Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:5181

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
13 april 2026
Publicatiedatum
6 mei 2026
Zaaknummer
10-232217-21 herstelvonnis
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen oplichting en valsheid in geschrift met herstelvonnis

Op 13 april 2026 heeft de rechtbank Rotterdam een vonnis uitgesproken tegen verdachte, geboren in 1989, wegens medeplegen van oplichting door onrechtmatig woningen te verhuren en medeplegen van valsheid in geschrift, beide meermalen gepleegd. De rechtbank legde een voorwaardelijke taakstraf van 60 uur op, met aftrek van voorarrest en een proeftijd van 1 jaar.

Na de uitspraak werd een onmiddellijk kenbare misslag in het dictum van het vonnis geconstateerd. De fout betrof de benadeelde partij aan wie de schadevergoeding van €800,- plus wettelijke rente moest worden betaald. Het dictum vermeldde onjuist de eerste benadeelde partij, terwijl dit de tweede betrof. De rechtbank heeft deze misslag hersteld door het dictum aan te passen en de juiste benadeelde partij te benoemen.

De herstelmaatregel betreft uitsluitend de correctie van de benadeelde partij in het dictum en verandert niets aan de inhoudelijke veroordeling of de opgelegde straf. De rechtbank heeft de griffier opgedragen deze beslissing aan het originele vonnis te hechten. Het herstelvonnis is op 16 april 2026 gewezen door de voorzitter en twee rechters, waarbij de oudste en jongste rechter niet konden medeondertekenen.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf van 60 uur met een proeftijd van 1 jaar voor medeplegen van oplichting en valsheid in geschrift, met herstel van een misslag in het vonnis.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Team straf 1
Parketnummer: 10-232217-21
Op 13 april 2026 heeft de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, een vonnis uitgesproken in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1989 in [geboorteplaats],
ingeschreven op het adres [adres], [postcode] [plaatsnaam].
raadsman mr. J. Vermaat, advocaat in Rotterdam.
Na de uitspraak is gebleken dat het dictum van het vonnis een onmiddellijk kenbare misslag bevat, die zich leent voor eenvoudig herstel.
In het dictum van het vonnis staat:
legt aan de verdachte voor feit 1
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de
verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de [benadeelde partij 1] aan
de staat
€ 800,-te betalen, en de wettelijke rente vanaf 8 juli 2021 tot aan de dag van de
gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan
worden toegepast voor de duur van maximaal
8 dagen.De toepassing van de gijzeling heft
de betalingsverplichting niet op;
terwijl evident is dat dit moet zijn:
legt aan de verdachte voor feit 1
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de
verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de [benadeelde partij 2] aan
de staat
€ 800,-te betalen, en de wettelijke rente vanaf 8 juli 2021 tot aan de dag van de
gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan
worden toegepast voor de duur van maximaal
8 dagen.De toepassing van de gijzeling heft
de betalingsverplichting niet op;
Het dictum van het vonnis zal daarom bij deze beslissing worden hersteld.

Beslissing

De rechtbank:
- herstelt de kennelijke misslag in het dictum als volgt;
- de navolgende alinea vervalt:
legt aan de verdachte voor feit 1
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de
verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de [benadeelde partij 1] aan
de staat
€ 800,-te betalen, en de wettelijke rente vanaf 8 juli 2021 tot aan de dag van de
gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan
worden toegepast voor de duur van maximaal
8 dagen.De toepassing van de gijzeling heft
de betalingsverplichting niet op;
en daarvoor komt in de plaats:
legt aan de verdachte voor feit 1
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de
verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de [benadeelde partij 2] aan
de staat
€ 800,-te betalen, en de wettelijke rente vanaf 8 juli 2021 tot aan de dag van de
gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan
worden toegepast voor de duur van maximaal
8 dagen.De toepassing van de gijzeling heft
de betalingsverplichting niet op;
- beveelt de griffier deze beslissing aan te tekenen op en te hechten aan het origineel van het vonnis dat is hersteld.
Dit herstelvonnis is op 16 april 2026 gewezen door:
mr. E. IJspeerd, voorzitter,
en mrs. J.H. Janssen en E.H.N. van Hees, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J. Nagtegaal, griffier.
De oudste rechter en jongste rechter zijn buiten staat dit herstelvonnis mede te ondertekenen.