De Raad voor de Kinderbescherming heeft verzocht om verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige, die sinds januari 2026 onder toezicht staat en tot april 2026 uit huis geplaatst is. De kinderrechter heeft op 2 april 2026 de zitting met gesloten deuren voortgezet, waarbij de moeder, vertegenwoordigers van de Raad en de gecertificeerde instelling aanwezig waren. De minderjarige en moeder spreken Pools, waarvoor een beëdigde tolk werd ingezet.
De feiten tonen aan dat de minderjarige bij Embrace the Future verblijft en dat er positieve ontwikkelingen zijn, zoals verbetering van de relatie met de moeder, afname van middelengebruik en succesvolle overnachtingen bij de moeder. Desondanks is de situatie kwetsbaar door het hardnekkige karakter van de verslaving, het ontbreken van gestart passende hulpverlening en het risico van terugval bij terugkeer in de thuissituatie.
De kinderrechter oordeelt dat verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is om verdere stabilisatie en een gefaseerde terugplaatsing te waarborgen. De machtiging wordt verlengd tot 8 juli 2026 en is uitvoerbaar bij voorraad. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.