Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:4831

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
28 april 2026
Publicatiedatum
23 april 2026
Zaaknummer
ROT 26/2535
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.34 APVArt. 2.39 APVArt. 4:5 APV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening schorsing exploitatie- en alcoholwetvergunning wegens overlast en onvoldoende belangenafweging

De burgemeester van Vlaardingen verleende op 2 juli 2025 een exploitatie- en alcoholwetvergunning aan een restaurant, waarna omwonenden bezwaar maakten vanwege toenemende overlast, met name geluidsoverlast, terrasuitbreiding en verruimde openingstijden.

Na gedeeltelijke gegrondverklaring van de bezwaren door de burgemeester en een advies van de commissie bezwaarschriften, werd een beroep ingesteld en een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester onvoldoende rekening had gehouden met de belangen van de omwonenden, met name ten aanzien van de verruimde openingstijden en het toestaan van muziek op het terras.

Hoewel de burgemeester de bezwaren over overtredingen van vergunningvoorschriften als handhavingsverzoeken aanmerkte, werd het spoedeisend belang van de omwonenden erkend. De voorzieningenrechter stelde vast dat de vergunninghouder ruimere openingstijden kreeg dan aangevraagd zonder deugdelijke motivering, en dat de belangenafweging onvoldoende was.

Daarom werd het besluit van 6 februari 2026 geschorst tot twee weken na de uitspraak op het beroep, en werden de openingstijden van het restaurant en terras voorlopig beperkt tot de tijden die de vergunninghouder zelf aanvankelijk had opgegeven. Tevens werd het griffierecht aan de verzoekers vergoed.

Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en het besluit van de burgemeester wordt geschorst met aangepaste openingstijden.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 26/2535

uitspraak van de voorzieningenrechter van 28 april 2026 in de zaak tussen

1. [verzoeker 1]uit [plaats] ,
2. [verzoeker 2]uit [plaats] ,
3. [verzoeker 3]uit [plaats] ,
samen te noemen: verzoekers
(gemachtigde: mr. S. Bal),
en

De burgemeester van Vlaardingen

(gemachtigden: mr. F. Amouri, mr. B.V. Gaxiola en [persoon A] ).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Restaurant “ [naam restaurant] ”, gevestigd in [vestigingsplaats] (vergunninghouder), vertegenwoordigd door [persoon B] (exploitant) en [persoon C] .

Samenvatting

Met het besluit van 2 juli 2025 heeft de burgemeester aan de vergunninghouder een exploitatie- en alcoholwetvergunning verleend. Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen de exploitatievergunning omdat zij als gevolg daarvan (toenemende) overlast ervaren. Zij verzoeken daarom om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek toe.

Procesverloop

1. Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van de burgemeester van 2 juli 2025, waarbij aan de vergunninghouder een exploitatievergunning en een alcoholwetvergunning is verleend.
1.1.
Op 28 oktober 2025 heeft een hoorzitting bij de commissie bezwaarschriften plaatsgevonden. De commissie bezwaarschriften heeft op 5 februari 2026 advies uitgebracht aan de burgemeester.
1.2.
Met het bestreden besluit van 6 februari 2026 heeft de burgemeester de bezwaren van verzoekers gedeeltelijk gegrond verklaard. De burgemeester volgt hiermee het advies van de commissie bezwaarschriften.
1.3.
Verzoekers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld (ROT 26/2534) en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen (deze zaak: ROT 26/2535).
1.4.
De burgemeester heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.
1.5.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 13 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoekers (tevens verzoeker sub 3) en de gemachtigden van de burgemeester.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Wat is er gebeurd?
2. Op 19 maart 2025 is door het bedrijf [bedrijf X] in Vlaardingen een (voorlopige) exploitatie- en een alcoholwetvergunning aangevraagd voor de exploitatie van een restaurant. Het gaat om de exploitatie na overname van het al bestaande restaurant [naam restaurant] (het restaurant), gevestigd in [naam locatie] op het adres [adres] in Vlaardingen.
2.1.
Op 6 mei 2025 is een voorlopige exploitatievergunning verleend. De definitieve exploitatievergunning is verleend op 2 juli 2025. Aan de vergunning zijn voorwaarden verbonden. Op 21 maart 2025 heeft de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond een positief advies afgegeven, met voorwaarden over de inname van openbare grond.
2.2.
Verzoekers, die direct omwonenden zijn van het restaurant en als zodanig belanghebbenden bij de verleende exploitatievergunning, hebben bezwaar gemaakt tegen de exploitatievergunning. De bezwaren zien met name op de omvang en het gebruik van het terras, de terrasschermen, het afspelen van muziek (geluidsoverlast) op het terras, het ontplooien van activiteiten die vallen buiten horecacategorie 2 (restaurants) [1] , het aanbrengen van luifels en een uitbouw aan het pand, uitbreiding van de openingsdagen en -tijden en diverse vormen van (parkeer)overlast.
Waar gaat deze zaak om?
3. Overeenkomstig het advies van de commissie bezwaarschriften heeft de burgemeester de bezwaren van verzoekers gedeeltelijk gegrond verklaard en de exploitatie- en alcoholwetvergunning in stand gelaten. Daarbij heeft de burgemeester de bezwaren die gaan over de feitelijke exploitatie en het (niet) naleven van de vergunningvoorschriften of wettelijke bepalingen opgevat als een verzoek om handhaving. De burgemeester zal op deze bezwaren een afzonderlijk handhavingsbesluit nemen. Wat betreft de bezwaren tegen de vergunde terrasuitbreiding en de verruimde openingstijden heeft de burgemeester, met uitbreiding van de motivering, het standpunt gehandhaafd dat geen grond bestaat om aan te nemen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van het restaurant door de vergunde terrasuitbreiding en de verruimde openingstijden op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed. [2] Bij de vaststelling van het omgevingsplan (in 2014) is al beoordeeld dat de aard en de omvang van een terras, zoals dat nu is vergund, ruimtelijk aanvaardbaar is. Wel is sprake van een gedeeltelijke overschrijding (met 10.37 m²) van de terrasaanduiding, zoals die in het omgevingsplan is opgenomen. De planologische aanvaardbaarheid hiervan zal afzonderlijk worden beoordeeld. Als legalisatie niet mogelijk is, zal het terras conform het bestemmingsplan moeten worden aangepast. Omdat het om een geringe overschrijding gaat ziet de burgemeester vooralsnog niet in dat de verleende exploitatievergunning tot een ontoelaatbare aantasting van de woon- en leefsituatie leidt.
4. Verzoekers zijn het hier niet mee eens en willen met hun verzoek primair bereiken dat de bestreden exploitatievergunning met onmiddellijke ingang wordt geschorst, totdat de rechtbank uitspraak heeft gedaan op het beroep. Subsidiair hebben verzoekers de voorzieningenrechter gevraagd de vergunninghouder passende beperkende voorschriften op te leggen.
Spoedeisend belang
5. De voorzieningenrechter kan alleen een voorlopige voorziening treffen als sprake is van ‘onverwijlde spoed’, dus als een besluit op het bezwaar of de uitspraak op het beroep niet kan worden afgewacht.
5.1.
Verzoekers voeren aan dat zij door de intensivering van de exploitatie, de vergunde terrasuitbreiding en de verruimde openingstijden vrijwel voortdurend overlast van het restaurant ondervinden. Die overlast zit hem vooral in het geluid van de bezoekers en de muziek op het terras, de terrasverlichting, het structureel gebruik van de gronden buiten de terrasaanduiding in het bestemmingsplan, activiteiten die niet passen binnen horecacategorie 2 (restaurant), permanente terrasconstructies en intensivering van de bezoekersstromen. Op de zitting heeft de gemachtigde van verzoekers toegelicht dat verzoekers met name overlast ervaren van de muziek op het terras en vooral in de avonduren. Voor het komende seizoen (voorjaar en zomer) wordt opnieuw veel overlast verwacht, indien geen voorlopige voorziening wordt getroffen.
5.2.
De voorzieningenrechter neemt gelet hierop, en op het feit dat verzoekers op korte afstand wonen van het restaurant, het spoedeisend belang in deze zaak wel aan. De voorzieningenrechter zal de zaak daarom inhoudelijk beoordelen.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe
6. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Verzoek om handhaving
7. De voorzieningenrechter stelt voorop dat de burgemeester de bezwaren van verzoekers die zien op het overtreden of overschrijden van de vergunningsvoorschriften en andere (wettelijke) regelgeving, en niet op de vergunningsvoorschriften als zodanig, heeft mogen aanmerken als een verzoek om handhaving. Op dat verzoek zal de burgemeester nog een afzonderlijk besluit nemen. Het staat verzoekers vrij tegen dat (nog te nemen) besluit afzonderlijk bezwaar te maken. Het gaat hierbij om de bezwaren die zien op:
- Het overschrijden van het max aantal van 98 mensen op het terras;
- Het handhaven van de sluitingstijden van het terras;
- Het gebruik van gronden buiten het vergunde terras;
- Het tijdelijk karakter van de terrasconstructies;
- De geplaatste terrasschermen;
- Het verbod op muziek op het terras inclusief het gebruik van mobiele muziekinstallaties;
- Overtreding van artikel 4:5, derde lid van de APV;
- Het verbod op liveoptredens;
- De aard en omvang van de toegestane exploitatie;
- Wijzigingen aan beeldbepalende panden;
- Het gebruik van het fietspad door autoverkeer ten behoeve van [naam restaurant] ;
- Het structureel parkeren van voertuigen op niet toegestane locaties.
Deze bezwaren vallen buiten de reikwijdte van deze procedure en zal de voorzieningenrechter daarom niet beoordelen.
Wettelijk kader
8. Op grond van artikel 2.34 van de APV is het verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.
Op grond van artikel 2.39, tweede lid, van de APV kan de burgemeester de exploitatie- vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de openbare inrichting.
Op grond van artikel 2.39, derde lid, van de APV houdt de burgemeester hierbij, onder meer, rekening met het karakter van de straat en van de wijk waarin de openbare inrichting is gelegen of zal komen te liggen en met de aard van de openbare inrichting.
Heeft de burgemeester de belangen van (direct) omwonenden voldoende betrokken?
De commissie bezwaarschriften concludeerde dat het besluit van 2 juli 2025 geen deugdelijke belangenafweging bevat, omdat de belangen van de (direct) omwonenden niet kenbaar zijn meegenomen. Niet is meegewogen wat de invloed is van de exploitatievergunning voor de omwonenden en in hoeverre hun woon- en leefsituatie nadelig wordt beïnvloed. Dit staat volgens de commissie bezwaarschriften op gespannen voet met de in de exploitatievergunning opgenomen verruimingen van de openingstijden, het (na kennisgeving) toestaan van liveoptredens en de uitbreiding van het terras met 43%, waardoor volgens de commissie de overlast voor de (direct) omwonenden is toegenomen. De commissie heeft de burgemeester daarom geadviseerd alsnog te onderzoeken wat de gevolgen zijn voor de woon- en leefsituatie van omwonenden en daarbij expliciet te beoordelen op welke wijze de belangen van de omwonenden worden gewaarborgd in het licht van de toegestane verruimingen van de bedrijfsvoering van de vergunninghouder.
8.1.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de burgemeester in het bestreden besluit weliswaar een (summiere) belangenafweging heeft gemaakt, maar nog steeds niet alle betrokken belangen van de (direct) omwonenden kenbaar heeft meegewogen, zoals de commissie bezwaarschriften heeft geadviseerd. De burgemeester is alleen ingegaan op de grootte en de uitbreiding van het terras en de gedeeltelijke overschrijding van de terrasaanduiding in het omgevingsplan. Over mogelijke (ontoelaatbare) overlast voor de (direct) omwonenden door de verruimde openingstijden of het toestaan van (live) muziek op het terras ontbreekt (nog steeds) een deugdelijke motivering. In het akoestisch onderzoek uit 2014 waar de burgemeester naar verwijst is weliswaar rekening gehouden met een terras van de huidige grootte, maar bijvoorbeeld niet met (live) muziek op dit terras. De enkele verwijzing naar dit akoestisch onderzoek vormt daarom op dit punt onvoldoende onderbouwing.
Terrasoverschrijding
9. Wat betreft de overschrijding van de terrasgrootte heeft de burgemeester op de zitting gezegd dat niet wordt overgegaan tot legalisering of handhaving. De vergunninghouder gaat verbouwen. Het terras zal daarbij in zijn geheel worden opgeschoven, verder bij de woningen van verzoekers vandaan. Het nieuwe terras komt geheel binnen de terrasaanduiding in het omgevingsplan te vallen. Tot die tijd zal het ‘probleem’ van de gedeeltelijke overschrijding van de terrasaanduiding worden opgelost met het plaatsen van plantenbakken. De voorzieningenrechter ziet daarom geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.
(Live) muziek op het terras
10. Volgens de voorschriften bij de exploitatievergunning mag de vergunninghouder in het restaurant tien keer per jaar hardere muziek draaien, waarvan vijf keer per jaar buiten (op het terras). Hiervoor moet hij wel eerst een kennisgeving incidentele festiviteit indienen bij de gemeente. Daarbuiten mag er geen muziek, ook geen zachtere muziek, worden gedraaid op het terras (punt 12 van de vergunningsvoorschriften). De burgemeester heeft op de zitting bevestigd dat het draaien van muziek op het terras inderdaad verboden is, behalve als daarvoor een kennisgeving incidentele festiviteit is ingediend en niet meer dan vijf keer per jaar. Het gaat hierbij volgens de burgemeester om standaard voorschriften die in iedere exploitatievergunning voor horecacategorie 2 worden opgenomen.
10.1.
Verzoekers beklagen zich met name over het feit dat er vrijwel dagelijks muziek op het terras te horen is, ondanks dat dit volgens de exploitatievergunning expliciet verboden is. De vergunninghouder heeft op de zitting erkend dat hij inderdaad muziekboxen op het terras heeft laten plaatsen en heeft zich bereid verklaard deze weg te halen. Zoals onder 10 is overwogen, is het verboden om op het terras muziek te draaien. Nu vergunninghouder heeft toegezegd de geluidboxen op het terras te verwijderen, ziet de voorzieningenrechter hierin geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening. Wat verzoekers hierover verder aanvoeren ziet op het (mogelijk) overtreden van een of meerdere vergunningsvoorschriften en staat, zoals gezegd, hier niet ter beoordeling.
Openingstijden
11. De vergunninghouder heeft op het aanvraagformulier van 19 maart 2026 ingevuld dat het restaurant op de volgende dagen en tijdstippen voor het publiek is geopend: dinsdag tot en met zondag van 11.00 tot 18.00 uur, met uitzondering van de vrijdag (van 11.00 tot 20.00 uur). Het restaurant is maandags gesloten.
11.1.
Met het (door de burgemeester na de zitting gezonden) e-mailbericht van 14 april 2025 heeft de vergunninghouder de burgemeester gevraagd de vergunde openingstijden als volgt te verruimen: maandag tot en met zondag van 09.00 tot 23.00 uur, met uitzondering van de vrijdag en zaterdag (09.00 tot 01.00 uur).
11.2.
Met de nu voorliggende exploitatievergunning is het de vergunninghouder toegestaan het restaurant (binnen) geopend te hebben van maandag tot en met zondag van 07.00 tot 01.00 uur, met uitzondering van de vrijdag en zaterdag (van 07.00 tot 02.00 uur). De vergunde openingstijden voor het terras zijn: maandag tot en met zondag van 07.00 tot 22.00 uur op alle dagen. Dit is meer dan waarom de vergunninghouder heeft verzocht.
11.3.
De vraag of het mailbericht van 14 april 2026 een wijziging is van de aanvraag van 19 maart 2026 of als een nieuwe aanvraag gezien moet worden waarop de burgemeester nog moet beslissen, kan in bezwaar aan de orde worden gesteld. Maar ook als dit e-mailbericht als een wijziging van de eerdere aanvraag gezien moet worden, is nog steeds sprake van aanzienlijk ruimere openingstijden dan waar de vergunninghouder om heeft verzocht. De burgemeester heeft niet deugdelijk gemotiveerd waarom ten gunste van de vergunninghouder van de gevraagde openingstijden is afgeweken. De stelling van de burgemeester op de zitting dat dit mogelijk zo is besloten, zodat de vergunninghouder dan niet steeds een nieuwe aanvraag hoeft te doen, is niet toereikend en doet onvoldoende recht aan de overlast die verzoekers als gevolg van de verruimde openingstijden ervaren. De voorzieningenrechter ziet daarom bij aanleiding het bestreden besluit te schorsen en de hiernavolgende voorlopige voorziening te treffen.

Conclusie en gevolgen

12. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe, schorst het bestreden besluit tot twee weken nadat de rechtbank uitspraak heeft gedaan op het beroep (ROT 26/2534) en stelt bij wijze van voorlopige voorziening de openingstijden van het restaurant en het terras gedurende die periode als volgt vast:
Restaurant:
Maandag: van 09.00 tot 23.00 uur
Dinsdag: van 09.00 tot 23.00 uur
Woensdag: van 09.00 tot 23.00 uur
Donderdag: van 09.00 tot 23.00 uur
Vrijdag: van 09.00 tot 01.00 uur
Zaterdag: van 09.00 tot 01.00 uur
Zondag: van 09.00 tot 23.00 uur
Terras:
Maandag tot en met zondag: van 09.00 tot 22.00 uur
13. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst moet de burgemeester het griffierecht aan verzoekers vergoeden. Van andere voor vergoeding in aanmerking komende kosten is de voorzieningenrechter niet gebleken.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;
  • schorst het besluit van 6 februari 2026 tot twee weken na de uitspraak op het beroep;
  • treft de voorlopige voorziening zoals hiervoor bij 12. omschreven;
  • bepaalt dat de burgemeester het betaalde griffierecht van € 200,- aan verzoekers vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Vrolijk, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van M.G. den Ambtman, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 28 april 2026.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Zie ook het Handboek Horeca, paragraaf 1.1.1. (www.lokalewetgeving.nl)
2.Zie artikel 2.39 van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Vlaardingen (APV).