ECLI:NL:RBROT:2026:4630
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen uitspraak over ontvangstvermoeden bij bijzondere bijstand afgewezen
Deze uitspraak betreft het verzet van opposante tegen de uitspraak van 16 maart 2023, waarin haar beroep tegen het besluit van 26 april 2022 ongegrond werd verklaard. Opposante stelde dat zij het primaire besluit van 4 augustus 2021 niet had ontvangen, ondanks dat een ingevuld formulier was geretourneerd.
De verzetrechter moest beoordelen of het verzet gegrond was en of er twijfel was gerezen over de buiten-zittingsuitspraak. De rechtbank concludeerde dat het primaire besluit naar het juiste adres was gestuurd en dat het geretourneerde formulier, dat als bijlage bij het besluit hoorde, een ontvangstvermoeden opriep dat niet was ontzenuwd.
De stellingen van opposante, waaronder dat begeleiders het besluit mogelijk hadden achtergehouden, leidden niet tot twijfel over de eerdere uitspraak. Daarom bleef de uitspraak van 16 maart 2023 in stand en werd het verzet ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet tegen de uitspraak over het ontvangstvermoeden wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.