelijkheid wordt verschaft kan het college de uitkering te zijner tijd omzetten naar een lening om niet. Afhankelijk van de informatie kan het college ook besluiten om de tot op dat moment verstrekte bijstandsuitkering in de vorm van een lening van eiseres terug te vorderen.
Het standpunt van eiseres
4. Eiseres betoogt dat ze niet in staat is op korte termijn over middelen te beschikken. Eiseres heeft weliswaar samen met haar (ex-)partner een koopwoning op Curaçao, waar zij mogelijk rechten aan kan ontlenen, maar er bestaan ook afspraken tussen eiseres en haar ex-partner, waaraan zij zich in beginsel moet houden. Eiseres stelt dat er onduidelijkheid is over de waarde van de woning en over het standpunt van haar ex-partner met betrekking tot de verdeling. Het is niet zo dat dit niet allemaal is op te lossen, maar dit kan niet binnen een paar weken of een paar maanden.
Het oordeel van de rechtbank
5. In artikel 48, tweede lid, aanhef en onder a, van de Pw is bepaald dat bijstand kan worden verleend in de vorm van een geldlening of borgtocht indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de belanghebbende op korte termijn over voldoende middelen zal beschikken om over de betreffende periode in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien.
6. De rechtbank stelt vast dat, gelet op het gestelde in artikel 48, tweede lid, aanhef en onder a, van de Pw, het er niet om gaat of op voorhand vaststaat dat eiseres over voldoende middelen zal beschikken, maar dat redelijkerwijs kan worden aangenomen dat eiseres op korte termijn over voldoende middelen zal beschikken om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien.
7. De rechtbank is van oordeel dat het niet onredelijk of onmogelijk is om (op korte termijn) nadere gegevens omtrent de gezamenlijke koopwoning op Curaçao te krijgen. Eiseres wist immers in november 2024 al dat zij aantoonbare actie moest ondernemen met betrekking tot de waarde van deze woning. Dat het verkrijgen van informatie volgens eiseres moeilijk is, ontslaat haar niet van haar wettelijke verplichting om inzicht te bieden in haar vermogenspositie. Het college heeft met inachtneming van de voorwaarden van artikel 48, tweede lid, aanhef en onder a, van de Pw terecht bijstand verleend in de vorm van een geldlening. Het is de rechtbank niet gebleken dat het college ter zake onzorgvuldig heeft gehandeld.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. Rutten, rechter, in aanwezigheid van R.P. Evegaars, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 21 april 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.