Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:4599

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
17 april 2026
Publicatiedatum
20 april 2026
Zaaknummer
ROT 24/11157
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.2 Wet dierenArt. 4.8 Regeling houders van dierenArt. 3 TransportverordeningArt. 6 TransportverordeningVerordening (EG) nr. 1/2005
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Boete voor het vervoeren van een rund met ernstige open wond en ziekte

Stens Transport B.V. kreeg een bestuurlijke boete van €6.000 opgelegd door de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur voor het vervoeren van een rund met een ernstige open wond en ziekte, in strijd met de Wet dieren en de Transportverordening.

De rechtbank behandelde het beroep en concludeerde dat de overtreding door de toezichthouder van de NVWA overtuigend was vastgesteld in een rapport met gedetailleerde waarnemingen van de toestand van het rund, waaronder een grote necrotische wond en symptomen van ziekte die al dagen aanwezig waren.

Stens Transport voerde aan dat het dier tijdens het laden geen afwijkingen vertoonde en dat de wond niet zichtbaar was, maar de rechtbank oordeelde dat de open wond en de ziekte het dier ongeschikt maakten voor transport en dat de transporteur hiervoor verantwoordelijk was.

De boete werd verhoogd vanwege een eerdere overtreding binnen vijf jaar. De rechtbank vond de boete proportioneel en handhaafde deze, waardoor het beroep ongegrond werd verklaard en Stens Transport geen proceskostenvergoeding kreeg.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de boete van €6.000 wegens het vervoeren van een ziek rund met een ernstige open wond.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 24/11157

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 april 2026 in de zaak tussen

Stens Transport B.V., uit Staphorst, eiseres

en
de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, thans: de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, verweerder
(gemachtigde: mr. M.M. de Vries).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de bestuurlijke boete die verweerder met een besluit van 31 mei 2024 (het boetebesluit) aan eiseres heeft opgelegd voor overtreding van de Wet dieren. Eiseres is het niet eens met die boete. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de rechtmatigheid van de boete.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder heeft bewezen dat eiseres de overtreding heeft gepleegd, dat deze overtreding haar kan worden verweten en dat de boete terecht is opgelegd. Eiseres krijgt dus geen gelijk. Het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2.
2.1.
Met het boetebesluit heeft verweerder eiseres een boete opgelegd van € 6.000,-. In het bestreden besluit van 4 november 2024 heeft verweerder de bezwaren van eiseres ongegrond verklaard en heeft verweerder de boete gehandhaafd.
2.2.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 15 januari 2026 op een zitting behandeld. Namens verweerder is de gemachtigde verschenen. Namens eiseres is verschenen [naam], middellijk bestuurder van eiseres.

Totstandkoming van het bestreden besluit

3. Verweerder heeft zijn besluit gebaseerd op een rapport van bevindingen dat op 31 januari 2024 is opgemaakt door een toezichthouder van de NVWA (het rapport). In het rapport staat onder meer het volgende:

Bevinding(en):
Datum en tijdstip van de bevinding: 26 januari 2024, omstreeks 13:43 uur. […]
Op het tijdstip van mijn bevindingen bevond ik mij in de stal van runderslachthuis Ameco te Apeldoorn. Ik was die dag belast met de keuring van de levende dieren voorafgaand aan de slacht, de antemortemkeuring (AM-keuring).
Tijdens mijn inspectie, zag ik op stal dat van een wagen kenteken [kenteken] met aanhanger (zie foto 7) een rund met I&R oornummer [nummer 1] werd gelost (zie foto 6). Ik zag dat het dier bij het van de wagen aflopen diepliggende ogen had dit kan een teken van ernstige vermagering zijn en van pijn. Ik zag dat ze een afwijkende houding had ze liep met een gestrekte hals en had een pompende ademhaling met wijdstaande neusgaten, dit kan een teken zijn van klachten van de luchtwegen zoals benauwdheid en een uiting van stress en pijn (zie foto 1,2,3 en video). Ze had een opgetrokken buik een teken dat ze weinig gegeten had, dit kan een teken zijn van zich ziek voelen (zie foto 4,5 en video). Ze stonk ook ernstig naar weefselverval (necrose). Ik heb het rund in de stal van het slachthuis nader onderzocht. Ik zag de volgende bevindingen, ze was mager, het vel zat strak om haar botten, haar ribben kon je goed tellen en ook de botten van haar kop, schouders, rug en bekken waren goed te onderscheiden. Ze had een gestrekte hals en had een pompende ademhaling, ze had wijdt uitstaande neusgaten (neusvleugelen) ook stond er schuim op haar bek dit is een teken van benauwdheid (zie video). Ze liet zich slecht aanzetten om te lopen. De conclusie is dat het om een zieke zeer magere benauwde koe ging met de pompende ademhaling. Omdat ze ook niet slachtwaardig was is ze gedood om afgevoerd te worden voor destructie. Toen ze op de grond lag kon ik goed de uier zien waar een grote open wond van 20 bij 15 cm zat er zat geen vel meer en was een gapende plek dus zonder huid (epitelisatie) en met veel weefselverval (necrose) had een grijzige tint en stonk enorm (zie foto 8,9). Ze had een grote open wond aan haar uier wat gepaard ging met veel weefselverval met een penetrante geur.
Ze had al langer een slechte eetlust doordat ze ziek was, dit blijkt uit het feit dat ze een opgetrokken buik had, ze was ziek door een probleem met haar luchtwegen en door de necrotische wond aan de uier hierdoor kon ze zich er niet toe kon zetten naar het voerhek te lopen om te vreten. De koe was al langer ziek, minstens enkele dagen. De open wond zonder huid (epitelisatie) met weefselverval (necrosevorming) heeft dagen tot weken nodig om dit aspect te krijgen, daarom ging het om een ernstige open wond. Een opgetrokken buik door niet voldoende te eten heeft minstens een dag maar waarschijnlijker dagen nodig om zo ernstig te worden. Het dier was ziek en had een grote open wond en daarom was ze niet transportwaardig.
Op de door het slachthuis aan mij verstrekte aanvoerbon (datum 26-01-2024) waar het rund op staat vermeld, staat beschreven dat het eerste rund om 10.00 uur op de wagen was geladen en dat de wagen om 13:05 uur was aangekomen bij Ameco (zie bijlage aanvoerbon). Op de VKI stond geen behandeling of aandoening vermeld (zie bijlage VKI).
De ernstige open wond aan de uier heeft dagen nodig om necrotisch te worden (zie bijlage Wondgenezing antedatering subacuut, eind inflammatory fase) en was al voor aanvang van transport aanwezig. Ernstige benauwdheid door een longontsteking waarbij het dier zijn lichaamshouding aanpast (gestrekte hals) is een symptoom van een ziek dier en bestond al een dag of meerdere dagen. Een opgetrokken buik door slechte eetlust is een symptoom van een ziek dier en heeft ook meer dan een dag nodig om zich te ontwikkelen, al deze ziekte symptomen waren bij dit dier aanwezig en bestonden zoals beschreven al dagen voor de aanvang van het transport.
Op de aanvoerbon staat beschreven dat Stens Transport B.V. het rund naar het slachthuis had vervoerd (zie aanvoerbon). Bij het raadplegen van het NVWA verleningensysteem bleek het bedrijf een vervoerdersvergunning te hebben met nummer [nummer 2] (zie bijlage uitdraai erkenning vervoerder uit NVWA verleningensysteem).
Door de transporteur kon voorafgaande aan het transport ingeschat worden dat het vervoeren van een ziek ernstig benauwd en vermagerd rund met een open wond aan het uier een verhoogd risico op letsel en/of onnodig lijden zou veroorzaken, doordat het rund zich onderweg zou stoten aan de wanden van de wagen, het hekwerk op het slachthuis of vallen met pijn tot gevolg.
De transporteur vervoerde een dier dat niet vervoerd had mogen worden, omdat het dier niet geschikt was voor het (voorgenomen) transport. Het dier was niet geschikt voor het (voorgenomen) transport, omdat het dier een ernstige open wond vertoonde en ziek was. […]”
4. Op grond van het rapport heeft verweerder vastgesteld dat eiseres als vervoerder een rund heeft vervoerd dat niet geschikt was voor het voorgenomen transport, omdat het rund een ernstige open wond vertoonde en ziek was. Dit betreft een overtreding van artikel 6.2, eerste lid, van de Wet dieren, gelezen in samenhang met artikel 4.8 van de Regeling houders van dieren, en de artikelen 3, aanhef en onder b en 6, derde lid, en bijlage I, hoofdstuk I, paragraaf 1 en 2, aanhef en onder b, van de Transportverordening [1] . Daarvoor heeft verweerder eiseres een boete opgelegd van € 6.000,-. Verweerder heeft het standaardboetebedrag (€ 1.500,-) verhoogd, omdat eiseres op 13 juli 2018 (boetezaaknummer 201802150; boete € 4.500,-) eerder beboet is voor eenzelfde overtreding en er nog geen vijf jaar verlopen zijn sinds die eerdere boete onherroepelijk is geworden. [2]

Beoordeling door de rechtbank

5. Eiseres betwist dat het rund niet geschikt was voor het voorgenomen transport. Daartoe betoogt zij dat het dier is geladen door een ervaren en gecertificeerd chauffeur. De chauffeur heeft het rund vanwege haar mindere conditie apart gezet, maar voor de rest heeft de chauffeur geen afwijkende gang van voortbewegen of afwijkende symptomen waargenomen. De in het rapport opgenomen symptomen waren tijdens het laden niet aanwezig en het dier was op dat moment ook niet ziek. Daarnaast betoogt eiseres dat de veehouder het rund gewoon heeft aangeboden voor transport en daarbij geen bijzonderheden heeft gemeld. Op het VKI-formulier is bij de vraag of het dier in de afgelopen 35 dagen voorafgaand aan de slacht ziek is geweest en/of behandeld met diergeneesmiddelen, door de veehouder ‘nee’ geantwoord. Volgens eiseres moet het dier in shock zijn geraakt, ook wel genoemd shipping fever (Bovine respiratory disease, BRD). Een rund met BRD zou de symptomen als beschreven in het rapport kunnen vertonen. De necrose is tijdens het laden niet gezien of geroken en ook de toezichthouder heeft dit pas waargenomen op het moment dat het dier op de grond lag. Daarbij is de wond kennelijk schoongemaakt voor de foto, waardoor de indruk van de wond anders wordt. Omdat de chauffeur de wond niet heeft waargenomen, meent eiseres dat het rund van de wond ook geen belemmeringen ondervond. Eiseres meent ten slotte dat ten onrechte altijd de dierenarts van de NVWA wordt geloofd, terwijl aan haar eigen verklaringen geen waarde wordt gehecht.
5.1.
Uit vaste rechtspraak [3] van het College van Beroep voor het bedrijfsleven volgt dat in gevallen als deze, waarin een boete is opgelegd, de bewijslast dat sprake is van een overtreding, gelet op het vermoeden van onschuld, rust op het bestuursorgaan dat de boete heeft opgelegd. In beginsel mag een bestuursorgaan uitgaan van de bevindingen in een rapport van bevindingen, indien de controle is verricht en het rapport is opgemaakt door een hiertoe bevoegde toezichthouder en het rapport zelf geen grond biedt om aan de juistheid van de bevindingen te twijfelen. Een toezichthouder wordt geacht te beschikken over de benodigde expertise om het wettelijk geregelde toezicht te houden. Aan de bevindingen van een toezichthouder van de NVWA kan daarom niet lichtvaardig worden voorbijgegaan. Indien de bevindingen worden betwist, zal moeten worden onderzocht of er, gelet op de aard en inhoud van die betwisting, grond bestaat voor zodanige twijfel aan die bevindingen dat deze niet of niet volledig aan de vaststelling van de overtreding ten grondslag kunnen worden gelegd. Daarbij zal doorgaans van belang zijn de wijze waarop de bedoelde waarnemingen in het rapport zijn weergegeven en onderbouwd, alsmede de aard van de waarneming en daarbij in het bijzonder in welke mate die waarneming waarderende elementen kent.
5.2.
Uit de Transportverordening volgt dat onder meer zieke dieren en dieren met een ernstige open wond niet in staat worden geacht te worden vervoerd. [4] Ook als op grond van wat eiseres heeft aangevoerd eraan getwijfeld zou moeten worden of het rund reeds ziek was op het moment dat het dier werd geladen, staat voor de rechtbank vast dat het rund niet geschikt was voor het uitgevoerde transport. De toezichthouder heeft immers ook geconstateerd dat het rund een ernstige grote open wond had aan de uier. Volgens het rapport betrof het een wond van 20 bij 15 centimeter groot met “veel weefselverval (necrose)”. De wond had een grijzige tint en stonk enorm. De ontwikkeling tot de waargenomen situatie duurt volgens de toezichthouder dagen tot weken. Eiseres betwist deze bevindingen van de toezichthouder op zichzelf niet en de rechtbank ziet ook geen aanleiding om aan de bevindingen te twijfelen. Gelet hierop staat voldoende vast dat de ernstige open wond reeds voor aanvang van het transport aanwezig was en dat het dier om die reden niet geschikt was voor het voorgenomen transport.
5.3.
Naar het oordeel van de rechtbank is reeds daarmee vast komen te staan dat eiseres de haar verweten overtreding heeft begaan. Verweerder was bevoegd voor die overtreding een bestuurlijke boete op te leggen. Dat de wond slecht zichtbaar was omdat deze zich aan de onderkant van de uier bevond, maakt in dit geval niet dat de overtreding eiseres niet of in mindere mate kan worden verweten. Eiseres heeft niet gesteld, en het is de rechtbank ook niet gebleken, dat de open wond niet gezien kón worden. Zeker nu het dier zich al in een mindere conditie bevond, zoals eiseres ook heeft erkend, had de chauffeur aanleiding moeten zien voor een nader onderzoek voorafgaande aan het transport. Dat de veehouder geen bijzonderheden had gemeld, doet niet af aan de eigen verantwoordelijkheid van eiseres en maakt niet dat de overtreding eiseres in verminderde mate valt te verwijten.
5.4.
De rechtbank ziet in wat eiseres heeft aangevoerd, geen grond voor het oordeel dat de hoogte van de boete in dit geval onevenredig hoog is. Verweerder heeft de standaardboete opgelegd die past bij een dergelijke overtreding. De boete is verhoogd omdat eiseres eerder een boete heeft gekregen voor een vergelijkbare overtreding. Niet gebleken is dat verweerder de recidiveregeling niet op de juiste wijze heeft toegepast.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de opgelegde bestuurlijke boete in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Veling, rechter, in aanwezigheid van
mr. N.S.J. Letschert, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 17 april 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het College van Beroep voor het bedrijfsleven waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het College van Beroep voor het bedrijfsleven, Postbus 20021, 2500 EA ’s-Gravenhage.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het College van Beroep voor het bedrijfsleven vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Verordening (EG) nr. 1/2005 van de Raad van 22 december 2004 inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer en daarmee samenhangende activiteiten en tot wijziging van de Richtlijnen 64/432/EEG en 93/119/EG.
2.Artikel 2.5 van het Besluit handhaving en overige zaken Wet dieren.
3.Bijvoorbeeld de uitspraak van 11 juni 2024, ECLI:NL:CBB:2024:390.
4.Zie bijlage I, hoofdstuk I, paragraaf 1 en 2, aanhef en onder b.