Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Centraal Beheer Achmea,
1.De procedure
2.De beoordeling
3.De beslissing
dinsdag 19 mei 2026 om 11:30in tweevoud moet zijn ontvangen op de rechtbank;
beidepartijen voor de maanden juni, juli en augustus 2026;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Achmea Schadeverzekeringen vordert van [gedaagde] een bedrag van €203,67 wegens schade aan een auto veroorzaakt bij een aanrijding op 23 april 2019. Achmea stelt dat [gedaagde] tegen het verkeer in fietste en daardoor aansprakelijk is. [gedaagde] betwist dit en voert aan dat hij in de juiste richting reed en dat de situatieschets op het schadeformulier onjuist is.
De rechtbank constateert dat Achmea haar stelling voldoende heeft onderbouwd met het ondertekende schadeformulier en de schade-expert rapportage, terwijl [gedaagde] zijn betwisting motiveert met een verklaring van een collega. Hierdoor kan de rechtbank nog geen definitief oordeel vellen en geeft zij Achmea een bewijsopdracht om te bewijzen dat [gedaagde] tegen het verkeer in reed.
Achmea krijgt de gelegenheid om schriftelijk bewijs, getuigen of ander bewijs te leveren voor de rolzitting van 19 mei 2026. Pas na bewijslevering en eventuele tegenbewijs kan de rechtbank de vordering toewijzen of afwijzen. De rechtbank wijst buitengerechtelijke incassokosten af wegens onvoldoende onderbouwing, maar zal bij bewezen aansprakelijkheid rente en proceskosten toewijzen.
De procedure wordt aangehouden totdat het bewijs is geleverd en beoordeeld. De kantonrechter mr. M.E. Vos heeft dit vonnis gewezen en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank wijst Achmea een bewijsopdracht toe om te bewijzen dat [gedaagde] tegen het verkeer in fietste; verdere beslissing wordt aangehouden.