De zaak betreft een huurachterstand van bijna vijf maanden op een woning die sinds 10 juli 2019 wordt gehuurd door mevrouw onder bewindgestelde. Stichting Woonbron vordert betaling van de achterstand en ontbinding van de huurovereenkomst. De kantonrechter veroordeelt de bewindvoerder tot betaling van de huurachterstand van €3.272,69, incassokosten van €547,25 en wettelijke rente vanaf 1 oktober 2025.
Ondanks de ernstige tekortkoming in de huurbetaling, wordt de ontbinding van de huurovereenkomst niet toegewezen. De kantonrechter weegt mee dat de huurder financiële hulp heeft gezocht, onder bewind is gesteld en inmiddels schuldhulpverlening ontvangt. Tevens is de lopende huur betaald en is de achterstand niet toegenomen tijdens de procedure.
Daarnaast speelt de kwetsbare gezondheid van de minderjarige zoon een belangrijke rol, waardoor een stabiele woonsituatie noodzakelijk is. De kantonrechter concludeert dat deze omstandigheden de ontbinding niet rechtvaardigen en dat de huurder in de woning mag blijven.
Er zijn geen oneerlijke bepalingen in de huurovereenkomst vastgesteld die relevant zijn voor deze zaak. De proceskosten van €1.379,45 worden aan de bewindvoerder opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad, zodat het direct kan worden uitgevoerd ondanks eventuele hoger beroep procedures.