De Raad voor de Kinderbescherming heeft een verzoek ingediend tot ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2018, vanwege ernstige zorgen over haar ontwikkeling. De minderjarige wordt belast door de voortdurende strijd tussen haar ouders, die elkaar diskwalificeren, wat leidt tot een loyaliteitsconflict en een onveilige opvoedsituatie. Daarnaast zijn er aanwijzingen van kindermishandeling en seksueel grensoverschrijdend gedrag door de vader.
De moeder stemt in met het verzoek en onderschrijft de noodzaak van hulpverlening en rust voor de minderjarige. De vader heeft geen inhoudelijke bezwaren tegen de ondertoezichtstelling, maar verzoekt om een kortere duur van zes maanden in plaats van twaalf, om sneller tot concrete stappen te komen, met name voor herstel van contact.
De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond geeft aan dat er nog geen jeugdbeschermer beschikbaar is, maar benadrukt het belang van regie en het opstarten van hulpverlening en begeleide omgang. De kinderrechter oordeelt dat aan de voorwaarden voor ondertoezichtstelling is voldaan en wijst deze toe voor de duur van zes maanden, met een tussentijdse evaluatie gepland op 26 augustus 2026.
De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep. De kinderrechter benadrukt het belang van regie door de gecertificeerde instelling en het veilig herstellen van het contact tussen de minderjarige en haar vader.