ECLI:NL:RBROT:2026:5023
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening maatschappelijke opvang wegens gebrek aan zelfredzaamheid
Verzoeker, zonder vaste woon- of verblijfplaats, heeft een aanvraag ingediend voor maatschappelijke opvang bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Deze aanvraag is op 5 februari 2026 afgewezen omdat verzoeker volgens het college in staat is zich op eigen kracht met gebruikelijke hulp te handhaven in de samenleving. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft op 28 april 2026 de zaak behandeld en vastgesteld dat verzoeker een spoedeisend belang heeft omdat hij dakloos is en op straat leeft. Verzoeker voert aan dat het college de toets voor zelfredzaamheid heeft verhoogd vanwege de woningcrisis en dat maatschappelijke opvang als vangnet bedoeld is. Uit het dossier blijkt echter dat verzoeker geen schulden, verslavingen of psychische problemen heeft en ondanks fysieke beperkingen zijn leven kan organiseren.
De voorzieningenrechter concludeert dat verzoeker zelfredzaam is en dat hij zijn levensonderhoud kan voorzien met gemeentelijke hulp en een bijstandsuitkering. Verzoeker zal zelf actief op zoek moeten gaan naar huisvesting, ook buiten Rotterdam. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Dit oordeel is voorlopig en bindt de rechtbank niet in een bodemprocedure.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat verzoeker zelfredzaam is en geen recht heeft op maatschappelijke opvang.