Uitspraak
1.Tenlastelegging
2.Bewijs (feit 2) / vrijspraak (feit 1)
op8 oktober 2025 te Rotterdam,
3.Kwalificatie en strafbaarheid
4.Straf
5.Vordering van de benadeelde partij
6.Wettelijke voorschriften
7.Beslissingen
gevangenisstraf van 4 maanden;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam heeft op 15 april 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van afpersing en diefstal met behulp van een valse sleutel. De rechtbank sprak verdachte vrij van afpersing omdat dit feit niet bewezen kon worden. Wel werd vastgesteld dat verdachte samen met anderen een bedrag van €4.982,- heeft gestolen door middel van het onbevoegd gebruik van inloggegevens en een valse sleutel.
De bewezenverklaring berustte op verklaringen van verdachte en medeverdachten, politieprocessen-verbaal en het feit dat verdachte actief betrokken was bij het benaderen van een medeverdachte om het gestolen geld te storten en te pinnen. De rechtbank oordeelde dat verdachte wist dat het geld afkomstig was van een misdrijf, waarmee sprake was van voorwaardelijk opzet en medeplegen.
De straf werd vastgesteld op een gevangenisstraf van vier maanden, rekening houdend met het strafblad van verdachte en de ernst van het feit. De voorlopige hechtenis werd opgeheven omdat deze straf reeds grotendeels was uitgezeten. De vorderingen van de benadeelde partij voor materiële en immateriële schade werden afgewezen omdat het gestolen bedrag reeds was vergoed en verdachte werd vrijgesproken van het andere feit.
De rechtbank bepaalde dat ieder van de partijen de eigen proceskosten draagt. Het vonnis werd gewezen door drie rechters, waarvan één niet kon ondertekenen, en uitgesproken in een openbare zitting.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 4 maanden gevangenisstraf voor medeplegen diefstal met valse sleutel en poging tot pinnen, vrijgesproken van afpersing.