De zaak betreft een huurgeschil tussen Stichting Waterweg Wonen en twee huurders die sinds 2017 een woning huren. Sinds 2024 zijn er steeds meer klachten over geluidsoverlast, intimiderend gedrag en bedreigingen door een van de huurders. Politierapportages en meldingen bevestigen de ernst van de situatie, waaronder een incident met een mes en meerdere politie-interventies.
Waterweg Wonen heeft meerdere pogingen gedaan om de overlast te stoppen, waaronder een laatste kansovereenkomst en waarschuwingen. Ondanks deze maatregelen bleef de overlast voortduren, met dreigmails aan medewerkers en een onveilige situatie voor omwonenden en medewerkers. Een medewerker is uitgevallen door psychische druk en een andere medewerker moest verhuizen uit veiligheidsoverwegingen.
De kantonrechter oordeelt dat Waterweg Wonen een spoedeisend belang heeft bij ontruiming. De huurovereenkomst zal naar verwachting in een bodemprocedure worden ontbonden wegens ernstige tekortkomingen. De ontruiming wordt binnen veertien dagen bevolen, met een redelijke termijn voor vervangende huisvesting en voortzetting van hulpverlening. De proceskosten worden aan de huurders opgelegd.