Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:4808

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
16 april 2026
Publicatiedatum
23 april 2026
Zaaknummer
C/10/716683 / HA RK 26-232
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 196 RvArt. 195a RvArt. 198 lid 1 RvArt. 197 lid 1 RvArt. 625 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toegang tot walradargegevens na aanvaring op de Westerschelde

Multraship c.s. verzochten de rechtbank om voorlopige bewijsbeslissing op grond van artikel 196 Rv Pro, gericht op inzage en afgifte van walradar- en marifoongegevens van de Schelderadarketen over de periode 24 november 2025, 05:00-08:00 LT. Dit verzoek betreft een aanvaring tussen schepen die Multratug en Multraship charteren en een schip van Grace Ocean, waarbij ook Ovet betrokken is.

De rechtbank oordeelde dat zij bevoegd is op grond van artikel 197 Rv Pro en dat Nederlands procesrecht van toepassing is. De gegevens zijn opgeslagen en worden bewaard tot 11 juni 2026. Multraship c.s. hebben een rechtmatig belang bij inzage en afgifte van deze gegevens om de toedracht van de aanvaring te kunnen vaststellen.

Geen van de verweersters heeft tegen het verzoek geprotesteerd. De Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit (GNA) stemde in met afdoening zonder mondelinge behandeling. De rechtbank bepaalde dat inzage en afgifte van kopieën van de radar- en marifoongegevens zal plaatsvinden in aanwezigheid van alle betrokken partijen of hun advocaten, op het kantoor van de verkeerscentrale te Vlissingen.

Het verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor werd afgewezen omdat het belang daarvan is komen te vervallen door de toewijzing van het inzageverzoek. De beschikking werd op 16 april 2026 in het openbaar uitgesproken door mr. P.C. Santema.

Uitkomst: Verzoek tot inzage en afgifte van walradar- en marifoongegevens over aanvaring op 24 november 2025 wordt toegewezen.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven
zaaknummer / rekestnummer: C/10/716683 / HA RK 26-232
Beschikking van 16 april 2026
in de zaak van
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MULTRASHIP B.V.

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
MULTRATUG B.V.
beide gevestigd te Terneuzen,
verzoeksters
advocaat: mrs. E. van Gruijthuisen en M.M. van Leeuwen,
tegen

1.de GEMEENSCHAPPELIJKE NAUTISCHE AUTORITEIT

gevestigd te Vlissingen,
verweerster,
geen advocaat,
en
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
OVET B.V.
gevestigd te Terneuzen,
verweerster
advocaat: mr. A. van Hal
3. de rechtspersoon naar buitenlands recht
GRACE OCEAN PTE LTD
gevestigd te Sheton (Singapore),
verweerster
advocaat: mr. J. Blussé van Oud-Alblas,
4. de rechtspersoon naar buitenlands recht
GLOBAL CHARTERING LIMITED
gevestigd te Port Louis (Republiek van Mauritius),
verweerster,
advocaat: mr. M. Wattel.
Partijen worden hierna aangeduid met Multraship, Multratug, Multraship c.s. (verzoeksters gezamenlijk), de GNA, Ovet, Grace Ocean, Global Chartering.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Op 9 maart 2026 heeft de griffie van deze rechtbank het verzoekschrift tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor ingevolge het ‘WALRADARBESLUIT SCHELDE’ (art. 195a Rv en 196 e.v., voorlopige bewijsverrichting) ontvangen van Multraship c.s. Zij verzoeken (samengevat) om te bevelen dat:
  • de GNA de bewaarde gegevens van de walradar (radar/AIS data en VHF conversaties) voor de periode van 24 november 2025 05:00-08:00 LT beschikbaar zal stellen aan Multraship, Ovet, Grace Ocean en Global Chartering, na een instructiebijeenkomst en daarvan een digitale kopie zal verstrekken aan voornoemde partijen,
  • deze instructiebijeenkomst zal worden gehouden op een dag en uur, overeen te komen tussen voornoemde partijen en de vertegenwoordigers van de Schelderadarketen,
  • het voorlopig getuigenverhoor zal worden aangehouden tot een pro forma datum.
1.2.
De rechtbank begrijpt dat het verzoek kan worden opgevat als een voorlopige bewijsverrichting als bedoeld in artikel 196 Rv Pro.
1.3.
Mr. J. Blussé van Oud-Alblas heeft op 31 maart 2026 namens Grace Ocean, mr. Wattel op 31 maart 2026 namens Global Chartering en mr. Van Hal op 7 april 2026 namens Ovet desgevraagd aan de rechtbank per e-mail bevestigd dat zij instemmen met zowel het achterwege laten van een mondelinge behandeling, als ook met toewijzing van het verzoek van Multraship c.s.
1.4.
De rechtbank heeft een standaardwerkwijze afgestemd met de GNA voor de
behandeling van verzoeken om het inzien/afgifte van incidentenregistratie die vallen onder
het bereik van artikel 196 Rv Pro. Uit die afstemming volgt dat de rechtbank ervan mag uitgaan
dat de GNA, indien deze geen tegenbericht instuurt kort nadat zij is verwittigd over het
ingediend zijn van een verzoek als het onderhavige, ermee instemt dat de rechtbank het
verzoek behandelt zonder het houden van een zitting en zich refereert aan het oordeel van de
rechtbank over het verzoek. Multraship c.s. hebben een e-mail van de GNA van 29 januari 2026 overgelegd waaruit volgt dat zij over dit verzoek is geïnformeerd en dat zij instemt met afdoening zonder mondelinge behandeling.
1.5.
Op grond van artikel 198, lid 1 Rv en gelet op artikel 1.6.2. van het Procesreglement verzoekschriftprocedures rechtbank kan een mondelinge behandeling onder meer achterwege blijven als alle partijen de rechter schriftelijk hebben verzocht om zonder mondelinge behandeling te beslissen en als aan ieder van de belanghebbenden de
mogelijkheid is geboden om mede te delen of hij gehoord wenst te worden en deze daarvan
geen gebruik heeft gemaakt.
1.6.
Gelet op hetgeen hiervoor is vermeld zal de rechtbank zonder een mondelinge
behandeling beslissen op het verzoek van Multraship c.s., zoals dit nader is geduid.

2.De beoordeling

Bevoegdheid en toepasselijk recht

2.1.
Multraship c.s., de GNA en Ovet zijn gevestigd in Nederland, Grace Ocean in Singapore en Global Chartering in de Republiek van Mauritius. De rechtbank zal daarom ambtshalve beoordelen of zij bevoegd is om van dit verzoek voorlopige bewijsbeslissing op grond van artikel 196 Rv Pro kennis te nemen en aan de hand van welk recht het verzoek beoordeeld moet worden.
2.2.
Het verzoek heeft betrekking op een aanvaring die heeft plaatsgevonden op de Nederlandse binnenwateren (de Schelde). Deze zaak is om die reden voldoende verbonden met de Nederlandse rechtssfeer (artikel 3 sub c Rv Pro). De rechtbank Rotterdam is bevoegd op grond van artikel 197, eerste lid in verband met artikel 625 Rv Pro.
2.3.
Het verzoek heeft een procesrechtelijk karakter. Op grond van artikel 10:3 BW Pro moet dit verzoek om die reden worden beoordeeld naar Nederlands (proces)recht.
Inhoudelijke beoordeling
2.4.
De rechtbank gaat - behoudens voor zover uit de motivering anders blijkt - uit van
de volgende, door Multraship c.s. ingenomen stellingen die niet zijn weersproken.
2.5.
Multratug is de eigenaar van de “Multratug 13” (IMO-nummer [IMO-nummer 1] , hierna: MT 13) en Multraship de charterer van de “Multratug 28” (IMO-nummer [IMO-nummer 2] , hierna: MT 28). De MT 28 en MT 13 zijn op 24 november 2025 rond 06:30 tijdens het afmeren van een door hen in opdracht van Ovet gesleepte kraan met ponton, de “Noordzeereus 3” (ENI-nummer [ENI-nummer] , hierna: NZR 3), die in eigendom toebehoort aan Ovet, met de NZR 3 in aanraking gekomen met de GCL Mobile, die in eigendom toebehoort aan Grace Ocean. De GCL voer op dat moment onder loodsaanwijzing.
2.6.
De radar- en marifoondata van het “Beheer- en exploitatiecentrum Schelderadarketen” voor de periode van 24 november 2025 van 05:00-08:00 LT zijn opgeslagen en worden bewaard tot 11 juni 2026, zo blijkt uit de door Multraship c.s. overgelegde e-mail van de GNA van 11 december 2025.
2.7.
Multraship c.s. wensen inzicht te verkrijgen in de precieze toedracht van de aanvaring. Zij hebben er recht op en belang bij dat de geregistreerde incidentinformatie wordt bekeken en beluisterd en een (middels afgifte van een USB-stick) kopie daarvan wordt verkregen. Daarmee strekt het verzoekschrift tot een voorlopige bewijsverrichting.
2.8.
Namens Ovet, Grace Ocean en Global Chartering is geen verweer gevoerd tegen het verzoek. De GNA heeft zich aan het oordeel van de rechtbank gerefereerd.
2.9.
De rechtbank acht het belang van Multraship c.s. aanwezig dat Multraship c.s. (en Ovet, Grace Ocean en Global Chartering) de bewaarde registraties van de Walradar (radarbeelden en marifoongesprekken) met betrekking tot voormeld incident kunnen bekijken en beluisteren en dat zij kopie krijgen van de incidentinformatie. Het verzoek is in zoverre onweersproken en op de wet gegrond, mede gezien de artikelen 13 aanhef en onder g, 15 lid 1 en 16 van het Besluit van de Permanente Commissie van Toezicht op de Scheldevaart omtrent het verstrekken van informatie afkomstig uit de walradarketen Westerschelde van 1 juli 2024 (Stcrt. 2024, 22886).
De rechtbank zal de GNA, Beheer- en Exploitatieteam, Functioneel Beheer, Commandoweg 50, 4381 BH Vlissingen, daarom verzoeken om een verzoek van de advocaat van Multraship c.s. aan de GNA, strekkend tot het bekijken van de radarbeelden en het beluisteren van de geluidsopnames en tot het verkrijgen van een kopie van de beeld- en geluidsopnames, toe te staan. Uit de toepasselijke regels volgt dat daartoe een instructiebijeenkomst moet worden gehouden.
2.10.
De rechtbank zal bepalen dat de inzage in de bedoelde gegevensbestanden dient
plaats te vinden in aanwezigheid van in ieder geval Multraship c.s., Ovet, Grace Ocean en Global Chartering, althans hun advocaten, en dat de afgifte van kopieën van de gegevensbestanden aan voornoemde partijen dient plaats te vinden ten kantore van de desbetreffende verkeerscentrale te Vlissingen.
2.11.
De rechtbank begrijpt uit de nadere duiding van het verzoek dat, nu het inzageverzoek op deze manier wordt toegewezen, Multraship c.s. geen belang meer hechten aan of hebben bij het (ook) bepalen van een voorlopig getuigenverhoor. Dit onderdeel wordt, voor zover nog nodig, om die reden afgewezen.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
acht voor de behartiging van de belangen van Multraship c.s. noodzakelijk dat Multraship c.s., Ovet, Grace Ocean en Global Chartering inzage in en afgifte van de incidentinformatie ter zake van voornoemde op 24 november 2025 plaatsgevonden aanvaring verkrijgen, door middel van een instructiebijeenkomst;
3.2.
verzoekt de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit, Beheer- en Exploitatieteam,
Commandoweg 50, 4381 BH Vlissingen om een tot inzage en afgifte strekkend verzoek van
de advocaat van Multraship c.s. in te willigen en aan Multraship c.s., Ovet, Grace Ocean en Global Chartering de bewaarde video- en geluidsopnames te tonen en te laten horen, en om kopieën van de betreffende opnamen ter beschikking te stellen;
3.3.
wijst het meer of anders gevorderde af bij gebrek aan belang.
Deze beschikking is gegeven door mr. P.C. Santema en in het openbaar uitgesproken op 16 april 2026.
3597/32