Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:5168

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
8 mei 2026
Publicatiedatum
6 mei 2026
Zaaknummer
ROT 25/4588
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4.1 WhtArt. 4.3 WhtArt. 2.7 WhtArt. 120 Grondwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing compensatie private schulden op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen

Eiseres, gedupeerde van de toeslagenaffaire, verzocht compensatie voor private schulden aan drie schuldeisers, in totaal €27.000, op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). De minister van Financiën wees dit verzoek af omdat de schulden informele schulden zijn, niet opeisbaar vóór 1 juni 2021 en niet vastgelegd in een notariële akte.

Eiseres voerde aan dat het besluit strijdig is met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel, dat zij bewijs heeft geleverd en dat toepassing van de hardheidsclausule en het evenredigheidsbeginsel op haar situatie van toepassing zouden moeten zijn. De rechtbank oordeelt dat de wettelijke voorwaarden, waaronder opeisbaarheid vóór 1 juni 2021 en notariële vastlegging, niet zijn vervuld.

De rechtbank stelt dat toetsing aan het evenredigheidsbeginsel bij formele wetgeving als de Wht in beginsel niet mogelijk is en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die toepassing van de Wht in dit geval in strijd brengen met algemene rechtsbeginselen. Ook het beroep op de hardheidsclausule faalt omdat de situatie van eiseres niet ernstig genoeg is volgens de criteria.

De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit zorgvuldig en voldoende gemotiveerd is en verklaart het beroep ongegrond. Eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van compensatie voor private schulden wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 25/4588

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 mei 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. B.J. Manspeaker),
en

De minister van Financiën, de minister

(gemachtigde: [persoon A] ).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van eiseres om haar op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) te compenseren voor door haar betaalde private schulden. De rechtbank komt tot het oordeel dat de minister dit verzoek terecht heeft afgewezen.

Procesverloop

2.
2.1.
Met een besluit van 20 december 2024 (het primaire besluit) heeft de minister het verzoek van eiseres om haar op grond van de Wht compenseren voor door haar betaalde private schulden, afgewezen.
2.2.
Met een besluit van 30 april 2025 op het bezwaar van eiseres (het bestreden besluit) is de minister bij dat besluit gebleven.
2.3.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.4.
De rechtbank heeft het beroep op 17 februari 2026 op een zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de minister, vergezeld door mr. S. Salhi.

Beoordeling door de rechtbank

3. Eiseres is aangemerkt als gedupeerde van de toeslagenaffaire. Zij heeft de minister verzocht om compensatie voor door haar betaalde private schulden. Het betreft schulden aan [schuldeiser 1] van € 6.000,-, [schuldeiser 2] van € 7.000,- en [schuldeiser 3] van € 14.000,-.
4. De minister heeft het verzoek geweigerd, omdat de schulden informele schulden zijn en niet aan de eis van de notariële akte is voldaan. Bovendien zijn de schulden niet voor 1 juni 2021 opeisbaar geworden. De minister heeft geen aanleiding gezien voor toepassing van de hardheidsclausule. De minister heeft het primaire besluit in bezwaar gehandhaafd.
5. Eiseres heeft aangevoerd dat het bestreden besluit is strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel en met het motiveringsbeginsel. Verder stelt eiseres dat zij naar vermogen bewijs heeft geleverd van de schulden. Zij was ten tijde van het aangaan van de schulden niet bekend met de eisen waaraan moest worden voldaan om in aanmerking te komen voor compensatie. Volgens eiseres is sprake van strijd met het evenredigheidsbeginsel. Ook heeft bij de beoordeling of toepassing moest worden gegeven aan de hardheidsclausule, de oorzaak van de leningen ten onrechte geen rol gespeeld.
6. De rechtbank moet beoordelen of de minister terecht heeft geweigerd eiseres te compenseren voor de door haar betaalde schulden. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
7. In deze zaak staan de volgende wettelijke regels centraal. De minister neemt op aanvraag de geldschulden over van een aanvrager van kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 van de Wht. De geldschulden die worden overgenomen zijn ontstaan na 31 december 2005, waren voor
1 juni 2021 opeisbaar en zijn niet voldaan op het tijdstip waarop de aanvraag wordt gedaan. [1] Een al betaalde schuld kan voor compensatie in aanmerking komen als die is voldaan na het moment van het ontvangen van, kort gezegd, een compensatiebedrag. [2] Er moet dan ook voldaan zijn aan de verdere voorwaarden van artikel 4.1 van de Wht, waaronder de voorwaarde van opeisbaarheid voor 1 juni 2021. De voorwaarde van opeisbaarheid voor
1 juni 2021 behoort tot de kern van de schuldenregeling in de Wht. De wetgever heeft er bij de totstandkoming van deze regeling bewust voor gekozen dat schulden van gedupeerde ouders niet kunnen worden overgenomen als die schulden niet voor 1 juni 2021 opeisbaar zijn geworden. [3]
8. In dit geval is niet voldaan aan de voorwaarde van opeisbaarheid voor 1 juni 2021. Dit geldt voor alle drie de schulden. Eiseres heeft ter zitting toegelicht dat zij met de personen van wie zij het geld had geleend, had afgesproken dat zij het geld pas terug hoefde te betalen zodra zij daartoe in staat was. Dat was volgens eiseres het geval nadat zij in april 2023 het compensatiebedrag had ontvangen. Omdat niet is voldaan aan de eis van opeisbaarheid voor 1 juni 2021, kunnen de schulden in beginsel niet worden overgenomen.
9. De schulden kunnen nog om een andere reden in beginsel niet worden overgenomen. Er is namelijk sprake van zogenoemde informele schulden. [4] Zo’n schuld kan alleen worden overgenomen indien deze is vastgelegd in een notariële die is opgemaakt in de periode tussen 1 januari 2006 en 1 juni 2021. [5] Ook aan deze voorwaarde is niet voldaan.
10. Het betoog van eiseres dat de hiervoor genoemde wettelijke regels buiten toepassing moeten blijven wegens strijd met het evenredigheidsbeginsel, slaagt niet. De Wht is een wet in formele zin, zodat toetsing aan het evenredigheidsbeginsel of aan andere algemene rechtsbeginselen in beginsel niet mogelijk is. [6] Naar het oordeel van de rechtbank is in dit geval geen sprake van bijzondere omstandigheden die niet of niet ten volle zijn verdisconteerd in de afweging van de wetgever, zodanig dat die niet verdisconteerde bijzondere omstandigheden de toepassing van de Wht zozeer in strijd doen zijn met algemene rechtsbeginselen of (ander) ongeschreven recht dat die toepassing achterwege moet blijven. [7]
11. Ook het beroep op de hardheidsclausule [8] slaagt niet. Allereerst merkt de rechtbank hierover op dat de schuldenregeling in de Wht niet is bedoeld voor het vergoeden van schade als gevolg van de toeslagenaffaire; daarvoor is de compensatieregeling bedoeld. Toepassing van de hardheidsclausule kan aan de orde zijn in uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld in situaties van serieuze en structurele financiële nood, van ernstige medische omstandigheden, of van andere ontwrichtende persoonlijke omstandigheden. Het moet daarbij gaan om actuele omstandigheden die samenhangen met (de gevolgen van) een weigering om de schulden over te nemen. Voor de conclusie dat de situatie van eiseres op dit moment zodanig ernstig is, bestaan onvoldoende concrete aanknopingspunten. Dat neemt niet weg dat de rechtbank begrijpt dat eiseres in een heel moeilijke situatie heeft gezeten, wat ook blijkt uit het feit dat zij grote geldbedragen heeft geleend.
12. De rechtbank ziet geen aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit niet zorgvuldig tot stand is gekomen of onvoldoende is gemotiveerd.

Conclusie en gevolgen

13. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Veling, rechter, in aanwezigheid van mr. L.A. van der Velden, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 8 mei 2026.
De rechter is verhinderd
de uitspraak te ondertekenen
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Artikel 4.1, eerste lid, van de Wht.
2.Artikel 4.3, eerste lid, van de Wht.
3.Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van
4.Informele schulden zijn schulden die niet zijn ontstaan door een in de normale uitoefening van een beroep of bedrijf verrichte rechtshandeling van de schuldeiser.
5.Zie artikel 4.1, derde lid, aanhef en onder b, van de Wht. Onder voorwaarden kan het ook voldoende zijn als de schuld blijkt uit een rechterlijke uitspraak.
6.Zie artikel 120 van Pro de Grondwet.
7.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 15 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2045.
8.Zie artikel 9.1, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wht.