Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:5055

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
5 maart 2026
Publicatiedatum
30 april 2026
Zaaknummer
C/10/714820 / FA RK 26-1171
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing zorgmachtiging wegens ernstige zelfverwaarlozing en psychotische stoornis

De rechtbank Rotterdam behandelde op 5 maart 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 Wvggz Pro voor betrokkene, die lijdt aan een psychotische stoornis. Betrokkene betwistte de diagnose, maar de rechtbank achtte de medische verklaring betrouwbaar.

Uit het dossier bleek dat betrokkene ernstige zelfverwaarlozing vertoont, waaronder ondervoeding, incontinentie en het niet innemen van medicatie, wat leidt tot somatische complicaties zoals urineweginfecties. Daarnaast is er sprake van intieme terreur door de partner, met aanwijzingen van isolatie en financieel beheer. Betrokkene kan door haar stoornis geen adequate beslissingen nemen en weigert vrijwillige zorg.

De rechtbank concludeerde dat verplichte zorg noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke en fysieke gezondheid te stabiliseren. De zorgmachtiging omvat medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen, controle op middelengebruik, naleving van behandelafspraken en opname in een accommodatie. Minder bezwarende alternatieven zijn niet beschikbaar.

De machtiging wordt toegekend voor zes maanden, ingaande op 5 maart 2026, met aandacht voor de traumatische ervaringen van betrokkene bij eerdere opnames. De rechtbank wees het meer of anders verzochte af. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank wijst de zorgmachtiging toe voor zes maanden om ernstig nadeel door psychische stoornis en zelfverwaarlozing af te wenden.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/714820 / FA RK 26-1171
Referentienummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 5 maart 2026 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1989, [geboorteplaats] ,
hierna: betrokkene,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat mr. G.J. Schipper-de Bruijn te Spijkenisse.

1.Procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 12 februari 2026.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • de medische verklaring opgesteld door [naam 1] , psychiater, van 3 februari 2026;
  • de niet-ingevulde zorgkaart
  • het zorgplan van 21 januari 2026;
  • de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;
  • de gegevens over eerder de afgegeven machtiging op grond van de Wet Bopz;
  • de relevante strafvorderlijke en justitiële gegevens van betrokkene;
  • het bericht dat er geen relevante politiegegevens van betrokkene zijn.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden bij betrokkene thuis op 5 maart 2026. Bij die gelegenheid zijn verschenen:
  • betrokkene met haar hiervoor genoemde advocaat;
  • de partner van betrokkene;
  • [naam 2] , verpleegkundig specialist, en [naam 3] , verpleegkundige, beiden verbonden aan GGZ Antes (hierna: de behandelaar).
1.3.
De officier is niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.
1.4.
De rechtbank heeft de beslissing na afloop van de mondelinge behandeling telefonisch medegedeeld gemaakt aan betrokkene, haar advocaat en de behandelaar.

2.Beoordeling

2.1.
Betrokkene betwist dat ze momenteel een psychotische stoornis heeft. Uit de overgelegde stukken blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een psychotische stoornis. De rechtbank ziet op basis van de enkele verklaring van betrokkene geen reden om te twijfelen aan de medische verklaring.
2.2.
Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van haar psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige financiële schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat zij onder invloed van een ander raakt. Uit de overgelegde stukken blijkt dat betrokkene een half jaar in zorg is bij het GGZ-team. Het behandelteam ziet dat betrokkene niet goed voor zichzelf zorgt, zichzelf verwaarloost en angstig is. Betrokkene woont veelal bij haar vriend, maar ze heeft ook een eigen woning. De woning is vervuild en in de woning is geen eten. Betrokkene kan zelf niet naar de supermarkt om eten te halen door haar MS. Betrokkene is 12 kilo afgevallen in de afgelopen maanden en ze is momenteel ondervoed. Hierdoor ontstaat er ernstige teloorgang. Bovendien is betrokkene incontinent en er worden geen adequate maatregelen genomen. Dit zorgt voor somatische gevolgen zoals urineweginfecties. Daarnaast neemt betrokkene haar medicatie niet goed in. Betrokkene komt vaak pas om 14.00 uur uit bed, waardoor ze twee medicatiemomenten mist. Het lukt de partner ook niet om betrokkene voorafgaand aan zijn werk uit bed te krijgen voor de medicatie-inname. Dit zorgt voor een terugkeer van psychotische symptomen. Verder denkt betrokkene dat haar buren het op haar gemunt hebben, waardoor zij zich niet veilig voelt en ze heeft daarom stickers van beveiligingsbedrijven op de ramen geplakt. Tijdens de mondelinge behandeling verklaart betrokkene dat deze stickers er al zaten toen zij in de woning kwam wonen. Uit de stukken blijkt ook dat betrokkene soms naakt door de hulpverlening wordt aangetroffen.
Tijdens de mondelinge behandeling licht de behandelaar toe dat betrokkene als gevolg van haar stoornis geen adequate beslissingen kan nemen en niet adequaat voor zichzelf kan zorgen. Betrokkene neemt ook haar alvleeskliermedicatie het merendeel van de tijd niet goed in. Betrokkene heeft last van terugkerende urineweginfecties. De vrijdag voorafgaand aan de mondelinge behandeling is opnieuw een urineweginfectie vastgesteld. Als dit zou leiden tot een nierbekkenontsteking, dan kan dat levensbedreigend zijn. Het mantelzorgsysteem werkt ook niet goed. De partner van betrokkene kan immers niet elke dag voor betrokkene zorgen door zijn baan maar komt ook niet opdagen als hij dat heeft toegezegd, aldus de behandelaar.
Betrokkene vertelt zelf dat het al een paar weken goed gaat en dat de urineweginfecties het gevolg zijn van vocht vasthouden en niet van verwaarlozing. De rechtbank volgt dit standpunt van betrokkene niet, omdat de behandelaar gemotiveerd heeft toegelicht dat betrokkene andere beslissingen zou nemen en beter voor zichzelf zou zorgen als ze geen last zou hebben van een stoornis. Bovendien werkt betrokkene sinds twee weken mee en dat moment valt samen met de aankondiging van de (behandeling van de) zorgmachtiging.
Uit het dossier blijkt verder dat Veilig Thuis betrokken is geraakt na melding door de hulpverlening en dat er een ernstig vermoeden is van intieme terreur. Betrokkene zou blauwe plekken hebben, haar partner zou haar isoleren en haar financiën beheren. De rechtbank heeft tijdens de mondelinge behandeling waargenomen dat er sprake is van het head turning sign waarbij betrokkene, als zij iets verklaart, regelmatig naar haar partner kijkt voor bevestiging.
2.3.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene zorg nodig heeft om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat zij haar autonomie zoveel mogelijk herwint en de fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen in het geval diens gedrag als gevolg van haar psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel.
2.4.
De advocaat bepleit namens betrokkene dat ze geen zorgmachtiging wil. Als toch een zorgmachtiging wordt afgegeven, dan wil betrokkene niet opgenomen worden. De advocaat voert aan dat betrokkene sinds twee weken haar medicatie inneemt. Betrokkene wil haar medicatie blijven innemen als dat betekent dat ze dan niet wordt opgenomen. Het innemen van medicatie in de thuissituatie is een mildere vorm van zorg dan een opname, waardoor hier aandacht voor moet zijn. De rechtbank verwerpt dit verweer.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene zorg nodig heeft, maar dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene heeft eerder noodzakelijke zorg geweigerd en ze heeft wantrouwen naar de thuiszorg. Daarnaast vertelt de behandelaar dat betrokkene eerder in beeld is gekomen bij de crisisdienst, maar toen is geen crisismaatregel afgegeven omdat betrokkene hulp zou gaan accepteren. Betrokkene heeft echter vervolgens in meerdere gesprekken verteld dat ze alsnog geen thuiszorg wil. De behandelaar heeft geen vertrouwen dat betrokkene nu wel passende zorg en ondersteuning zal accepteren. Toen de vrijdag voorafgaand aan de mondelinge behandeling opnieuw een urineweginfectie is vastgesteld, had dat een signaal voor betrokkene kunnen en moeten zijn om thuiszorg aan te vragen. Het initiatief voor zorg ligt echter steeds bij het GGZ-team, niet bij betrokkene of haar partner. Om die reden is verplichte zorg middels een zorgmachtiging nodig.
2.5.
De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Weliswaar wil betrokkene niet opgenomen worden, maar de behandelaar vertelt dat een opname nodig is gezien het ernstig nadeel dat momenteel speelt. Bovendien is het van belang dat de medicatie goed wordt ingenomen, anders kan dit gevaarlijk zijn. De rechtbank begrijpt van betrokkene dat de opname eerder traumatisch is geweest omdat zij is verkracht. Daar dient aandacht voor te zijn bij een nieuwe opname.
Gelet op het voorgaande, de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
  • het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
  • het beperken van de bewegingsvrijheid;
  • het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
  • het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, inhoudende het accepteren en nakomen van ambulante behandelafspraken;
  • het opnemen in een accommodatie.
2.6.
De overige door de officier verzochte vorm van verplichte zorg, te weten
verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, wordt door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet is gemotiveerd en de behandelaar tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig is om het ernstig nadeel af te wenden.
2.7.
Voor de toegewezen vormen van verplichte zorg zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Verder is de voorgestelde verplichte zorg evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.8.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden met ingang van vandaag.

3.Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.5. kunnen worden getroffen;
3.3.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 5 september 2026;
3.4.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 5 maart 2026 mondeling gegeven door mr. S.L. Raphael, rechter, in tegenwoordigheid van E.Y.H. Graafsma, griffier, en op 19 maart 2026 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.