Uitspraak
1.Tenlastelegging
- met één of meer perso(o)n(en) afspraken heeft gemaakt en/of berichten heeft verzonden over de aankoop en/of verkoop en/of beschikbaarheid en/of vraagprijs en/of functie van bovengenoemde wapens en/of onderdelen van deze wapens en/of munitie, en/of
- afbeeldingen en/of filmmateriaal van deze vuurwapens en/of onderdelen en/of munitie naar één of meer personen heeft verzonden en/of doorgestuurd en/of
- één of meer van bovengenoemde wapen(s) heeft aangeboden in (een) (Snap)chatgroep(en) en/of
- één of meer van bovengenoemde wapen(s) en/of munitie(’s) heeft (laten) demonteren en/of wijzigen
terwijl hij en/of zijn mededader(s) daar een beroep en/of gewoonte van heeft/hebben gemaakt terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
2.Ontvankelijkheid van de officier van justitie
3.Bewijs
[accountnaam 1]en het Telegramaccount
[accountnaam 2]. Daarnaast blijkt niet uit het dossier dat het gaat om echte wapens als bedoeld in de WWM en dat er sprake is van bedrijfsmatig handelen. Ook het bestanddeel ‘zonder erkenning’ kan niet bewezen worden verklaard. Tot slot is er geen sprake van medeplegen.
.Daarnaast is gebleken dat ‘ [accountnaam 1] ’ in een chatgesprek de telefoonnummers [gsm-nummer 1] en [gsm-nummer 2] heeft gedeeld met
‘[accountnaam 4] ’. Het telefoonnummer eindigend op 807 was gekoppeld aan een bij de verdachte in 2019 inbeslaggenomen telefoon. Het telefoonnummer eindigend op 207 – op één afwijkend nummer na – is door de verdachte tijdens een politieverhoor doorgegeven als het nummer waarop hij te bereiken was. Een maand nadat de verdachte deze telefoon van de politie terug had gekregen, is het chatgesprek gestart met ‘ [accountnaam 4] ’. Gelet hierop stelt de rechtbank vast dat de verdachte de gebruiker was van het Snapchataccount ‘ [accountnaam 1] ’ en met dit account de gesprekken heeft gevoerd met ‘ [accountnaam 4] ’.
in de uitoefening van een bedrijfverhandeld.
4.Kwalificatie en strafbaarheid
5.Straffen
6.Wettelijke voorschriften
7.Beslissingen
gevangenisstraf van 12 (twaalf) maanden;
deze gevangenisstrafniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
3 (drie) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte de onderstaande voorwaarde niet naleeft;
taakstraf van 240 (tweehonderdveertig) uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
120 (honderdtwintig) dagen.