De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek van een schuldenaar om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) vanwege een problematische schuldensituatie. De schuldenaar had geen minnelijk aanbod aan schuldeisers gedaan, omdat de schuldenlast niet in kaart kon worden gebracht door het ontbreken van de administratie van zijn voormalige onderneming. De rechtbank achtte het aannemelijk dat een buitengerechtelijke regeling niet mogelijk was en verklaarde het verzoek ontvankelijk.
Vervolgens beoordeelde de rechtbank of de schuldenaar aan de voorwaarden voor toelating tot de Wsnp voldeed, waaronder het te goeder trouw zijn bij het ontstaan van de schulden en de verwachting dat hij aan de verplichtingen van de regeling zal voldoen. De rechtbank concludeerde dat aan deze eisen was voldaan en besloot tot toelating. De looptijd van de regeling werd vastgesteld op 18 maanden, ingaand op de datum van het vonnis, 11 maart 2026, omdat geen eerdere ingangsdatum kon worden vastgesteld.
Tijdens de Wsnp zal een bewindvoerder worden benoemd die toezicht houdt op de nakoming van de verplichtingen van de schuldenaar en de boedel beheert. Tevens werd een rechter-commissaris benoemd die toezicht houdt op de bewindvoerder. De regeling eindigt met een schone lei indien de schuldenaar aan alle verplichtingen voldoet. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen.