Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De procedure
- verzoekster;
- mevrouw L.E.M. Koorn, werkzaam bij Sociale Dienst Drechtsteden (hierna: schuldhulpverlening);
- mevrouw S. Spapen, werkzaam bij Sociale Dienst Drechtsteden (hierna: beschermingsbewindvoerder).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot toepassing van artikel 287a Faillissementswet om een schuldeiser te dwingen in te stemmen met een aangeboden schuldregeling. De regeling voorziet in een betaling van 10,15% aan concurrente schuldeisers, gebaseerd op haar parttime dienstverband en NVVK-norm. Hoewel 23 schuldeisers instemmen, weigert één schuldeiser met een vordering van €35.739,35 mee te werken.
De rechtbank oordeelt bevoegd te zijn op grond van de EEX-Verordening en weegt de belangen van alle schuldeisers. De weigering van de schuldeiser wordt als redelijk beoordeeld vanwege het aanzienlijke aandeel in de schuldenlast en het feit dat het aanbod niet goed en controleerbaar is gedocumenteerd. Tevens is de schuld strafrechtelijk gerelateerd en valt deze niet onder de schone lei na schuldsanering.
Verder is onvoldoende aangetoond dat verzoekster haar maximale afloscapaciteit heeft benut, aangezien zij mogelijk meer uren kan werken. Gezien deze omstandigheden wegen de belangen van de weigeraar zwaarder dan die van verzoekster en overige schuldeisers. Het verzoek tot gedwongen schuldregeling wordt daarom afgewezen. De rechtbank zal separaat beslissen over het verzoek tot schuldsaneringsregeling.
Uitkomst: Het verzoek tot gedwongen schuldregeling wordt afgewezen wegens onvoldoende maximaal en controleerbaar aanbod en strafrechtelijke schuld.