De huurder huurt een woning van de verhuurder voor €1.000 per maand, maar heeft geen huur en borg betaald. De verhuurder vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van de woning en betaling van de huurachterstand met rente en kosten. De huurder stelt dat hij met de verhuurder een afspraak had om de woning op te knappen en de kosten daarvan te verrekenen met de huur, en dat de woning onbewoonbaar was bij aanvang.
De kantonrechter oordeelt dat de huurder onvoldoende heeft onderbouwd dat er een dergelijke afspraak bestond en dat er geen sprake is van een gebrek aan de woning. De huurder heeft de woning bij aanvang in onbewoonbare staat geaccepteerd en heeft zelf verbouwingswerkzaamheden uitgevoerd. De vordering tot huurprijsvermindering wordt daarom afgewezen.
De huurovereenkomst wordt ontbonden wegens ernstige huurachterstand, waarbij de huurder sinds het begin geen huur heeft betaald en ook tijdens de procedure niet. De huurder wordt veroordeeld tot betaling van €9.000 aan achterstallige huur en borg, €816,75 aan incassokosten, en een gebruiksvergoeding van €1.000 per maand tot de ontruiming. De ontruimingstermijn wordt vastgesteld op veertien dagen na betekening van het vonnis. De proceskosten worden eveneens aan de huurder opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.