Uitspraak
1.Tenlastelegging
2.Vrijspraak (gekwalificeerde) opzetverkrachting
3.Bewijs schuldverkrachting
we gaan geen seks hebben’. We gingen zoenen. Ik zei: ‘
weet je zeker dat je geen seks wilt hebben?’.
Proces-verbaal van de politie, aangifte [aangeefster] [3] Ik doe aangifte tegen [verdachte]. Het is gebeurd op 22 februari 2025 in [plaatsnaam ].
Dan kom je maar op 1 manier achter’. Toen ben ik mee gegaan naar zijn slaapkamer en daar trok hij meteen zijn broek uit. Hij pakte mijn hand en trok die naar zijn penis. Ik zei toen dat ik er geen zin in had en het alleen wilde zien. Toen begon hij mij te zoenen op mijn mond, ik draaide mijn hoofd weg. Ik zei dat we niet zouden gaan zoenen. Hij probeerde het steeds.
geen seks, het doet pijn’. Mijn benen lagen gespreid en hij kwam bovenop mij. Ik duwde tegen zijn buik. Hij heeft dat nog een paar keer geprobeerd. Hij is gelukkig niet met heel zijn penis erin geweest maar met zijn eikel alleen. Hij vroeg of het echt zo erg was en ik zei dat het voelde alsof er een mes in ging. Toen deed hij het nog een keer en toen bij de laatste keer ging hij er niet mee uit en hij hield mij een beetje vast. Daar schrok ik heel erg van. Ik ben in paniek opgestaan en probeerde mijn broek aan te doen.
Proces-verbaal van de politie, informatief gesprek met [slachtoffer] [4] [slachtoffer] verklaarde in de nacht van 21 januari 2025 (
de rechtbank begrijpt: 21 februari 2025) op 22 februari 2025 naar de woning van [verdachte] in [plaatsnaam ] te zijn geweest. [verdachte] probeerde meerdere keren haar hand in haar broek te doen. Uiteindelijk kwam haar vaginisme ter sprake en dat een verkrachting haar grootste angst was. Ze zei dat ze niet wilde zoenen en ook geen seks wilde.
Proces-verbaal van de politie, verklaring [getuige 1] [5] Op 22 februari 2025 waren we in [plaatsnaam ].
en – zo ja – of deze voldoende ondersteund wordt door ander bewijs. De rechtbank overweegt hierover als volgt.
4.Kwalificatie en strafbaarheid
5.Straffen
6.Vordering van de benadeelde partij
7.Wettelijke voorschriften
8.Beslissingen
gevangenisstraf van 6 (zes) maanden;
deze gevangenisstrafniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
proeftijd, die wordt gesteld op
2 (twee) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte één van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;
- meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;
- meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
taakstraf van 240 (tweehonderdveertig) uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
120 (honderdtwintig) dagen;
de [benadeelde partij](feit subsidiair), te betalen een bedrag van
€ 5.000,-, als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 22 februari 2025 tot de dag van volledige betaling;
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van
de [benadeelde partij]aan de staat
€ 5.000,-te betalen, en de wettelijke rente vanaf 22 februari 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
50 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.