Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:5178

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
29 april 2026
Publicatiedatum
6 mei 2026
Zaaknummer
C/10/714582 / HA ZA 26-128
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 46b Wet RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwijzing van civiele zaak naar andere rechtbank wegens betrokkenheid rechter

In deze civiele procedure tussen een Vereniging van Eigenaars en twee gedaagden heeft de rechtbank Rotterdam op grond van artikel 46b van de Wet op de rechterlijke organisatie besloten de zaak te verwijzen naar de rechtbank Den Haag. Dit besluit is genomen omdat een bestuurslid van de eisende partij tot 1 januari 2025 rechter-plaatsvervanger was bij de sector Kanton van de Rechtbank Rotterdam en diens schoondochter sinds 1 oktober 2025 rechter in opleiding is bij dezelfde rechtbank.

De rechtbank achtte het vanwege deze nauwe banden met de Rechtbank Rotterdam wenselijk dat de zaak door een andere rechtbank wordt behandeld om mogelijke schijn van partijdigheid te voorkomen. De procedure was op dat moment in een gevorderd stadium, met een dagvaarding en een conclusie van antwoord met een voorwaardelijke eis in reconventie.

De rechtbank heeft de zaak in de stand waarin deze zich bevindt verwezen naar de Rechtbank Den Haag en de griffier van die rechtbank zal partijen informeren over het verdere verloop van de procedure. Het vonnis is uitgesproken door rechter Cremers op 29 april 2026.

Uitkomst: De rechtbank Rotterdam verwijst de civiele zaak naar de rechtbank Den Haag vanwege mogelijke belangenverstrengeling.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/714582 / HA ZA 26-128
Vonnis van 29 april 2026
in de zaak van
[VvE],
vestigingsplaats: [plaats] ,
eisende partij,
advocaat: mr. M.J. de Vries,
tegen

1.[gedaagde 1] ,

2. [gedaagde 2],
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde partijen,
advocaat: mr. K. Bastiaans.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 30 januari 2026, met bijlagen 1 tot en met 17;
  • de conclusie van antwoord tevens houdende voorwaardelijke eis in reconventie, met bijlagen 1 tot en met 7.

2.De beoordeling

in conventie en in voorwaardelijke reconventie
2.1.
Op grond van artikel 46b van de Wet op de rechterlijke organisatie kan de rechtbank een zaak voor verdere behandeling verwijzen naar een andere rechtbank, als naar haar oordeel door betrokkenheid van de rechtbank behandeling van die zaak door een andere rechtbank gewenst is.
2.2.
De rechtbank overweegt dat gebleken is dat één van de bestuursleden van de eisende partij tot 1 januari 2025 rechter-plaatsvervanger was bij de sector Kanton van de Rechtbank Rotterdam en dat de schoondochter van dat bestuurslid sinds 1 oktober 2025 rechter in opleiding is bij de Rechtbank Rotterdam. Gelet hierop acht de rechtbank behandeling van deze zaak door een andere rechtbank gewenst en verwijst zij deze zaak naar de Rechtbank Den Haag. De griffier van die rechtbank zal partijen informeren over het verdere verloop van de procedure.

3.De beslissing

De rechtbank:
in conventie en in voorwaardelijke reconventie
3.1.
verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de Rechtbank Den Haag.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.M.P. Cremers en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2026.
3349 / 1918