5.2.De voorzieningenrechter neemt gelet hierop, en op het feit dat verzoekers op korte afstand wonen van het restaurant, het spoedeisend belang in deze zaak wel aan. De voorzieningenrechter zal de zaak daarom inhoudelijk beoordelen.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe
6. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
7. De voorzieningenrechter stelt voorop dat de burgemeester de bezwaren van verzoekers die zien op het overtreden of overschrijden van de vergunningsvoorschriften en andere (wettelijke) regelgeving, en niet op de vergunningsvoorschriften als zodanig, heeft mogen aanmerken als een verzoek om handhaving. Op dat verzoek zal de burgemeester nog een afzonderlijk besluit nemen. Het staat verzoekers vrij tegen dat (nog te nemen) besluit afzonderlijk bezwaar te maken. Het gaat hierbij om de bezwaren die zien op:
- Het overschrijden van het max aantal van 98 mensen op het terras;
- Het handhaven van de sluitingstijden van het terras;
- Het gebruik van gronden buiten het vergunde terras;
- Het tijdelijk karakter van de terrasconstructies;
- De geplaatste terrasschermen;
- Het verbod op muziek op het terras inclusief het gebruik van mobiele muziekinstallaties;
- Overtreding van artikel 4:5, derde lid van de APV;
- Het verbod op liveoptredens;
- De aard en omvang van de toegestane exploitatie;
- Wijzigingen aan beeldbepalende panden;
- Het gebruik van het fietspad door autoverkeer ten behoeve van [naam restaurant] ;
- Het structureel parkeren van voertuigen op niet toegestane locaties.
Deze bezwaren vallen buiten de reikwijdte van deze procedure en zal de voorzieningenrechter daarom niet beoordelen.
8. Op grond van artikel 2.34 van de APV is het verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.
Op grond van artikel 2.39, tweede lid, van de APV kan de burgemeester de exploitatie- vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de openbare inrichting.
Op grond van artikel 2.39, derde lid, van de APV houdt de burgemeester hierbij, onder meer, rekening met het karakter van de straat en van de wijk waarin de openbare inrichting is gelegen of zal komen te liggen en met de aard van de openbare inrichting.
Heeft de burgemeester de belangen van (direct) omwonenden voldoende betrokken?
De commissie bezwaarschriften concludeerde dat het besluit van 2 juli 2025 geen deugdelijke belangenafweging bevat, omdat de belangen van de (direct) omwonenden niet kenbaar zijn meegenomen. Niet is meegewogen wat de invloed is van de exploitatievergunning voor de omwonenden en in hoeverre hun woon- en leefsituatie nadelig wordt beïnvloed. Dit staat volgens de commissie bezwaarschriften op gespannen voet met de in de exploitatievergunning opgenomen verruimingen van de openingstijden, het (na kennisgeving) toestaan van liveoptredens en de uitbreiding van het terras met 43%, waardoor volgens de commissie de overlast voor de (direct) omwonenden is toegenomen. De commissie heeft de burgemeester daarom geadviseerd alsnog te onderzoeken wat de gevolgen zijn voor de woon- en leefsituatie van omwonenden en daarbij expliciet te beoordelen op welke wijze de belangen van de omwonenden worden gewaarborgd in het licht van de toegestane verruimingen van de bedrijfsvoering van de vergunninghouder.