Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:4615

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
9 april 2026
Publicatiedatum
20 april 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2604158:R-RK
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287a lid 1 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot gedwongen schuldregeling wegens onvoldoende betrouwbaar aanbod en onvoldoende inspanning schuldenaar

Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot toepassing van een gedwongen schuldregeling op grond van artikel 287a lid 1 Faillissementswet, waarbij een akkoord werd aangeboden aan elf schuldeisers met een uitkering van 29,88% van de vorderingen. Tien schuldeisers stemden in, maar BE Mobile weigerde instemming met het akkoord.

De rechtbank overweegt dat BE Mobile gerechtigd is te verlangen dat haar volledige vordering wordt voldaan en dat de weigering in beginsel gegrond kan zijn. De vraag is of deze weigering redelijk is, waarbij de belangen van BE Mobile worden afgewogen tegen die van verzoeker en de overige schuldeisers.

De rechtbank constateert dat het aanbod onvoldoende betrouwbaar en controleerbaar is gedocumenteerd, met name de inleg van € 2.650,-- als waarde van een auto kan niet worden geverifieerd. Tevens is onduidelijk welk vermogen is meegenomen, en de schuldenaar volgt een BBL-opleiding waardoor hij niet kan deelnemen aan het arbeidsproces en niet voldoet aan de inspanningsverplichting.

Gelet op deze omstandigheden weegt het belang van BE Mobile zwaarder dan dat van verzoeker en de overige schuldeisers. Daarom wordt het verzoek tot gedwongen schuldregeling afgewezen.

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen na uitspraak, uitsluitend door een advocaat in te dienen bij het gerechtshof.

Uitkomst: Het verzoek tot gedwongen schuldregeling wordt afgewezen wegens onvoldoende betrouwbaar aanbod en onvoldoende inspanning van verzoeker.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team Insolventie
Rekestnummer: [nummer]
Afwijzen gedwongen schuldregeling
Vonnis van 9 april 2026
op het verzoek van
[verzoeker],
wonende te [adres] ,
[postcode] [woonplaats] ,
Verzoeker.

1.De procedure

Verzoeker heeft op 18 februari 2026, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a lid 1 Faillissementswet ingediend om een drietal schuldeisers, te weten:
  • Yellowbrick, in behandeling bij Coeo Incasso B.V., hierna te noemen: Yellowbrick;
  • Felyx Sharing B.V. met twee vorderingen, hierna te noemen: Felyx;
  • BE Mobile N.V., in behandeling bij Flitsmeister, hierna te noemen BE Mobile,
die weigeren mee te werken aan een door verzoeker aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling.
Ter zitting van 1 april 2026 zijn verschenen en gehoord:
  • verzoeker;
  • de heer [persoon A] , werkzaam bij Geldplein (hierna te noemen: schuldhulpverlening).
Schuldhulpverlening heeft voorafgaande aan de zitting bij e-mailbericht van 23 maart 2026 laten weten dat Felyx alsnog kan instemmen met de aangeboden schuldregeling. Schuldhulpverlening heeft ter zitting verklaard dat ook Yellowbrick alsnog heeft ingestemd met de aangeboden schuldregeling. Het verzoek ten aanzien van Felyx en Yellowbrick worden derhalve als ingetrokken beschouwd.
De uitspraak is bepaald op vandaag.

2.Het verzoek

Verzoeker heeft volgens het ingediende verzoekschrift elf concurrente schuldeisers met zestien vorderingen. Deze schuldeisers hebben in totaal een bedrag van € 8.868,36 van verzoeker te vorderen. Verzoeker heeft bij brief van 5 augustus 2025 een schuldregeling aangeboden aan zijn schuldeisers, inhoudende een betaling van 29,88% aan de concurrente tegen finale kwijting. Het betreft hier een nulaanbod met uitdeling van vermogen.
Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. Verzoeker heeft geen afloscapaciteit. Verzoeker is kindgedupeerde van de toeslagenaffaire. Om deze reden wordt uit de SPUK-regeling een bedrag van€ 2.650,-- ingelegd ten behoeve van de schuldeisers. Deze inleg staat gelijk aan de waarde van de auto die verzoeker in zijn bezit heeft. Verzoeker heeft ter zitting verklaard dat hij niet arbeidsongeschikt is. Hij volgt thans een BBL-opleiding voor beveiliger. Deze opleiding duurt nog een jaar. Hij gaat stage lopen waarvoor hij betaald zal worden. Schuldhulpverlening heeft ter zitting verklaard dat bij een beroep op de SPUK-regeling alleen het aanbieden van een saneringskrediet mogelijk is.
Volgens de aangeboden schuldregeling wordt het aangeboden percentage – door middel van een door schuldhulpverlening ter beschikking gesteld saneringskrediet – in één keer aan de schuldeisers uitgekeerd.
Tien schuldeisers stemmen met de aangeboden schuldregeling in. BE Mobile stemt hier niet mee in. Zij heeft een vordering van € 493,95 op verzoeker.

3.Het verweer

Hoewel behoorlijk opgeroepen heeft de weigerende schuldeiser geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid haar standpunten ter zitting toe te lichten.

4.De beoordeling

Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering, staat het belang van BE Mobile bij haar weigering vast.
De rechtbank ziet zich gesteld voor het beantwoorden van de vraag of BE Mobile in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling heeft kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij heeft bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoeker of de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad.
De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend en overweegt daartoe als volgt.
Vooropgesteld wordt dat de vordering van BE Mobile een aandeel vormt in de totale schuldenlast van 5,6%.
Naar het oordeel van de rechtbank kan niet worden vastgesteld dat het aanbod goed en controleerbaar is gedocumenteerd. Er is een bedrag van € 2.650,-- ingelegd als vermogen in verband met de waarde van de auto van schuldenaar. De waarde van de auto kan door de rechtbank niet worden gecontroleerd nu stukken daartoe ontbreken. De rechtbank kan dan ook niet vaststellen of het bedrag dat is ingelegd overeenkomt met de daadwerkelijke waarde van de auto. Naar de schuldeisers is onduidelijk gecommuniceerd welk vermogen is meegenomen in het aanbod, nu in de aanbodbrief is opgenomen dat het vermogen van schuldenaar € 0,00 bedraagt. Bovendien is het niet uitgesloten dat tijdens het minnelijk traject alsnog afloscapaciteit ontstaat, omdat verzoeker een betaalde stage gaat lopen.
De rechtbank is daarnaast van oordeel dat onvoldoende aannemelijk is dat het voorstel het uiterste is waartoe verzoeker in staat moet worden geacht. Het aanbod betreft een saneringskrediet gebaseerd op de waarde van een auto die verzoeker in bezit heeft. Verzoeker heeft op basis van de overgelegde stukken geen afloscapaciteit. Verzoeker heeft ter zitting verklaard dat hij niet arbeidsongeschikt is. Hij volgt thans een BBL-opleiding, waarbij hij een betaalde stage gaat lopen. Deze opleiding duurt nog een jaar. Verzoeker kan hierdoor niet deelnemen aan het arbeidsproces. Verzoeker voldoet hiermee niet aan de eis om minimaal 36 uur per week te werken en komt daarmee de inspanningsverplichting niet voldoende na.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de belangen van BE Mobile als weigerende schuldeiser zwaarder wegen dan die van verzoeker of de overige schuldeisers. Het verzoek om BE Mobile te bevelen in te stemmen met de door verzoeker aangeboden schuldregeling wordt daarom afgewezen.

5.De beslissing

De rechtbank:
- wijst af het verzoek om een gedwongen schuldregeling te bevelen.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Vroom, rechter, en in aanwezigheid van
C. van der Velde, griffier, in het openbaar uitgesproken op 9 april 2026. [1]