In deze kortgedingprocedure vordert de vrouw onder meer het bekendmaken van het tijdelijke verblijfsadres van de man met de minderjarige kinderen, het gedogen van telefoons en horloges van de kinderen bij de man, en wijziging van de zorgregeling. Tijdens de mondelinge behandeling trekt de vrouw haar vorderingen met betrekking tot het adres en de telefoons en horloges in, omdat het adres inmiddels bekend is en de man toestemt in het meenemen van de apparaten.
De kern van het geschil betreft de vordering tot wijziging van de zorgregeling, waarbij de vrouw wenst dat de kinderen op de zondag dat zij werkt om 16:30 uur bij haar moeder worden teruggebracht in plaats van bij haar. De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen spoedeisend belang is voor deze wijziging, mede omdat de voorgestelde wijziging feitelijk al eerder is uitgevoerd en de zorgregeling nog steeds wordt nageleefd.
De vordering tot wijziging wordt daarom afgewezen. Daarnaast veroordeelt de voorzieningenrechter de vrouw in de proceskosten, omdat zij een groot deel van haar vorderingen heeft ingetrokken tijdens de zitting en de resterende vordering niet spoedeisend was, waardoor de man onnodige kosten heeft moeten maken.