Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:5164

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
14 april 2026
Publicatiedatum
6 mei 2026
Zaaknummer
10/965101-16
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid OM in zaak omkoping ambtenaar Jamaica wegens schending redelijke termijn

De rechtbank Rotterdam behandelde een zaak tegen een bedrijf dat werd verdacht van het omkopen van een minister van Jamaica in de periode augustus-september 2006. De tenlastelegging betrof het doen van geldelijke giften met het oogmerk de ambtenaar te bewegen in strijd met zijn plicht te handelen.

In april 2026 sloten het Openbaar Ministerie en de verdediging procesafspraken waarin werd overeengekomen dat het OM niet-ontvankelijk zou worden verklaard. De redenen hiervoor waren onder meer de ernstige schending van de redelijke termijn, het grote tijdsverloop dat getuigenverhoren bemoeilijkt, en de vraag of een eerlijk proces nog mogelijk is.

De rechtbank heeft het afdoeningsvoorstel getoetst aan de criteria van de Hoge Raad en concludeerde dat het voorstel voldoet aan de eisen van een eerlijk proces. De verdachte had rechtsbijstand, was voldoende geïnformeerd en werkte vrijwillig mee.

Op basis hiervan verklaarde de rechtbank het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging. Het vonnis werd uitgesproken op 14 april 2026 door een meervoudige kamer onder voorzitterschap van J.H. Janssen.

Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging wegens ernstige schending van de redelijke termijn.

Uitspraak

Rechtbank RotterdamZittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10/965101-16
Datum zitting en uitspraak: 14 april 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte rechtspersoon],
gevestigd te [vestigingsland] en kantoorhoudende te [adres]
.
Advocaat van de verdachte: mrs. R. de Bree en Y.E.A. Buruma

1.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat - een ambtenaar heeft omgekocht. De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat:
hij op één of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 augustus 2006 tot en met 7 september 2006 te Amstelveen en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, en/of New York (Verenigde Staten van Amerika) en/of Jamaica en/of Londen (Verenigd Koninkrijk), tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, een ambtenaar, te weten [naam] in zijn hoedanigheid van minister (van Informatie en Ontwikkeling) van Jamaica, (telkens) één of meer gift(en) en/of belofte(n) en/of dienst(en), te weten -zakelijk weergegeven-: één of meer girale geldbedrag(en) van (in totaal) circa 389.377,47 euro aan CCOC Association, althans enig(e) geldbedrag(en), althans enige gift en/of dienst, heeft gedaan en/of verleend en/of aangeboden, zulks
1° (telkens) met het oogmerk om die [naam] te bewegen in zijn bediening, in strijd met zijn plicht, iets te doen en/of na te laten, en/of
2° (telkens) ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door die [naam] in zijn huidige of vroegere bediening, in strijd met zijn plicht, is gedaan of nagelaten,
te weten (telkens) -zakelijk weergegeven-:- het laten ontstaan en/of in stand houden en/of
onderhouden en/of verbeteren van een zodanige relatie tussen enerzijds die [naam]
en anderzijds verdachte en/of één of meer aan verdachte gelieerde vennootschap(pen) dat
die [naam] tegenover verdachte en/of één of meer aan verdachte gelieerde
vennootschap(pen) niet meer zo neutraal en/of zo vrij en/of onbeïnvloed en/of onafhankelijk
en/of objectief was/kon zijn bij het nemen van beslissingen in relatie tot verdachte en/of één
of meer aan verdachte gelieerde vennootschap(pen) als in het geval dat hij, verdachte en/of
zijn mededader(s), die gift(en) en/of belofte(n) niet had(den) gedaan en/of die dienst(en) niet
had(den) verleend en/of aangeboden en/of die [naam] die gift(en) en/of belofte(n)
en/of die dienst(en) niet had aangenomen, en/of- het geven van een voorkeursbehandeling
aan hem, verdachte en/of één of meer aan verdachte gelieerde vennootschap(pen), en/of- het
(anders dan om zakelijke redenen) begunstigen van hem, verdachte en/of één of meer aan
verdachte gelieerde vennootschap(pen).

2.Procesafspraken

In april 2026 zijn tussen de officier van justitie en de verdediging procesafspraken (hierna ook: het afdoeningsvoorstel) gemaakt. Dit afdoeningsvoorstel houdt - samengevat - in dat de officier van justitie niet-ontvankelijk wordt verklaard in de vervolging. Procespartijen hebben daarvoor de volgende overwegingen:
  • de redelijke termijn voor opsporing en vervolging is (nu reeds) in zeer ernstige mate geschonden, terwijl het mogelijk nog vele jaren zal duren voordat het onderzoek ter terechtzitting kan worden afgerond;
  • het is zeer aannemelijk dat in ieder geval niet alle getuigen meer gehoord kunnen gaan worden en de andere getuigenverhoren veel tijd zullen vergen;
  • het is door het grote tijdsverloop de vraag in hoeverre er daarna nog sprake zal kunnen zijn van een
  • door het grote tijdsverloop is tevens de vraag gerechtvaardigd of verdere vervolging vanuit maatschappelijk oogpunt thans nog opportuun is.

3.Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Vordering van de officier van justitie en standpunt van de verdediging
De officier van justitie heeft gevorderd dat hij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging. De verdediging heeft de niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie in de vervolging bepleit. De officier van justitie en de verdediging hebben hierbij geen uitdrukkelijk onderbouwde standpunten ingenomen maar verwezen naar het door hen opgemaakte afdoeningsvoorstel.
Oordeel van de rechtbank
Afdoeningsvoorstel
De rechtbank heeft het afdoeningsvoorstel beoordeeld aan de hand van de door de Hoge Raad [1] gegeven aandachtspunten. Het afdoeningsvoorstel verhoudt zich tot deze aandachtspunten. Voor zover van belang merkt de rechtbank daarbij op dat:
  • bij de totstandkoming van het afdoeningsvoorstel de verdachte rechtsbijstand heeft gehad;
  • het afdoeningsvoorstel op de openbare zitting samengevat is voorgehouden;
  • de verdachte vrijwillig, op basis van voldoende en duidelijke informatie en zich bewust van de rechtsgevolgen, heeft meegewerkt aan het afdoeningsvoorstel en het afstand doen van verdedigingsrechten
en aldus - bij de totstandkoming van het afdoeningsvoorstel - is voldaan aan de eisen van een eerlijk proces.
Redenen niet-ontvankelijkheid
De officier van justitie zal niet-ontvankelijk worden verklaard in de vervolging. Daarbij heeft de rechtbank oog voor en sluit zich aan bij de bij de overwegingen uit het afdoeningsvoorstel die hiervoor zijn aangehaald.

4.Beslissing

De rechtbank:
verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging.

5.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. J.H. Janssen, voorzitter,
en mrs. C. Sikkel en W.J. de Veld, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.H. Karakus, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 14 april 2026.

Voetnoten

1.Hoge Raad 27 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1252