Eisers hebben het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Molenlanden verzocht handhavend op te treden tegen een camping vanwege vermeende overtredingen zoals het gebruik van meer dan 25 standplaatsen, permanente bewoning en verblijf van arbeidsmigranten. Het college heeft het verzoek afgewezen en de bezwaren ongegrond verklaard.
De rechtbank toetst de rechtmatigheid van de verlenging van de beslistermijnen en het handhavingsbesluit. De verlenging van de beslistermijn op het handhavingsverzoek en het bezwaar is volgens de rechtbank rechtmatig, mede omdat de Awb geen motiveringseis stelt voor de schriftelijke mededeling van verlenging.
De rechtbank oordeelt dat de controles op de camping representatief waren, ondanks dat deze op vrijdagen en deels aangekondigd plaatsvonden. Uit de controles en foto’s blijkt dat er niet meer dan 25 standplaatsen in gebruik waren, geen permanente bewoning plaatsvond en geen arbeidsmigranten werden aangetroffen.
Ook is geoordeeld dat de sanitaire gebouwen op de camping als hoofdgebouw kwalificeren en dat deze voldoen aan de regels voor vergunningsvrij bouwen. De camping kon dus niet worden aangemerkt als in overtreding. Het beroep wordt ongegrond verklaard, en eisers krijgen geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.