Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:4779

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
31 maart 2026
Publicatiedatum
22 april 2026
Zaaknummer
C/10/712728 / FA RK 26-23
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 817 RvArt. 57 lid 2 RvArt. 1:1 onderdeel b WvggzArt. 1 lid 1 sub b Wzd
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Echtscheiding uitgesproken wegens duurzame ontwrichting huwelijk met toewijzing huurrecht woning

De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek tot echtscheiding van partijen, gehuwd sinds 23 december 2014 te Berkane, Marokko. De vrouw verzocht de echtscheiding uit te spreken wegens duurzame ontwrichting van het huwelijk, hetgeen door de man niet werd betwist. Tevens verzocht de vrouw het huurrecht van de echtelijke woning toe te wijzen.

De man stelde dat hij niet op de hoogte was van de procedure en vroeg om een nieuwe verweertermijn op grond van artikel 817 lid 2 Rv Pro, omdat hij op dat moment was opgenomen in een psychiatrische inrichting. De rechtbank oordeelde dat het verzoekschrift correct was betekend op het woonadres van de man op het moment van indiening en dat niet was gesteld of gebleken dat de man ten tijde van het verzoekschrift was opgenomen, wat een vereiste is voor toepassing van artikel 817 Rv Pro. Daarom werd geen nieuwe verweertermijn toegekend.

De rechtbank besloot de echtscheiding uit te spreken en het huurrecht van de woning toe te wijzen aan de vrouw. Het verzoek om de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren werd afgewezen, omdat het huwelijk pas eindigt bij inschrijving in de registers van de burgerlijke stand en er reeds een voorlopige voorziening was getroffen voor het uitsluitend gebruik van de woning. De proceskosten werden ieder voor eigen rekening gelaten.

Uitkomst: De rechtbank spreekt de echtscheiding uit wegens duurzame ontwrichting en wijst het huurrecht van de woning toe aan de vrouw, zonder nieuwe verweertermijn toe te kennen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team familie
zaaknummer / rekestnummer: C/10/712728 / FA RK 26-23
Beschikking van 31 maart 2026 over de echtscheiding
in de zaak van:
[naam vrouw], hierna: de vrouw,
volgens de Franse vertaling van de huwelijksakte: [naam] ,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat mr. S. Kandemir te Dordrecht,
t e g e n
[naam man], hierna: de man,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat mr. Y. Sijberden te Dordrecht.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 4 januari 2026;
  • het betekeningsexploot van 9 januari 2026;
  • het bericht van de man van 24 februari 2026;
  • het bericht van de vrouw van 25 februari 2026;
  • de berichten van de man met bijlage van 25 februari 2026;
  • het bericht van de man van 26 februari 2026;
  • het bericht van de man van 18 maart 2026.

2.De vaststaande feiten

2.1.
Partijen zijn met elkaar gehuwd te [paatsnaam] , op [datum] .
2.2.
In het kader van voorlopige voorzieningen heeft deze rechtbank op 13 februari 2026 bepaald dat de vrouw het uitsluitend gebruik heeft van de echtelijke woning in [adres] .

3.De beoordeling

3.1.
Verweertermijn
3.1.1.
Op 9 januari 2026 is het echtscheidingsverzoek betekend door achterlating van een brief op het adres waar de man op dat moment volgens de Basisregistratie Personen stond ingeschreven. Op grond van artikel 57 lid 2 Rv Pro is ook een afschrift van het exploot gestuurd naar het parket van de ambtenaar van het openbaar ministerie. Binnen de daarvoor gestelde termijn van 6 weken na betekening van het echtscheidingsverzoek (uiterlijk 21 februari 2026) is door de man geen verweerschrift ingediend.
3.1.2.
Op 25 februari 2025 verzoekt de man hem alsnog toe te staan verweer te voeren, gelet op de het fundamentele recht op hoor en wederhoor. De man stelt dat hij niet op de hoogte was van de echtscheidingsprocedure. Hij is van mening dat hij alsnog de kans moet krijgen zijn belangen volledig en adequaat te laten beoordelen voordat een definitieve uitspraak wordt gedaan. De man is op dat moment opgenomen in een psychiatrische inrichting van Yulius in Sliedrecht (hierna: Yulius). Gezien die omstandigheid beroept de man zich op artikel 817 lid 2 Rv Pro.
3.1.3.
De vrouw maakt gemotiveerd bezwaar tegen het verlenen van een nadere termijn voor een verweerschrift, omdat de stukken door de deurwaarder op de juiste manier zijn betekend.
3.1.4.
Op grond van artikel 817 lid 1 Rv Pro vermeldt het verzoekschrift het verblijf van de andere echtgenoot in een ziekenhuis, verpleeghuis, verpleeginrichting of een psychiatrische inrichting als bedoeld in het derde lid (een accommodatie als bedoeld in artikel 1:1, onderdeel b Wvggz, of als bedoeld in artikel 1 lid 1 sub b van Pro de Wzd). In het geval bedoeld in het eerste lid beveelt de rechter op grond van lid 2 van het artikel het bestuur van de raad voor rechtsbijstand aan deze echtgenoot een advocaat toe te voegen indien hij nog geen advocaat heeft en bepaalt hij tevens een nieuwe termijn voor het indienen van een verweerschrift.
3.1.5.
Artikel 817 Rv Pro biedt daarmee een bijzondere vorm van rechtsbescherming. De ratio daarachter is dat een echtgenoot in de omschreven situatie bijzondere bescherming behoeft, omdat zijn ziekte hem in de behartiging van zijn belangen ernstig belemmert (
Kamerstukken II1980/81, 15 638, nr. 6, p. 37). Die bescherming is noodzakelijk voor onder meer de financiële belangen van de echtgenoot (
Kamerstukken II1990/91, 21 881, nr. 3, p. 5 en 6). Daarbij is gekozen voor een afgebakend criterium van opname, omdat de rechter op andere situaties geen zicht kan hebben (vgl.
Kamerstukken II1978/79, 15 638, nr. 3, p. 26). De wetgever heeft dus gekozen voor een uiterlijk constateerbaar criterium.
3.1.6.
De advocaat van de man heeft een e-mailbericht van Yulius van 25 februari 2026 overgelegd waarin bevestigd wordt dat de man op dat moment is opgenomen in een psychiatrische inrichting. Het echtscheidingsverzoek is echter al op 9 januari 2026 betekend aan het woonadres van de man. Niet gesteld en ook niet gebleken is dat de man ten tijde van het indienen van het verzoekschrift opgenomen was. Zoals hiervoor uiteen is gezet, is dat een vereiste voor de toepasselijkheid van artikel 817 Rv Pro. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om een nieuwe termijn te bepalen voor het indienen van verweer. Het verzoek van de man wordt afgewezen. Dit betekent dat de verweertermijn is verstreken zonder dat er een verweerschrift is ingediend binnen de termijn die daarvoor staat. Op het echtscheidingsverzoek en de nevenvoorziening kan daarom worden beslist.
3.2.
Scheiding
3.2.1.
De vrouw verzoekt de echtscheiding tussen partijen uit te spreken. Zij stelt dat het huwelijk duurzaam is ontwricht.
3.2.2.
De man betwist de gestelde duurzame ontwrichting niet.
3.2.3.
De verzochte echtscheiding zal, als niet weersproken en op de wet gegrond, worden uitgesproken.
3.3.
Huurrecht woning
3.3.1.
De vrouw verzoekt het huurrecht van de woning.
3.3.2.
De rechtbank zal het verzoek met betrekking tot het huurrecht van de woning als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen.
3.4.
Uitvoerbaar bij voorraad
3.4.1.
De vrouw verzoekt de rechtbank de beschikking voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Dat betekent dat deze blijft gelden, ook als iemand het er niet mee eens is en in hoger beroep gaat. De rechtbank wijst dit verzoek af. De rechtbank kan de echtscheiding niet uitvoerbaar bij voorraad verklaren, omdat het huwelijk pas eindigt op het moment dat deze beschikking wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. De beslissing over het huurrecht kan niet uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard, omdat als voorlopige voorziening een beslissing is genomen over het uitsluitend gebruik van de woning. Deze voorlopige voorziening blijft gelden tot de beslissing hierover in de echtscheidingsprocedure in kracht van gewijsde gaat. Dit is het geval als er geen hoger beroep meer tegen die beslissing kan worden ingesteld.
3.5.
Proceskosten
3.5.1.
Gelet op de aard van de procedure zal de rechtbank bepalen dat elk van de partijen de eigen kosten draagt.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
spreekt uit de echtscheiding tussen partijen, gehuwd op 23 december 2014 te Berkane, Marokko;
4.2.
bepaalt dat de vrouw met ingang van het tijdstip waarop de echtscheidingsbeschikking zal zijn ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, huurster zal zijn van de echtelijke woning aan de [adres] ;
4.3.
compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;
4.4.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.M. Moerman, rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. I.C.A. van der Lee, griffier, op 31 maart 2026.
Tegen de eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- de verschenen partij(en), binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- de niet verschenen partij(en), binnen drie maanden na de betekening van de beschikking aan hem/haar in persoon of binnen drie maanden nadat deze op een andere manier is betekend en openbaar is gemaakt door het plaatsen van een uittreksel van de beschikking in de Staatscourant.