Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.[eiser 1] ,2. [eiser 2] ,
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de dagvaarding van 21 april 2026, met bijlagen 1 tot en met 7;
- de aanvullende bijlagen 8 en 9 van [eisers] ;
- de bijlage van [gedaagde] ;
- de mondelinge behandeling op 28 april 2026;
- de spreekaantekeningen van mr. De Rijke;
- de spreekaantekeningen van mr. Kool.
3.De vorderingen
4.De beoordeling
De enkele omstandigheid dat [eiser 2] in de hiervoor al genoemde e-mail van 13 april 2026 heeft voorgesteld om de Woning op 1 mei 2026 aan [gedaagde] over te dragen, impliceert naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet dat [eisers] per die datum alternatieve woonruimte hebben, zoals [gedaagde] stelt. Tot slot is relevant dat op dit moment geen huurachterstand (meer) bestaat en [eisers] ook geen overlast veroorzaken.
189,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
5.De beslissing
3349 / 1694