Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:4630

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
22 april 2026
Publicatiedatum
21 april 2026
Zaaknummer
ROT 22/2150 V
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen uitspraak over ontvangstvermoeden bij bijzondere bijstand afgewezen

Deze uitspraak betreft het verzet van opposante tegen de uitspraak van 16 maart 2023, waarin haar beroep tegen het besluit van 26 april 2022 ongegrond werd verklaard. Opposante stelde dat zij het primaire besluit van 4 augustus 2021 niet had ontvangen, ondanks dat een ingevuld formulier was geretourneerd.

De verzetrechter moest beoordelen of het verzet gegrond was en of er twijfel was gerezen over de buiten-zittingsuitspraak. De rechtbank concludeerde dat het primaire besluit naar het juiste adres was gestuurd en dat het geretourneerde formulier, dat als bijlage bij het besluit hoorde, een ontvangstvermoeden opriep dat niet was ontzenuwd.

De stellingen van opposante, waaronder dat begeleiders het besluit mogelijk hadden achtergehouden, leidden niet tot twijfel over de eerdere uitspraak. Daarom bleef de uitspraak van 16 maart 2023 in stand en werd het verzet ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzet tegen de uitspraak over het ontvangstvermoeden wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 22/2150 V

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 april 2026 op het verzet van

[naam opposante] , uit [plaats] , opposante

(gemachtigde: mr. P. van Baaren),
tegen de uitspraak van de rechtbank van 16 maart 2023 in het geding tussen
opposante
en

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, het college.

Inleiding

1. Deze uitspraak op het verzet van opposante gaat over de uitspraak van de rechtbank van 16 maart 2023 waarin de rechtbank het beroep van opposante, tegen het bestreden besluit van 26 april 2022, ongegrond heeft verklaard. [1]

Het verzet van opposante

2. In verzet voert opposante aan dat zij het besluit van 4 augustus 2021 (het primaire besluit) niet heeft ontvangen. Dat er een ingevuld formulier is geretourneerd betekent niet dat opposante het besluit, waar het formulier onderdeel van uitmaakt, heeft ontvangen. Opposante heeft in beroep aangegeven dat het formulier niet bij het besluit kan zijn gevoegd. Daar is de rechtbank niet op ingegaan. Opposante tekent nu eenmaal een formulier omdat dit van haar gevraagd wordt, maar het besluit ziet zij nooit. Het is voorts mogelijk dat begeleiders het formulier hebben geretourneerd, dan wel het besluit hebben achtergehouden.

Beoordeling door de rechtbank

3. In deze procedure moet de verzetrechter de vraag beantwoorden of het beroep van opposante bij de uitspraak van 16 maart 2023 terecht zonder zitting is afgedaan, omdat het beroep kennelijk ongegrond is. Dit betekent dat de beoordeling van de verzetrechter beperkt is tot de vraag of terecht uitspraak is gedaan zonder opposante op zitting te horen. Als in verzet argumenten naar voren worden gebracht, die ook nog hadden kunnen worden aangevoerd als wel een zitting zou zijn gehouden, moet worden beoordeeld of hierdoor twijfel ontstaat over de buiten-zittinguitspraak. Als dat het geval is, dan is het verzet gegrond en komt de buiten-zittinguitspraak te vervallen. Het onderzoek wordt dan voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
4. Naar het oordeel van de verzetrechter is geen twijfel ontstaan over de uitspraak van 16 maart 2023. Het is niet in geschil dat het primaire besluit van 4 augustus 2021 is verstuurd naar het adres van opposante, [adres] , [postcode] in [plaats] . Het is verder niet in geschil dat opposante een op 30 augustus 2021 ondertekend formulier “eigen verklaring besteding bijzondere bijstand” heeft geretourneerd aan het college. Dit formulier zit als bijlage bij het primaire besluit en wordt als zodanig ook in dat besluit genoemd. Dit formulier is bij het college ingekomen op 2 september 2021. De door opposante in verzet genoemde stellingen leiden naar het oordeel van de verzetrechter niet tot twijfel over de conclusie dat het ontvangstvermoeden (van het primaire besluit) wordt ontzenuwd.

Conclusie en gevolgen

5. Het verzet is ongegrond. Dat betekent dat dat de uitspraak van 16 maart 2023 in stand blijft.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Vrolijk, rechter, in aanwezigheid van mr. H. Sabanovic, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 22 april 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen in de bodemzaak op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.