In deze civiele procedure tussen eisers en gedaagde is aan eisers het bewijs opgedragen dat gedaagde of een door hem gemachtigde voorafgaand aan de lekkage handelingen heeft verricht waardoor de schuifsok van de afvoerleiding in de keuken is verschoven of losgekomen.
Eisers hebben schriftelijk bewijs ingediend en verzocht om, indien dit bewijs onvoldoende wordt geacht, ook getuigen te mogen oproepen. De kantonrechter benadrukt dat de keuze voor de wijze van bewijslevering bij eisers ligt en dat zij niet mogen afwachten of het schriftelijke bewijs voldoende is voordat zij beslissen over het horen van getuigen.
De kantonrechter verwijst de zaak naar een rolzitting op 7 mei 2026, waar eisers schriftelijk moeten aangeven of zij naast het schriftelijke bewijs ook getuigen willen horen. Indien zij dat wensen, moeten zij uiterlijk een dag voor de zitting het aantal, de personalia en de beschikbaarheid van de getuigen opgeven, evenals de beschikbaarheid van partijen voor de maanden juli tot en met oktober 2026.
Ten slotte wijst de kantonrechter erop dat eisers zelf verantwoordelijk zijn voor het oproepen van de getuigen zodra datum en plaats van het getuigenverhoor zijn vastgesteld. De beslissing is gegeven door kantonrechter G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.