ECLI:NL:RBROT:2026:5128
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering verlening schone lei wegens tekortkomingen in schuldsaneringsregeling
De rechtbank Rotterdam behandelde op 19 maart 2026 de beëindiging van de schuldsaneringsregeling van schuldenares. De bewindvoerder bracht een negatief eindverslag uit waarin werd gesteld dat schuldenares tekort was geschoten in haar verplichtingen, waaronder het niet aanleveren van benodigde stukken over 2024 en 2025, het ontbreken van sollicitatiebewijzen na 1 augustus 2024 en een boedelachterstand van €171,81.
Schuldenares was, ondanks behoorlijke oproep, niet verschenen bij de zitting en gaf geen nadere toelichting. De rechtbank oordeelde dat de tekortkomingen toerekenbaar zijn en dat schuldenares voldoende op de hoogte was van haar verplichtingen, mede na een waarschuwingsbrief van de rechter-commissaris. De rechtbank concludeerde dat de schone lei niet kan worden verleend.
Daarnaast stelde de rechtbank het salaris van de bewindvoerder vast op maximaal €3.817,99 inclusief onkosten en omzetbelasting. De schuldsaneringsregeling eindigt formeel bij de verbindendverklaring van de slotuitdelingslijst, maar de verplichtingen van schuldenares eindigen op 11 januari 2026.
Uitkomst: De rechtbank weigert de verlening van de schone lei wegens toerekenbare tekortkomingen in de nakoming van verplichtingen door schuldenares.