Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 april 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van Goeree-Overflakkee, het college
Samenvatting
.Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
.Eiser betwist dat sprake was van een gezamenlijke huishouding en dat in zijn geval sprake was van voldoende feiten en omstandigheden op grond waarvan het college diende af te wijken van dit rechtsvermoeden. Eiser betoogt dat de keuze om nog te blijven samenwonen niet vrijwillig was, maar kwam door de oververhitte woningmarkt. Eiser en zijn ex-partner deelden de lasten niet meer. Eiser betoogt dat het college ten onrechte heeft nagelaten de bijstand op grond van artikel 18 van Pro de Pw af te stemmen dan wel op grond van artikel 16 van Pro de Pw alsnog een bijstandsuitkering aan eiser toe te kennen per meldingsdatum.