Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het aanvraagformulier van [eiser] dat de rechtbank op 23 september 2025 heeft ontvangen, met bijlagen, en
- het reactieformulier van Vicini, met bijlagen,
- nadere producties overgelegd door [eiser] .
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
De werknemer trad op 1 januari 2025 in dienst als souschef bij Vicini B.V. en de arbeidsovereenkomst eindigde op 31 augustus 2025. De werknemer vorderde betaling van zijn salaris over augustus 2025, omdat hij zich op 29 juli 2025 ziek had gemeld wegens een arbeidsconflict. De bedrijfsarts constateerde situatieve arbeidsongeschiktheid en adviseerde een afkoelingsperiode.
De werkgever betaalde het salaris over augustus 2025 niet, stellende dat de werknemer zich onterecht ziek had gemeld en niet had gewerkt. De kantonrechter oordeelde dat situatieve arbeidsongeschiktheid onder artikel 7:628 lid 1 BW Pro valt, waarbij de werkgever het loon moet doorbetalen tenzij het niet werken redelijkerwijs voor rekening van de werknemer komt.
Vicini kon dit niet aannemelijk maken en erkende dat de werknemer zich na de afkoelingsperiode beschikbaar hield, maar niet werd ingedeeld. Daarom werd Vicini veroordeeld tot betaling van het salaris, de wettelijke verhoging van 50% en de wettelijke rente. Tevens werden de proceskosten aan Vicini opgelegd.
Uitkomst: Vicini wordt veroordeeld tot betaling van het salaris over augustus 2025, wettelijke verhoging, rente en proceskosten.