De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2009. De minderjarige woont bij zijn vader en heeft recent twee contactmomenten gehad met zijn moeder, die positief verliepen, maar hij blijft ambivalent over het contact. De ouders ervaren spanningen en het contact tussen hen verloopt moeizaam.
Tijdens de zitting met gesloten deuren op 8 januari 2026 heeft de kinderrechter de minderjarige gehoord en de standpunten van de ouders en de GI afgewogen. De moeder stemt in met verlenging uit vrees dat het contact anders stopt, terwijl de vader stelt dat de betrokkenheid van een jeugdbeschermer weerstand oproept bij de minderjarige.
De kinderrechter concludeert dat de ontwikkeling van de minderjarige nog steeds ernstig wordt bedreigd door de spanningen tussen de ouders en het wisselende contact met de moeder. Daarom is het noodzakelijk dat een jeugdbeschermer betrokken blijft om het contact te monitoren en zo nodig hulpverlening in te zetten. De ondertoezichtstelling wordt verlengd tot 24 juli 2026 en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.