ECLI:NL:RBROT:2026:5168
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing compensatie private schulden op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen
Eiseres, gedupeerde van de toeslagenaffaire, verzocht compensatie voor private schulden aan drie schuldeisers, in totaal €27.000, op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). De minister van Financiën wees dit verzoek af omdat de schulden informele schulden zijn, niet opeisbaar vóór 1 juni 2021 en niet vastgelegd in een notariële akte.
Eiseres voerde aan dat het besluit strijdig is met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel, dat zij bewijs heeft geleverd en dat toepassing van de hardheidsclausule en het evenredigheidsbeginsel op haar situatie van toepassing zouden moeten zijn. De rechtbank oordeelt dat de wettelijke voorwaarden, waaronder opeisbaarheid vóór 1 juni 2021 en notariële vastlegging, niet zijn vervuld.
De rechtbank stelt dat toetsing aan het evenredigheidsbeginsel bij formele wetgeving als de Wht in beginsel niet mogelijk is en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die toepassing van de Wht in dit geval in strijd brengen met algemene rechtsbeginselen. Ook het beroep op de hardheidsclausule faalt omdat de situatie van eiseres niet ernstig genoeg is volgens de criteria.
De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit zorgvuldig en voldoende gemotiveerd is en verklaart het beroep ongegrond. Eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van compensatie voor private schulden wordt ongegrond verklaard.